‘Liever geen Marokkaan of Turk’, vraagt de klant

Discriminatie Uitzendbureaus werken op grote schaal mee aan discriminatie, toonde het programma Radar aan. Wat is er precies aan de hand?

Illustratie iStock, bewerking NRC

Uit onderzoek van televisieprogramma Radar blijkt dat een aantal uitzendbureaus discrimineert op afkomst, wanneer een opdrachtgever daarom vraagt. Vier vragen over de onthulling en discriminatie in de uitzendbranche.

  1. Wat is er precies aan de hand?

    In de uitzending van maandag onthult Radar de uitkomsten van eigen onderzoek. Redacteuren van het consumentenprogramma belden met 78 uitzendbureaus uit de twaalf provinciehoofdsteden. Ze deden zich voor als medewerker van een fictief bedrijf, op zoek naar tijdelijke krachten voor een callcenter en stelden de vraag of rekening kon worden gehouden met recente vervelende ervaringen met „Marokkanen, Surinamers en Turken”. Liever geen uitzendkrachten met een dergelijke achtergrond, dus. Van de 78 uitzendbureaus beantwoordde 47 procent de vraag positief, 14 procent zei dat het de opdrachtgever vrij staat zelf te kiezen uit het aanbod, 36 procent verkocht ‘nee’ en de rest nam geen beslissing.

    Het College voor de Rechten van de Mens is verbijsterd dat zoveel uitzendbureaus instemden met het verzoek. De Algemene wet gelijke behandeling schrijft voor dat niemand gediscrimineerd mag worden op basis van ras, afkomst of nationaliteit.

  2. Om welke uitzendbureaus gaat het?

    Dat vertelt Radar niet. Onder de gebelde uitzendbureaus zijn in ieder geval vijf leden van de NBBU, belangenbehartiger van bijna 1.100 uitzendbureaus en andere flexorganisaties. Uitzendbureaus Tempo-Team en Randstad zetten na de uitzending een persbericht op hun website, waarin ze maatregelen aankondigen „om herhaling te voorkomen”.

    Joost Heeroma, woordvoerder van beide uitzendbureaus, laat weten voor de uitzending te zijn gebeld door Radar. „Omdat we het belangrijk vinden dat dit probleem wordt opgelost, is er een persbericht uitgegaan. Ook bij ons is dit niet goed gegaan.”

  3. Wat wordt er gedaan tegen discriminatie in de uitzendbranche?

    In 2012 bleek al uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat werkzoekenden met een Turkse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond veel minder snel een baan vinden via een uitzendbureau dan autochtonen. Om twee banen aangeboden te krijgen, waren voor een autochtoon gemiddeld vier bezoeken aan een bureau genoeg. Werkzoekenden met een niet-westerse achtergrond hadden zeven bezoeken nodig.

    Brancheorganisaties beloofden na het verschijnen van dat rapport actie te ondernemen. Naast speciale gedragsregels zijn er workshops, ‘webinars’ en opleidingsprogramma’s ingezet om discriminatie te voorkomen. Leden van brancheorganisatie ABU moeten bijvoorbeeld kunnen aantonen dat ze beleid voeren op dit gebied.

    ABU-directeur Jurriën Koops noemt de uitkomst van het onderzoek van Radar in een reactie dan ook „ onacceptabel” en „teleurstellend”. „Het leert ons dat we onze leden en de medewerkers continu moeten informeren en trainen. En dat discriminatie een hardnekkig maatschappelijk probleem is dat niet alleen met voorlichting is op te lossen.”

    Lees meer over discriminatie op de arbeidsmarkt: Afkomst weegt bij sollicitatie zwaarder dan strafblad
  4. Is de onderzoeksmethode die Radar gebruikt verantwoord?

    De redacteuren van Radar deden zich voor als iemand anders. Volgens de leidraad van de Raad voor de Journalistiek is dat toegestaan, mits er geen andere manier is om een misstand aan te tonen. Ook geldt dat een journalist nooit een incident mag uitlokken met de bedoeling nieuws te maken. De Raad voor de Journalistiek kan niet beoordelen of daar in dit geval sprake van was, daarvoor zou het tot een zaak moeten komen.

    Lees meer over het gebruik van een verborgen camera of microfoon: Opnieuw ligt de methode-Rambam onder vuur