Dit is vogelen voor gevorderden (met tips voor beginners)

Fanatieke vogelaars reizen desnoods naar het einde van de wereld om hun favoriete soort te spotten. In de Spaanse streek Extremadura raakt Gemma Venhuizen verslaafd aan haar verrekijker.

Foto James Rajotte

Dag 3

‘Prohibido el paso’ staat er op het bordje. Verboden voor onbevoegden. Verlangend staar ik naar de akker. Aan de bremstruiken te zien is er geen boer die dit terrein momenteel bewerkt. Zou ik niet toch, heel even…? Dan hoor ik in de verte een tractor naderen. Betrapt haal ik mijn linkervoet van het roestige hek.

Zo ver is het dus al gekomen. Een paar dagen geleden voelde ik me nog opgelaten met alleen al de verrekijker om mijn nek. Nu ben ik bereid tot landloperij. Alles voor dat ene doel: de grote trap.

„Enorm groot”, zoals hij in de vogelgids beschreven staat. „Met een gewicht tot zestien kilo is de grote trap een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld.”

Het was mijn vader die met de gids kwam aanzetten, jaren geleden. Als ik bij mijn ouders op bezoek was, bladerde hij door het boek, onderwijl de achtertuin afspeurend: „Een vuurgoudhaantje in de heg!” Op wandelingen buitenshuis nam hij steeds vaker zijn kijker mee in plaats van mijn moeder.

Wat er zo bijzonder was aan die vogels, wilde ik weten. „Dat moet je zelf ervaren”, zei hij. Hij sloeg de gids open op pagina 90. De monniksgier: de grootste roofvogel van Europa. Een soort die al tijden bovenaan zijn verlanglijstje stond. „Als we die zien, weet ik zeker dat je geen uitleg meer nodig hebt.”

En dus reisden we in december samen naar de Spaanse streek Extremadura. Andere vogelreizen gingen in de wintermaanden vooral naar Afrika – net als de meeste trekvogels. Toch was hartje Spanje in december een goede plek. Vanwege de gieren én de kraanvogels.

De Spaanse streek Extremadura.

Als zevenjarige zag ik ’s zomers ooit kraanvogels in Zweden. Ranke nekken, hoge poten. Sprookjesachtige vogels. „Majestueuze vlucht”, volgens de gids.

De zwaarste, de grootste en de sierlijkste: de grote trap, de monniksgier en de kraanvogel zouden onze ‘Big 3’ worden tijdens de reis. Ik kocht een eigen kijker en een grijsgroen jack. Ik voelde me meteen dertig jaar ouder.

Dag 1

Al drie kwartier staan we te kleumen. „Vale gier”, zegt mijn vader bij elk silhouet. „Vaal. Vaal. Twee vale op die rotspunt daar.” Door de kijker zien ze er lekker misdadig uit – precies de gieren uit Jungle Book of Robin Hood van Disney. Kale kromme nekken, haaksnavel. Lelijk schor gekras.

De monniksgier onderscheidt zich van zijn vale soortgenoot door de kleur van de kop: donkergrijs tot zwart in plaats van vuilwit. Met nog geen tweeduizend broedparen in Europa is de soort zeldzaam, ongeveer een kwart van de populatie bevindt zich hier in nationaal park Monfragüe in Extremadura.

Twee vale gieren
Foto’s James Rajotte

Dan rijdt een camper de parkeerplaats op. Nederlanders. Anton en Cora Costerus, die hier zes weken op vakantie zijn. Cora: „Vogelen is een mooie manier om het land te ontdekken. We zijn hier ook weleens in de zomer geweest. Dan is het hier veel drukker en heter.” Anton: „In de Pyreneeën zagen we aasgieren. Met onze camper een smal weggetje over, vlak langs het ravijn. Maar het was het waard.”

Dan vliegt er een zwarte schim over ons heen. Veel te groot voor een raaf, te trage vleugelslagen bovendien. We staan in de schaduw van de grootste roofvogel van Europa. Mijn vader had gelijk: ik heb geen uitleg meer nodig. Mijn hart bonst in mijn keel.

Vogels kijken is een vorm van verzamelen zonder dat je met een hoop onbruikbare troep komt te zitten. Veel vogelaars hebben een notitieboekje waarin ze nauwgezet de soorten bijhouden die ze al hebben gezien. Voor sommigen is het een kwestie van afstrepen: zodra ze de desbetreffende soort gezien hebben, verliezen ze hun interesse. Anderen zijn oprecht blij met elke vogel, en kunnen ook genieten van een roodborstje. Toch hebben ook zij meestal een wensenlijstje in hun achterhoofd.

Tip voor de beginners: ga met een ervaren gids

Vogelen maakt eentonige landschappen spannend. Een partner die moet plassen? De vogelaar wacht geduldig, en verveelt zich nooit. Op elektriciteitsdraden of een kilometerpaaltje langs de weg: overal kan zich een verrassende soort bevinden.

