De buurman van de manager is ex-dakloze

Gemengd wonen

Kwetsbare mensen huisvesten tussen reguliere huurders werkt. Enerzijds zorgt het voor participatie, anderzijds voor het loslaten van vooroordelen.

André de Ruiter (55) zwierf vier jaar lang van slaapplek naar slaapplek. Hij overnachtte onder bruggen en viaducten. Sliep in liften van treinstations. Totdat hij zich anderhalf jaar geleden inschreef voor Majella Wonen – een Utrechts project waar vooral ex-daklozen samenwonen met reguliere huurders, het zogenoemde gemengd wonen. De Ruiter voelt zich hier „als een vis in het water, niemand valt me aan op mijn verleden”.

Zijn ervaring is exemplarisch voor kwetsbare mensen die gemengd wonen, zegt politicoloog Maarten Davelaar. Davelaar was jarenlang in dienst van het Verwey-Jonker Instituut, dat onderzoek doet naar maatschappelijke vraagstukken, en is nu zelfstandig onderzoeker. Samen met twee collega’s bekeek Davelaar de afgelopen anderhalf jaar, op initiatief van de Hogeschool Utrecht en opvangorganisatie De Tussenvoorziening, vijf Utrechtse projecten met gemengd wonen. Doel van elk project: eenzaamheid bestrijden en deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving bevorderen. Zo zag hij bejaarden die samenwonen met studenten, Syrische statushouders bij starters, ex-daklozen of licht verstandelijk beperkte jongeren met reguliere huurders. Hij sprak dertig bewoners, vijftien woonbegeleiders en twaalf initiatiefnemers.

De grote vraag: werkt gemengd wonen? Volgens Davelaar wel. De woonvorm draagt bij aan de participatie van mensen met sociale, psychische en verslavingsproblemen, zegt hij, en vermindert hun eenzaamheid. Afhakers, mensen die toch niet passen, zijn er nauwelijks. Kwetsbare bewoners voelen zich gezien en geaccepteerd, zegt hij. Samenwonen met reguliere huurders geeft hun een veilig gevoel. Bovendien trekken ze meer met reguliere huurders op dan verwacht.

Samen eten

„Als studenten een feestje geven, word ik ook uitgenodigd”, vertelt André de Ruiter. Elke dag begroet hij de buurman. Deze manier van wonen doet hem denken aan zijn jonge jaren. „In de zomer zetten we een tafeltje voor het huis en eten we samen.”

Op wijkniveau levert gemengd wonen weinig op, bleek vorig jaar uit onderzoek van Emily Miltenburg, promovenda aan de Universiteit van Amsterdam. Ze onderzocht Nederlandse buurten en keek of arme gezinnen baat hebben bij verhuizing naar een rijkere buurt. Amper, dus. Verhuizing levert geen betere baan op, en armen en rijken leven vaak langs elkaar heen.

Maar gemengd wonen op wijkniveau is niet te vergelijken met deze Utrechtse projecten, vindt Maarten Davelaar, want de wijk is veel grootschaliger. De maakbaarheidsgedachte – armeren die zich in de wijk aan rijkeren kunnen optrekken – was te abstract, zegt hij. Zo was er niet goed nagedacht over hoe je de interactie tussen armen en rijken kan stimuleren.

Economisch voordeel

Vijftien jaar geleden begon in de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn één van Nederlands eerste mengwoonvormen: ’t Groene Sticht. Ex-daklozen kwamen er onder één dak met reguliere huurders. Daarna schoten soortgelijke projecten als paddestoelen uit de grond. Nederland telt nu tientallen woonprojecten, schat Davelaar.

Ze kwamen er niet alleen vanwege hun nobele intentie. Vastgoedeigenaren lieten lege kantoren ombouwen tot appartementencomplexen en verdienden zo toch nog aan hun panden. En Utrechtse woningbouwcorporaties bouwden verouderde appartementen om en maakten ze zo geschikt voor gemengd wonen.

En daardoor zijn Joa Middelkoop (30, manager klantenservice) en André de Ruiter nu buren. In Majella Wonen bewonen voormalig daklozen de helft van de zeventig appartementen, reguliere huurders de rest, vertelt Middelkoop. Op alle verdiepingen zijn de bewoners fifty-fifty gespreid, zegt zij. En ex-daklozen krijgen wekelijkse begeleiding, die geleidelijk wordt verminderd. Na drie jaar moeten ze zelfstandig wonen. Volgens Middelkoop doet het merendeel van de bewoners mee met de activiteiten die in het huis worden georganiseerd, zoals spelletjesdagen, film- en salsa-avonden. Mensen die niet meedoen, worden hierop aangesproken, zegt zij.

Gaat het altijd goed? Nee, zegt Davelaar. Soms stelt een reguliere huurder zich te veel op als hulpverlener. En als er te veel mensen met een „zware problematiek” bij elkaar wonen, zet dat het collectief onder druk, zegt Davelaar. „Dat zorgt voor veel onrust.”

Toch hebben de meeste bewoners vooral baat bij het gemengd wonen, zegt de onderzoeker. En niet alleen de kwetsbare mensen, zegt hij. Reguliere bewoners stellen vooroordelen bij over de groep waarmee ze samenwonen.

Voor Joa Middelkoop heeft het woontraject nog een ander voordeel. „Ik kom oorspronkelijk uit een dorp. Toen ik naar Utrecht verhuisde, voelde ik me af en toe best eenzaam en kende ik helemaal niemand. Ik heb hier veel nieuwe vriendschappen opgedaan en altijd iemand om mee te eten.”

    • Martin Kuiper