Recensie

Rake grappen van Belgische straatjongens

Actiekomedie In de nieuwe film van het Belgische regisseursduo Adil El Arbi en Bilall Fallah verruilen vier tweedegeneratiejongeren hun games en jointjes voor de cocaïnehandel in de hoop ‘patsers’ te worden.

Ali B. als drugsbaron Hassan Kamikaze in ‘Patser’.

Alles in Patser van het Belgische regisseursduo Adil El Arbi en Bilall Fallah is over the top: het aantal keer dat personages over De Palma’s Scarface beginnen, de hoeveelheid neonkleuren die van het scherm spatten, de videogame-elementen die door het verhaal zijn gemonteerd. Maar die schaamteloosheid past bij een film over vier tweedegeneratiejongeren die hun games en jointjes verruilen voor de cocaïnehandel in de hoop ‘patsers’ te worden.

En het wekt sympathie, want tussen de kermiskleuren en Tony Montana-verwijzingen maakt het duo voor de hand liggende, maar daarom niet minder rake grappen. Over twintigers die geen zin hebben om bescheiden te zijn zoals hun oom; een man die om te bezuinigen op zijn lichtreclame zijn pizzeria ‘piza’ doopte. Maar ook over de politie van Antwerpen die kampt met een racismeprobleem. Jammer genoeg daalt de aandacht voor humor naarmate het aantal rondvliegende kogels stijgt. Als de actiefilmambities van het tweetal duidelijker naar boven komen, verliezen ze de eigenheid van hun eigen film uit het oog. Het steeds van locatie naar locatie verspringen – Colombia, Tanger én Amsterdam waar rapper Ali B mag opdraven als drugsbaron ‘Hassan Kamikaze’– zorgt ervoor dat de film wat inwisselbaar wordt.

    • Sabeth Snijders