Column

Ons comfortabel eenzijdige debat

Het kan uiteraard geen kwaad als overheden kennis van de nationale geschiedenis bevorderen. Het volkslied in de klas, met school naar het Rijksmuseum – niets op tegen. En alert blijven op de conservering van ons verleden heeft ook nogal zin, want Witte de With en Jan Pieterszoon Coen verdwijnen niet uit onze geschiedenis als je kunstcentra of scholen ontdoet van hun namen.

Alleen: hoe zit het met het heden?

Want nu het debat over ‘beeldenstorm’ c.q. slavernijverleden al best lang duurt, vooral dankzij politici die profiteren van cultuurstrijd, heb ik wel behoefte aan, hoe zeg ik dit netjes, een zekere verbreding.

De geschiedenis ophemelen en excuses weigeren voor het slavernijverleden is één ding. Maar voor de nationale geloofwaardigheid zou het geen kwaad kunnen als dit gepaard ging met de erkenning dat discriminatie van nieuwe Nederlanders niet echt verdwenen is.

Zo toonde het AvroTros-programma Radar maandagavond aan dat uitzendbureaus nog steeds bereid zijn werkgevers te helpen bij arbeidsdiscriminatie. Een bedrijf zegt: we hebben slechte ervaringen met Marokkanen, Turken en Surinamers. Bijna de helft van de commerciële arbeidsbemiddelaars zegt dan: houden we rekening mee.

Arbeidsdiscriminatie is fnuikende discriminatie. Ontzeg mensen werk op basis van hun afkomst, en je ontzegt ze in feite entree tot de maatschappij.

Het is niet bepaald nieuw. Verhalen hierover zijn er al tientallen jaren. Maar met de agendering ervan is het droevig gesteld geraakt: eigenlijk heeft niemand het er nog over. Pleur op – daar haakte iedereen meteen op in. Nederland voor de Nederlanders – doet het al jaren uitstekend. We moeten problemen met allochtonen benoemen – idem.

Intussen hebben we een Kamerlid dat is veroordeeld wegens aanzetten tot discriminatie – maar ook daar begint niemand meer over.

Dus we kunnen ons afzetten tegen identiteitspolitiek die tot doel heeft de blanke of witte Nederlander te brandmerken – uitstekend. Maar laten we Nederlanders, wit, blank of van welke kleur ook, dan óók aanspreken op hoe zij nieuwe Nederlanders brandmerken.

De massaliteit waarmee wij daarvan wegkijken is nu eenmaal de beste manier om te bevorderen dat die ellendige identiteitspolitiek voortbestaat. Want andermans problemen stelselmatig benoemen, en de eigen tekortkomingen stelselmatig onder de pet houden, leidt er onvermijdelijk toe dat de benoemden de rollen op een dag omdraaien – en de benoemers onder vuur nemen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.