Let wel: voor wie een verrekijker heeft. Zonder vergroting blijft het vaak bij een vertwijfeld: ‘daar vloog iets’. Pas in close-up krijgen de vogels kleur.

Vogelen is verslavend. Zoals een gokker de adrenalineroes ervaart op het moment dat de roulette tot stilstand komt, zo voelt de vogelaar zijn hart bonzen wanneer hij de verrekijker naar zijn ogen brengt. Is dit echt de zeldzame grijze wouw? Soms wordt hij beloond met de hoofdprijs, soms keert hij gedesillusioneerd huiswaarts. Juist doordat de winst van tevoren ongewis is, is de hunkering extra sterk.

Soms brengt de verslaving de vogelaar letterlijk aan de rand van de afgrond: de gedreven amateur-ornitholoog zal zich gerust naar een overhangende rots begeven als dat hem dichter bij een ‘doelsoort’ brengt.

Dag 2

Op het dorpsplein van Torrejon el Rubio ontdekken we een tweede Nederlandse camper. Joke Stoop en haar man Sake rijden een maand rond in hun ‘mobiele vogelkijkhut’. Joke: „Ik vind het leuk om de soorten die de zomers bij ons doorbrengen hier in de winter in hun natuurlijke omgeving te zien. Ook het mondiale aspect is mooi: de kraanvogels hier zijn zo’n vierduizend kilometer komen vliegen, vanuit Scandinavië.” Sake: „Joke is de fanatiekste. Als we dagenlang hebben gezocht naar een bepaalde soort, zeg ik weleens: nu gaan we een boek lezen.” Ze wijzen ons de weg naar Vegas Altas: een gebied met rijstvelden waar elke winter duizenden kraanvogels neerstrijken.

Van veraf hebben ze wat weg van kromgebogen rijstplukkers. Grijze silhouetten tegen de namiddagzon. Over ons heen vliegen er nog eens honderden, in V-formatie. Wie wil zijn vakantietijd in musea doorbrengen als je ook hier kunt staan? Pas als de zon ondergaat, laat ik mijn verrekijker zakken.

Foto James Rajotte

Wat als je een beoogde vogel niet ziet? Is dan de reis verpest? Vorig jaar sprak ik een man die net terugkwam van een cruise naar Antarctica. Dagenlang had hij op de voorplecht gestaan, zijn verrekijker voor zijn ogen. Hij had keizerspinguïns gezien, wenkbrauwalbatrossen, langvleugelstormvogels, maar toch was hij teleurgesteld. Hij had maar één doel: de grote albatros. En die was niet voorbijgevlogen. Voor wie te sterk op een bepaalde soort hoopt, kan vogelen voelen als een onopgelost cryptogram: onbevredigend.

Lees ook het interview met vogelredder Ben Koks: ‘De boel gaat naar de gallemiezen’

Om de slagingskans te vergroten, is het handig groepsgewijs op pad te gaan. Samen zie je meer tenslotte, en voor een beginnende vogelaar kan een ervaren gids een uitkomst zijn. Zeker als de papieren gids je voor een raadsel zet, zoals bij de theklaleeuwerik: „Lijkt sterk op kuifleeuwerik. Iets kleiner. Zang in vlucht als van kuifleeuwerik, maar iets zachter, gevarieerder en aangenamer.” Ook via websites als birdingpal.org kom je in contact met vogelvrienden over de hele wereld: zo vind je locals die je in hun vrije tijd graag op sleeptouw nemen.

Fanatieke vogelaars gaan gerust twaalf uur achtereen op stap. Dat kan voor de beginneling aanvoelen als een overdosis. In dat geval is de beste remedie: naar de grond kijken.

Dag 3

Auteur Gemma Venhuizen met haar kijker in Extremadura. Foto James Rajotte

Weer Nederlanders. Hennie en Gerry Bruggeman dit keer. Al zo’n halve eeuw bevlogen vogelaars . Gerry: „We hopen op het witbuikzandhoen en het zwartbuikzandhoen, maar tot nu toe hebben we geen succes.” Hennie: „Voor vogelen moet je geduld hebben. We hebben een picknickmand met thermosfles bij ons voor onderweg. Dat maakt het wachten aangenaam.” Ze wijzen ons op de kaart waar we kans maken grote trappen te vinden: Santa Marta. Negentien hebben ze er gezien.

Na het succes bij de monniksgieren en de kraanvogels ben ik ervan overtuigd dat we ook de grote trap zullen vinden. Maar uur na uur verstrijkt, en het begint zo te schemeren dat ik elke struik voor een trap begin aan te zien. Uiteindelijk rijden we over de donkere Spaanse wegen naar het vliegveld, ternauwernood halen we onze vlucht naar Nederland. Er zit maar één ding op: volgend jaar moeten we terug.