Sakdiyah Ma’ruf neemt in haar shows onder anderen extremisten die stiekem geobsedeerd zijn door porno op de hak. „We hebben allemaal onze gebreken.”

Foto AFP

‘Mijn grappen over de islam gaan ook over mij’

Sakdiyah Ma’ruf is de eerste vrouwelijke stand-upcomedian van Indonesië, én moslim. Toch schuwt ze grappen over de islam niet. „Álles is zelfspot. Mijn doel is niet de islam te beledigen.”

Op het podium maakt ze grappen over push-up-beha’s en wat die voor een vrouw kunnen doen. Ze vertelt dat ze naar de kapper gaat en zelfs haar benen scheert voor een bijzondere gelegenheid. „Dat is helemaal aan me te zien, toch?” vraagt Sakdiyah Ma’ruf ironisch aan haar publiek. Dat is het namelijk absoluut niet, want ze draagt een lange, verhullende jurk en een hijab, een hoofddoek.

Sakdiyah Ma’ruf (35) is de eerste vrouwelijke stand-upcomedian van Indonesië en ze is moslima. Een bijzondere combinatie. Ze zit vaak klem, vertelt ze in een lunchtentje in Jakarta. „Eén van mijn grote zorgen is dat ik vaak verkeerd begrepen word.”

Ze zit klem tussen aan de ene kant andere moslims, die boos worden omdat ze volgens hen hun godsdienst te grabbel gooit als ze kritiek uit. Aan de andere kant moet ze zich verdedigen tegen het clichébeeld vol vooroordelen dat de westerse wereld van moslims heeft. En voelt ze dat ze steeds wordt ‘getest’ of zíj wel liberaal genoeg is.

Neem de vraag waarom ze eigenlijk een hoofddoek draagt, die krijgt ze zo vaak van niet-moslims. Op het podium vertelt ze erover. Dat ze dan bedenkt dat ze is afgestudeerd, dus dat mensen vast een slim antwoord van haar verwachten. „Dan zeg ik maar dat een hijab het ideale middel tegen een bad hair day is.”

Ze wil de hoofddoek niet belachelijk maken, juist niet. Wel het idee dat progressief zijn zou inhouden dat je níéts mag doen om de simpele reden dat je erin gelooft. „Natuurlijk mag je ergens religieuze redenen voor hebben.”

Showtjes in de achtertuin

Het was allesbehalve vanzelfsprekend dat Sakdiyah Ma’ruf op een podium terecht zou komen. Ze groeide op in Pekalongan, een stadje in het midden van het eiland Java, in een streng islamitisch en conservatief gezin.

Hun roots liggen in Jemen, vertelt ze, het was háár gemeenschap die de islam naar Indonesië gebracht zou hebben, honderden jaren geleden. Al is tegenwoordig niet Jemen, maar Saoedi-Arabië het helemaal in haar omgeving.

Ma’ruf vertelt hoe een buurvrouw de ene helft van het jaar in Saoedi-Arabië woont en de andere helft in Indonesië. Ze is met een Arabier getrouwd. „Zij is onze Saoedi-dealer, ha, bijna zoals een drugsdealer.” De buurvrouw importeert en verkoopt beha’s, kleding, parfum, van alles. „Zolang het uit Saoedi-Arabië komt, is het goed.”

Waar komt die obsessie vandaan? Deels is het een religieus ding. Voor veel moslims is een reis naar Mekka toch één van de belangrijkste doelen in hun bestaan. „Verder identificeren ze zich graag met Arabische gebruiken, die stralen kennelijk een soort superioriteit uit. Ik noem het bewust Arabisch, niet islamitisch, want veel gewoonten zíjn helemaal niet islamitisch. Hoe we ons kleden, hoe we onze handen beschilderen op een bruiloft of hoe we ons eten klaarmaken.”

Foto AFP

In die conservatieve omgeving was Ma’ruf van jongs af zoekende, naar manieren om zich uit te drukken. Ze ging op zoek naar haar stem, zoals ze het zelf zegt. Als kind stond ze in de achtertuin in haar eentje een show weg te geven, hardop tegen zichzelf.

