Onderzoek

Jongeren zitten weer minder vaak op Facebook

Jongeren zitten steeds minder vaak op Facebook. Waar in 2017 nog 80 procent van de 15- tot 19-jarigen aangaf het platform het afgelopen jaar minstens één keer gebruikt te hebben, is dat nu 72 procent. Het Facebookgebruik in andere leeftijdsgroepen steeg evenmin, blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar sociale media van bureau Newcom. Het is voor het eerst dat het gebruik van Facebook in Nederland stagneert.

Ook het aantal Nederlanders dat dagelijks op Facebook actief is, daalt. Zo ging het dagelijkse gebruik onder 15- tot 19-jarigen van 54 naar 43 procent; onder 20- tot 39-jarigen ging dat van 70 naar 67 procent.

Vorig jaar daalde het gebruik al onder jongeren. Nu is het „onomstotelijk” zegt onderzoeker Neil van der Veer: „Pas na meerdere jaren van daling, kun je spreken van een trend.” Newcom nam een steekproef van ruim 6.700 mensen. Zij zijn representatief voor de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder, aldus het bureau, dat het onderzoek sinds 2010 uitvoert.

Het populairste sociale medium is WhatsApp; 11,5 miljoen Nederlanders maken daarvan gebruik, van wie 8,3 miljoen dagelijks. Nederland telt 10,8 miljoen Facebook-gebruikers, van wie 7,6 miljoen dagelijkse gebruikers. Instagram groeide het sterkst van alle platformen, naar 4,1 miljoen gebruikers.

Onder 15- tot 19-jarigen haalde Instagram Facebook in wat betreft het aantal dagelijkse gebruikers. Ook Snapchat en YouTube worden door die groep nu voor het eerst vaker dagelijks gebruikt dan Facebook.

Onder 20- tot 39-jarigen en onder 40- tot 64-jarigen is Facebook na WhatsApp wel het populairste platform en onder 65+’ers zelfs populairder dan WhatsApp. Van der Veer: „Ouderen zitten vooral op sociale media omdat hun kinderen erop zitten. Als die weggaan, heb je er als ouder weinig meer te zoeken.” De reden dat jongeren Facebook niet meer gebruiken is tweeledig, zegt hij: „Enerzijds zijn het sociale motieven. Ze voelen zich er niet meer thuis of er zitten te veel mensen op met wie ze zich niet kunnen identificeren. Anderzijds bieden Instagram en Snapchat voldoende alternatief.”

    • Menno Sedee