Een baby was in de steentijd al een individu

Archeologie

In Nieuwegein is een 6.000 jaar oud babylijkje gevonden. Het zat onder de gebogen arm van het skelet van een jonge vrouw. Een verrassende vondst.

Op de foto links de gevonden skeletresten, rechts een reconstructiebeeld. Foto RAAP, Reconstructiebeeld Archeo3D

Een zesduizend jaar oud babylijkje dat bij Nieuwegein in de armen van een jonge vrouw is opgegraven is het oudste babygraf in Nederland. De vondst was een verrassing. Tijdens de Archeologiedagen in oktober 2017 waren de archeologen al trots dat ze het skelet van de jonge vrouw, dat in een blok grond was gelicht, aan het publiek konden tonen. Pas bij het uitprepareren twee maanden later bleken op de opvallend gebogen rechterarm van de jonge vrouw nog skeletresten van een baby te liggen: een pijpbeen, een kaak met melktandjes, sleutelbeenderen en een schedel.

Uniek in Europa is de vondst tegelijkertijd niet. Elders zijn graven van andere culturen gevonden uit min of meer dezelfde periode met ook vrouwen en baby’s, zegt Kirstin Leijnse van archeologisch bureau BAAC, die samen met een collega van het RAAP de opgraving van deze nederzetting van de Swifterbantcultuur (ca. 5100 tot 3400 v.Chr) heeft geleid. „Ik ken een voorbeeld van de Kanaaleilanden en een uit Duitsland.”

Swifterbantexpert Daan Raemakers, hoogleraar archeologie in Groningen, kent nog een vondst bij Vedbæk in Denemarken. „Daar lag de baby ook nog eens op de vleugel van een zwaan.” Hij noemt de nieuwe vondst niet alleen emotioneel, maar ook wetenschappelijk belangrijk.

„De kindersterfte bij de Swifterbantcultuur moet hoog geweest zijn, maar we vonden zelden kindergraven”, zegt Raemakers. „De verklaring was dat de graven slecht geconserveerd waren of dat er een afwijkend ritueel voor dode baby’s en kinderen was. Uit antropologisch onderzoek weten we dat bij sommige culturen kinderen pas meetellen en een naam krijgen als ze de kleuterleeftijd hebben bereikt en het zeker is dat ze niet snel zullen sterven.”

De vondst in Nieuwegein toont aan dat dit bij de Swifterbantcultuur niet zo was, zegt Raemakers. „Bij de geboorte was een baby al een individu. De vondst geeft dus een intiem inkijkje hoe ze met kinderen omgingen.”

De nederzetting werd gebruikt voor wonen én begraven. Leijnse: „We hebben ook nog twee andere complete skeletten gevonden, van een tiener en een kind, en verder nog losse skeletdelen. De aanwezigheid van vrouwen en kinderen geeft aan dat ze hier langere tijd verbleven, en dat het niet om een eenmalig jachtkamp ging.”

Daarop wijst ook het grote aantal vondsten – ruim 130.000 – variërend van vuurstenen werktuigen, aardewerk tot bewerkte geweien en houten kommen en lepels. Leijnse: „Bijzonder was de vondst van een grote doorboorde hanger van git, een gesteente dat in Nederland niet voorkomt en dus van elders is aangevoerd.”

Het onderzoek is nog niet afgerond. „Met behulp van DNA-onderzoek hopen we te kunnen vaststellen wat het geslacht van de baby was en of het echt om moeder en kind gaat. Isotopenonderzoek kan als het goed is meer vertellen over de herkomst van de doden.” De uitslagen worden over enkele maanden verwacht.

    • Theo Toebosch