Wittenburg: de angst, het zwijgen en het geweld

Wijk Wittenburg en de schietpartij

De gewelddadigheid in Wittenburg heeft een nieuwe dimensie door de toevloed van (drugs)toeristen. Gevolg van ‘roekeloos liberalisme’ in Amsterdam.

Eerbetoon, dinsdag in de Amsterdamse wijk Wittenburg bij buurtcentrum, voor doodgeschoten Mohamed Bouchikhi. Foto’s Joris van Gennip

Met de politie praten? Nee, dat doet hij niet. De donkere ogen van de buurtvader (46) zijn rood. Hij slaapt er slecht van, zegt hij. Hij was erbij, vrijdagavond, met zijn zoon van tien jaar. Ze doken onder een tafel, zagen de schutters met bivakmutsen op rondrennen. Hoorden ook hoe een Algerijn, een bekende in de buurt, bijna een minuut lang de daders wist tegen te houden bij de deur. „Hij praatte op ze in, won tijd. Dapper.” Maar de politie vertellen wat hij weet? Dat doet hij niet.

Vrijdagavond werd de 17-jarige Mohamed Bouchikhi doodgeschoten in het buurthuis op het eiland Wittenburg, aan de oostelijke rand van Amsterdam-Centrum. Hij liep er stage. Twee mannen, met bivakmutsen, losten tien schoten in een vol buurthuis. Er waren kinderen aan het koken, anderen waren aan het sporten. De schutters zochten „die Surinamer” – dat riepen ze volgens ooggetuigen – en raakten hem uiteindelijk met drie kogels. Hij, Gianni L. van 19 jaar, overleefde. Een andere stagiaire werd geraakt in het been. Bouchikhi wordt eind deze week in Marokko begraven.

Dat er zo veel jeugd in het buurthuis was, was juist onderdeel van ‘Plan B’, zegt een sport-buurtwerker (27) die alle jongeren in de buurt kent. „We voelden ons ’s avonds al maanden onveilig buiten nadat in november een jongen was doodgeschoten.” Dat was de 19-jarige Ayman Nouya. Ook zo’n aardige jongen, volgens buurtbewoners. Ook de sport-buurtwerker is niet van plan met de politie te praten, zegt hij, omdat hij die niet vertrouwt en om dezelfde reden dat hij en de buurtvader niet met hun naam in de krant willen: angst voor de daders.

Bij de schietpartij in november was Gianni L. ook aanwezig. Het zou een uit de hand gelopen ruzie zijn geweest over Gianni’s scooter die was gestolen. De dief was aangesproken door Gianni en zijn vrienden. Woedend beende de ‘dief’ naar huis en haalde een vuurwapen. Waarmee hij Nouya doodschoot en Gianni raakte.

De oostelijke eilanden zijn een atypisch gebied in Amsterdam-Centrum. Vanouds waren het arbeidersbuurten, oorspronkelijk met scheepstimmerlieden voor de VOC-vloot, later vooral gericht op de fabrieken van Stork en Werkspoor. Roerig volk, legendarische opstanden, waarbij Kattenburgers indien nodig de bruggen ophaalden om het gezag buiten te houden.

Buurtjes als kampongs

Ontoegankelijkheid is nog altijd een kenmerk van de drie buurtjes Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg, die als kampongs aan de Wittenburgergracht liggen; één toegangsweg en daarachter een wirwar van straatjes die vaak op het water doodlopen. Wie niet echt in deze buurt hoeft te zijn, komt er niet. Één kilometer verderop ligt de Nieuwmarkt, een van de drukst bezochte toeristische plekken van de stad.

Vanaf de jaren 70 is op de oostelijke eilanden grootschalig gesloopt en gebouwd. Wat is gebleven, is de relatieve armoede onder de bevolking. Gemiddeld een stuk armer dan de rest van het Centrum, waar (met Zuid) de duurste huizen en de duurste winkels staan. Op de eilanden is 60 procent van de huizen van woningcorporaties. Hier wonen relatief veel ouderen en relatief meer mensen met een niet-westerse migratie-achtergrond – de cijfers komen uit een gemeentelijke gebiedsanalyse uit 2017.

We voelden ons ’s avonds al maanden onveilig buiten nadat in november een jongen was doodgeschoten.

Erik Heijdelberg woont aan de overkant van de Oostenburgergracht, maar doet zijn boodschappen bij de Albert Heijn aan de Kleine Wittenburgerstraat. „Een paar jaar geleden is die met geweld overvallen.” Een groep jongens van Marokkaanse komaf, stormde in 2008 de supermarkt binnen en vertrok met allerlei spullen. Toen bleek dat het personeel foto’s van de dieven had gemaakt, stonden die een paar dagen later met bakstenen voor de winkel om de vakkenvullers op te wachten – „goed mogelijk dat dit buurt- of schoolgenoten van hen waren”, zegt Heijdelberg.

Heijdelberg is buurtbewoner maar ook voorzitter van de raad van bestuur van de William Schrikkerstichting, een instelling die jongeren begeleidt en opvangt die in aanmerking komen voor jeugdbescherming of -reclassering. „De jongens die zo gewelddadig zijn in deze buurt”, zegt hij, „die zouden zomaar bij ons bekend kunnen zijn.” Hij geeft een opsomming van hun kenmerken: laag IQ, grote mate van impulsiviteit en beïnvloedbaarheid, een gebrekkig ontwikkelde gewetensfunctie.