Met haar zus keek ze naar Amerikaanse comedy op televisie, met Indonesische ondertiteling. Naar Seinfeld, Roseanne en The Cosby Show. Mocht dat zomaar van haar ouders? „Zolang we binnen bleven in plaats van buiten rondzwierven was het prima. Al zei mijn moeder wel: zo zijn wij niet, hè, dat doen wij hier anders.”

Zij en haar zus gingen in Yogjakarta Engels studeren. Het was een overwinning op haar vaders ideeën over hun toekomst. Die zag zijn dochters het liefst gewoon vanuit huis zo snel mogelijk trouwen met een van hun verre neven. Maar ze gingen. In Yogjakarta begon Ma’ruf met stand-upcomedy. Stiekem. Al snel reisde ze af en toe naar Jakarta om daar op te treden. Ma’rufs ouders accepteerden haar werk, min of meer. Haar vader had het moeilijker dan haar moeder, al wordt ook zij soms boos.

Geobsedeerd door porno

Haar shows in het Engels – ze treedt soms op voor grote bedrijven, zoals Google Indonesia – verschillen van haar Indonesische optredens. Voor Indonesische televisie vroegen producenten haar weleens of ze het netjes zou houden. Geen al te harde grappen over de islam dus. Daar houdt ze dan rekening mee. „Maar ik word niet zo vaak meer gevraagd voor tv, precies om deze reden, dat ze het té vinden.”

Als ze haar vragen, is het meestal voor talkshows. „Dan hoef ik maar drie minuutjes op te treden, om te bewijzen dat ik een comedian ben. Daarna praten we over de boodschap die ik wil overbrengen.” Ze neemt extremisme op de hak, bijvoorbeeld met grappen over fundamentalistische moslims die stiekem geobsedeerd zijn door porno. Haar serieuze boodschap: „We hebben allemaal onze gebreken.”

NRC schreef een serie verhalen over de Syriëgangers wereldwijd. Kenmerkend voor de Indonesiërs: ze gingen met de hele familie en geloofden echt in het ideaalplaatje uit de IS-propaganda.

Het doet haar wel eens pijn dat Indonesiërs er zo makkelijk van uitgaan dat het haar doel is om de islam te beledigen. „Alles is zelfspot. Ik ben óók moslim, dus als iets ten koste gaat van moslims, dan gaat het óók ten koste van mij. Ik wil juist het gesprek op gang brengen over de verschillende manieren om de islam te belijden. Maar alle kritiek lijkt soms neer te komen op die simpele vraag of je voor of tegen ons bent.”

Gewelddadige vader

Aan welke kant van het geloof staat ze dan, is ze conservatief of liberaal? Ze krijgt de vraag vaak, maar het antwoord heeft ze nog niet gevonden. „Ik worstel nog steeds!”

Door haar optredens zou het makkelijk zijn om te zeggen dat ze aan de liberale, progressieve kant zit. „Alleen zijn er ook genoeg Indonesische moslims die zichzelf liberaal noemen en vinden dat je niet per se vijf keer per dag hoeft te bidden. Dat doe ik wel. Misschien ben ik gewoon nog een student. Een student van het islamitische leven.”

Toch gaan haar shows niet alléén over de islam. Ze sprak ook over huiselijk geweld. Haar vader sloeg haar moeder en zijzelf en haar zus kregen het als kind soms ook te verduren. In haar shows vertelt ze hoe ze haar vader met haar moeder „badminton zag spelen”. Tot ze zich realiseerde dat het nogal vreemd was, omdat haar vader niet uit China komt, zoals de meeste badmintonners.

Sakdiyah Ma’ruf vertelde vorig jaar in een TED talk over haar jeugd.

Die grap zou ze nu niet snel meer maken. Vorig jaar is haar vader overleden. Ze heeft hem het geweld vergeven, zegt ze. „Dat is een soort gegeven, nu hij is overleden. Ik heb het moeilijker om mezelf te vergeven.”

Ze voelt zich, nu haar vader is overleden, schuldig dat ze zijn slechte kanten met de wereld heeft gedeeld. „Maar ik hoop dat het bewustzijn over huiselijk geweld erdoor groeit. En ik hoop dat het in de ogen van God ook iets van zijn last afhaalt. Dat het bij een breder publiek bekend was, verlicht hem misschien iets. Zo kan ik mijn eigen besluiten rechtvaardigen en er vrede mee hebben.”

    • Annemarie Kas