In nieuw licht

Het fijne van sommige gedichten is dat ze klassieke elementen vermengen met het dagelijks leven, op zo’n wijze dat de combinatie meer is dan de som der delen. Neem nou dit vers van Ingmar Heytze. Alles zet hij op zijn kop: de Hof van Eden, de zondeval, de nationaliteit van God. En net als je denkt dat het hier alleen maar om de lach gaat, is er dat slot, en het besef dat wij, in ons lijden, misschien niet zo heel veel verschillen van ons voorgeslacht. Het oude met het nieuwe vermengen, en daardoor het bekende in een onverwacht licht zetten: dat is mijn lievelingspoëzie.

Ingmar Heytze

Het paradijs was geen grote tuin maar een riante, bijna geluidloos rijdende auto
die over Gods vele wegen suisde. Ja, af en toe stapten Adam en Eva uit
om de benen te strekken, dan liepen ze een stukje de bush in en maakten
een mooie parabel mee met een dier, maar ze gingen nooit ver
van de veilige Duitse auto (God is een Duitser) waarin ze almaar verder reden.

Op een dag vraagt Eva zich hardop af: ‘Waar is
deze knop voor?’
en dan zegt God, die al die tijd onzichtbaar op de achterbank zat:
‘Die knop mag je niet indrukken.’ Eva drukt op de knop
en het ingebouwde navigatiescherm komt tot leven.

Een neutrale vrouwenstem vertelt ze hoe lang ze nog onderweg zijn,
waar ze naar op weg zijn en hoe ze moeten rijden in de tussentijd.

    Adam: ‘Zijn we daarnaar op weg?’
    Eva: ‘En duurt dat nog zo lang?’
    Adam zegt: ‘Zijn we nu werkelijk alleen maar daarnaar op weg?’
    Eva: ‘En daarna dan?’
    Adam: ‘Willen we eigenlijk wel weten dat we…’

Maar het is al te laat. Voortaan kennen ze hun bestemming, reistijd, flitspalen,
oplaadpunten en toegestane snelheid. Ze kunnen nog steeds alle kanten op,
maar nu is er een stem die de route kent en die voor eeuwig de weg
naar het einde herberekent.

    • Ellen Deckwitz