NRC checkt: ‘Kans dat geregistreerde na overlijden donor wordt is 1 op 10.000’

Dat schreef de Volkskrant vorige week naar aanleiding van het debat over orgaandonatie.

Foto ANP

De aanleiding

Voor zijn wekelijkse verslaggeverscolumn volgde de Volkskrant-redacteur Ariejan Korteweg vorige week Pia Dijkstra, Kamerlid voor D66. Met het oog op het debat in de Tweede Kamer over de Wet op de orgaandonatie, deze dinsdag, werd in het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam een documentaire vertoond waarin Dijkstra sprak met (ex-)patiënten. Korteweg vond het „bijzonder leerzaam”, schreef hij. „Zo wist ik niet dat de kans dat een geregistreerde na zijn overlijden echt donor wordt maar een op tienduizend is.”

Waar is het op gebaseerd?

De uitspraak werd gedaan in het vertoningszaaltje. Mieke Pennock, woordvoerder van Dijkstra en aanwezig bij de bijeenkomst, weet niet meer wie het precies zei. Ze weet wel waar het cijfer vandaan moet komen, namelijk waar álle cijfers van orgaandonatie vandaan komen: van de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS). Die stichting voert de Wet op de orgaandonatie uit en verzamelt cijfers van ziekenhuizen en transplantatiecentra waar donaties worden uitgevoerd.

Omdat de NTS de enige organisatie is die overzicht heeft over de cijfers, zou het checken van de uitspraak tot een cirkelredenering kunnen leiden. De Rotterdamse hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen zegt dat alle onderzoekers van dit terrein zich verlaten op de gegevens van de NTS. Voor zover hij weet klopt in elk geval de strekking van de bewering: „De kans dat je een orgaan doneert is kleiner dan de kans dat je ooit een orgaanbehoevende patiënt wordt.”

En, klopt het?

Jeantine Reiger, hoofd communicatie van de NTS, zegt eerst dat de uitspraak klopt. Maar later belt ze terug: het klopt toch niet. De verhouding van 1 op de 10.000 wordt vaker genoemd, maar die staat voor het gegeven dat elke tienduizend mensen die zich nu laten registreren als orgaandonor, uiteindelijk één daadwerkelijke donor per jaar extra zal opleveren.

Een donor is volgens de definitie van de NTS iemand van wie een of meer organen worden getransplanteerd in het lichaam van een patiënt. „Als bij iemand een nier wordt uitgenomen met de bedoeling die te transplanteren, en de nier blijkt bij nader onderzoek een tumor te bevatten, gaat de transplantatie niet door. Dan wordt degene die zijn nier ter beschikking had gesteld, niet meegeteld als donor.”

Jaarlijks overlijden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek circa 150.000 mensen in Nederland. Van gemiddeld rond de 250 overledenen worden uiteindelijk een of meerdere organen getransplanteerd in patiënten. Dat is cru gezegd het resultaat van op- en aftellen.

Doorgaans zijn per jaar niet meer dan 800 à 1.000 mensen medisch geschikt om organen af te staan, en overleden in een ziekenhuis. Van die ‘geschikte’ mensen staat gemiddeld ongeveer een kwart in het register met de mededeling ‘ja, ik wil donor zijn’. Bij overledenen die zich bij leven niet hebben laten registreren, wordt aan de nabestaanden gevraagd of zij alsnog instemmen met transplantatie.

Als je die hele som maakt, zegt Reiger, zich baserend op cijfers uit 2014-2016, dan blijkt de kans om daadwerkelijk organen te doneren voor iemand die een geregistreerd donor is, ongeveer 1 op de 200.

Conclusie

We bekeken de kans dat van een geregistreerd donor daadwerkelijk een orgaan wordt getransplanteerd. In de Volkskrant werd gesteld dat die kans 1 op 10.000 is. In feite is die kans ongeveer 1 op 200. We beoordelen de uitspraak als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Bas Blokker