Als de president trollen betaalt en nepnieuws verspreidt

Filippijnen De Filippijnse president Duterte maakt geen geheim van zijn weerzin tegen de pers. De kritische nieuwssite Rappler moet opdoeken en trollengroepen intimideren in zijn naam.

Mensenrechtenorganisaties zien het publicatieverbod voor nieuwssite Rappler als een doorzichtige poging van president Duterte om de kritische site stil te krijgen Foto Ted Aljibe / AFP

Volgens de Filippijnse president Rodrigo Duterte zijn journalisten „schaamteloze hoerenzonen” en „fuckers die vooral op geld uit zijn”. Over één van de grootste kranten in de Filippijnen zei de president dat ze onzin schrijven. En op een persconferentie stak hij eens – letterlijk – zijn middelvinger op tegen de pers.

Maar de recentste ontwikkelingen gaan verder dan plat taalgebruik alleen. De in de Filippijnen goed gelezen nieuwswebsite Rappler moet uit de lucht gehaald worden. De nationale bedrijvenwaakhond SEC bepaalde half januari dat Rappler zich niet aan de regels houdt. Filippijnse media horen voor 100 procent in handen te zijn van Filippijnen en Rappler kreeg ook Amerikaanse investeringen binnen, dus het bedrijf moet opdoeken.

De reacties van internationale media en mensenrechtenorganisaties waren eensgezind: dit is een doorzichtige poging van president Duterte om Rappler stil te krijgen en dus een serieuze inperking van de persvrijheid in de Filippijnen. De site schrijft van meet af aan kritisch over Dutertes beleid en vooral over zijn oorlog tegen drugs, waarbij de politie ‘verdachten’ van drugshandel of drugsgebruik zonder pardon neerschiet. Er vielen al duizenden doden.

Rappler kreeg die tijd niet

Dutertes woordvoerder sprak natuurlijk tegen dat de president iets met het besluit van de SEC van doen heeft gehad. Maar in een persconferentie zei Maria Ressa, de oprichter en baas van Rappler, dat zij deze „draconische straf” zeker wel als „politieke zet” ziet.

Haar belangrijkste argument is hoe snel alles ging. Het onderzoek van de SEC naar Rappler was binnen vijf maanden af, dat duurt normaal veel langer. En bedrijven krijgen altijd een jaar de tijd om ervoor te zorgen dat ze weer aan de regels voldoen. Rappler kreeg die tijd niet. De site kreeg inderdaad geld van twee buitenlandse investeerders, maar die hebben geen directe aandelen.

De werkomstandigheden voor journalisten in de Filippijnen zijn notoir slecht. Niet eens zozeer vanwege censuur, media zijn relatief vrij om te schrijven wat ze willen. Het is rauwer dan dat: journalisten worden er relatief makkelijk vermoord. In de laatste 25 jaar vielen er 146 slachtoffers. Alleen in Irak was het gevaarlijker werken voor journalisten. Mexico staat op plek drie.

Volgens non-gouvernementele organisatie Reporters sans frontières huren in de Filippijnen lokale politici geregeld privémoordenaars in om journalisten het zwijgen op te leggen. De daders gaan vaak vrijuit, van vervolging is amper sprake.

Rappler-baas Maria Ressa (pratend in de microfoon) staat de pers te woord tijdens een demonstratie voor persvrijheid eerder deze maand in Manila. Foto Ted Aljibe / AFP

Internettrollen

De afgelopen paar jaar liep het aantal doden onder journalisten wel terug. De strijd heeft zich verplaatst naar de online wereld. The New York Times schreef over de Duterte Diehard Supporters, een groep internettrollen die Duterte online verdedigen en zijn critici aanvallen op sociale media. Hun initialen zijn niet toevallig hetzelfde als die van de Davao Death Squads, de beruchte doodseskaders van Davao, de stad waar Duterte jarenlang burgemeester was. De trollen van de DDS beledigen, schelden en intimideren erop los op sociale media.

Een andere groep trollen heeft al net zo’n strijdlustige naam, de Duterte Cyber Warriors. En Rodrigo Duterte houdt geen afstand tot hun onbeschaamde werkwijze, integendeel zelfs. De universiteit van Oxford ontdekte dat Duterte in zijn verkiezingscampagne 10 miljoen Filippijnse peso, dat is ongeveer 161.000 euro, had uitgegeven aan trollen om hem online te verdedigen.

In reactie op dat nieuws noemde de president de universiteit „een school voor stomme mensen”. Om daarna gewoon toe te geven dat hij inderdaad voor de online propaganda had betaald, misschien zelfs een hoger bedrag. Later kregen twee leiders van de online intimidaties een baan aangeboden op de presidentiële burelen.

Juist Rappler deed uitgebreid onderzoek naar die sociale-mediacampagne van Duterte. De website beschreef hoe zijn campagneteam gebruik maakte van trollen en meedeed aan het verspreiden van nepnieuws. Volgens de site werd Duterte mede tot president gekozen vanwege het belang dat zijn campagneteam aan aanwezigheid op sociale media hechtte. Ze waren altijd online en werkten in ploegendiensten om de hele dag door te kunnen reageren op de laatste ontwikkelingen.

De site van Rappler is nu nog in de lucht, hun journalisten werken door. Het bedrijf stapt naar de rechter en maakt bezwaar tegen het intrekken van hun vergunning.

In de tussentijd slaat Rappler-baas Maria Ressa een positieve toon aan om haar website en de persvrijheid te verdedigen. Ze hebben vertrouwen in de rechtsgang, zei ze in een persconferentie. En, zei Ressa, Rappler doet niet kritisch puur om het kritisch doen. „Een sterke democratie houdt in dat journalisten hun werk moeten kunnen doen en moeten aanwijzen wat er beter kan in een land. Een overheid die dat niet ziet, zal voortdurend fouten maken.”