Recensie

Maisky, Argerich en Jansen leveren gedenkwaardige klank

Klassiek

Ter ere van de zeventigste verjaardag van cellist Mischa Maisky speelde hij, samen met andere grootheden Martha Argerich en Janine Jansen, in het Concertgebouw.

Bij een gezamenlijk concert van drie zulke sterren is het programma eigenlijk secundair. Foto Eduardus Lee

Hoewel het concert ter ere van cellist Mischa Maisky’s zeventigste verjaardag werd gegeven, was Martha Argerich de onbetwiste ster van de avond. De Argentijnse pianiste trad in 2003 voor het laatst op in het Concertgebouw in Amsterdam, maar het massaal aanwezige publiek kon nu vaststellen dat ze nog altijd een fenomeen van ongebreidelde muzikaliteit is. Argerich (76) heeft een reputatie van wispelturigheid en afzeggingen te elfder ure, dus toen Concertgebouwdirecteur Simon Reinink voorafgaand aan het concert het podium betrad hield menigeen zijn hart vast. Gelukkig had hij slechts een trits programmawijzigingen. „Ze zijn alle drie in huis”, stelde Reinink de zaal gerust.

Beethovens Tweede cellosonate, op. 5 en Schumanns Eerste vioolsonate waren nieuw, maar bij een gezamenlijk concert van drie zulke sterren – violiste Janine Jansen maakte het trio compleet – is het programma eigenlijk secundair. Alleen het aura van hun aanwezigheid zorgde al voor opwinding, die door elk detail werd versterkt: de manier waarop Maisky zijn kruk dichter naar die van Jansen trok, het gedecideerde omslaan van de pagina’s door Argerich, de voorzichtige arm die Jansen na afloop om haar schouders legde.

Twintig jaar geleden zetten Argerich en Maisky met violist Gidon Kremer het Tweede pianotrio van Sjostakovitsj roemrucht op cd. De uitvoering met Jansen deed daar qua intensiteit niet voor onder. De pianoakkoorden waarmee Argerich het Largo inzette, schijnbaar achteloos maar diep doorvoeld, vormden het emotionele zwaartepunt van de avond. En toen moest de furieus gespeelde finale nog komen, een nachtmerrieachtige wildedans die voortdurend dreigde te ontsporen.

Een meer gestileerde lezing kreeg het Eerste pianotrio, op. 49 van Mendelssohn. De veelzijdige elegantie van Jansen, de marmeren klank van Argerich en de ziedende bravoure van Maisky vormden een ongelijksoortige, maar gedenkwaardige trioklank. Die helemaal tot zijn recht kwam in het bezielde viool- en celloduet van het Andante, dat op vleugels gedragen werd door het spel van Argerich.

Correctie 31-1-2018: In de intro van dit stuk werd Mischa Maisky per abuis aangeduid als vrouw.