Hij werkt al lang met dit soort jongens. Hij heeft ze met elkaar en de rest van de wereld zien knokken op het August Allebéplein in West in de jaren 90. Maar in de afgelopen jaren is er iets veranderd waardoor hun gewelddadigheid een nieuwe dimensie heeft gekregen, vindt Heijdelberg. De economie van de stad.

Nieuwbouw in Wittenburg.

Foto’s Joris van Gennip

Sinds 2014 beleeft Amsterdam een reusachtige opleving van het toerisme: meer dan 17 miljoen bezoekers per jaar. Maatschappelijk en politiek is er veel aandacht voor de uitwassen van die opleving. Men spreekt over de pretparkisering van Amsterdam. De gemeente heeft daarom de bierfiets in delen van het centrum verboden en Airbnb aan banden gelegd.

Heijdelberg vindt dat een belangrijk gevolg van de toeristenboom door het stadsbestuur niet wordt geadresseerd, en dat is de drugseconomie die ermee gepaard gaat. Jellinek, een instelling voor verslavingszorg inventariseerde enkele jaren geleden onder zogenoemde ‘drie dagen toeristen’ die Amsterdam bezochten of ze van plan waren drugs te gebruiken. Daarvoor werden bezoekers van coffeeshops en low-budgethotels benaderd. Van hen zei 70 procent van plan te zijn drugs te gebruiken. Die drugs wilden ze kopen bij „coffeeshops, bewoners van Amsterdam, straatdealers en dealers in het nachtleven”, zo staat het in een gemeentelijk stuk, Aanpak intimidatie (nep)drugsdealers stadsdeel Centrum uit 2016.

Lees ook: Dode en twee gewonden bij schietpartij Amsterdam

Er staan ook bevindingen van de politie in dat rapport. Zoals dat in 2015 in drie maanden 1.208 verdachten van nep-drugshandel werden aangehouden. Van de verdachten wordt vermeld dat ze potentiële klanten bedreigen, dat ze bewoners en ondernemers treiteren, dat ze agressief zijn en wapens dragen en gebruiken. In het rapport: „Het probleem is bekend, de daders zijn bekend, het probleemgebied is bekend en de slachtoffers zijn bekend. Toch neemt de problematiek in stadsdeel Centrum toe.”

Drie scooterminuten

Heijdelberg somt de hotspots op: de kop van de Geldersekade, de Nieuwendijk en de Haarlemmerstraat. „Alles op minder dan drie scooterminuten van de jongens op de Oostelijke eilanden. De gelegenheid om zich in te laten met drugscriminaliteit is domweg groter geworden.” Hij ziet dat de gemeente doorgaat met beleid dat het toerisme en, onbedoeld, het drugstoerisme bevordert. „Een vergunning voor een hostel met 2.000 bedden in Noord. Je kunt nu al uittekenen waar de scootertjes van de dealers zullen parkeren. Dit is roekeloos liberalisme.”

Heijdelberg wijst op de 23-jarige jongen uit Kattenburg die eind 2016 is geliquideerd in de Colombiaanse stad Medellín. „Ouders weten vaak niet wat hun jongens allemaal doen”, zegt hij. „Ze kijken er pas van op als hij in een jas van Canada Goose aankomt. Zo krijg je een rare, bedreigende zwijgcultuur.”

‘We houden het maar stil’

Meld wat u weet, zei interim-burgemeester Jozias van Aartsen maandag tegen buurtbewoners via de lokale zender AT5. „Er is sprake van handel in verdovende middelen (…) Maar er is een vorm van ‘we houden het maar stil. We praten er niet over, we vertrouwen de politie niet’.” Hij kondigde extra politie-surveillance, camera-bewaking en streetcoaches (ongewapende mannen die de openbare orde handhaven) voor de buurt aan.

Maar de buurtwerker blijft voorlopig met zijn sportactiviteiten op het plein achter de Oosterkerk, dieper de wijk gaat hij niet in – te griezelig.

Een Surinaams-Nederlandse vrouw (33) staat in de speeltuin op Wittenburg met het zoontje van haar zus. Ze is geboren in deze buurt en herinnert zich hoe de overlast ontstond: achttien jaar geleden. „Er hingen Surinaamse jongens hier ’s avonds op het plein. Later kwamen de Marokkaanse jongens. Die hangen er nog rond. Veel geschreeuw, stoer gedrag. Met oud en nieuw steken ze onderdelen van de speeltuin in brand.” Is ze bang na donker? „Ja”, knikt ze. „Maar ik weet welke straten en mensen ik moet mijden.”

Correctie 23/2: In een eerdere versie van dit artikel werd gerefereerd aan onderzoek van verslavingsinstelling Jellinek waaruit zou blijken dat zeventig procent van de zogenoemde driedagentoeristen in Amsterdam van plan was drugs te gebruiken. Het onderzoek was opgenomen in een plan van aanpak van de politie uit 2016. Jellinek heeft geen kwantitatief onderzoek gedaan maar een inventarisatie uitgevoerd onder gasten van coffeeshops en low-budgethotels. Er kan op basis van deze inventarisatie geen uitspraak worden gedaan over het aandeel driedagentoeristen dat van plan is drugs te gebruiken.

    • Bas Blokker
    • Frederiek Weeda