Meer dan honderdvijftig boeren uit het aardbevingsgebied in Groningen komen maandag bij elkaar in een theater in Delfzijl. Ze willen hun verhalen delen en de aandacht vestigen op de aardbevingsproblemen onder de boeren. Zo is de Stichting Boerenbelang Mijnbouwschade opgericht om een gezamenlijke claim te onderzoeken.

Foto’s Kees van de Veen

Groningers met bevingschade vaker psychische klachten

Onderzoek bevingsstress Groningers met meervoudige aardbevingsschade hebben twee keer zo veel stressklachten en zijn twee keer zo vaak psychisch ongezond, blijkt uit onderzoek. De spanning kan fatale gevolgen hebben. „Ze staan ermee op en gaan ermee naar bed.”

„Ik heb genoeg momenten gehad, waarop ik dacht: ik trek het niet meer. Nou ga ik naar de NAM-locatie en steek ik hem in de brand.”

Aan het woord is een van de 64 Groningers die werden geïnterviewd door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen. De interviews zijn onderdeel van een twee jaar durend onderzoek naar de gevolgen van de aardbevingen op het welbevinden van de Groningers. Deze woensdag verschijnt het eindrapport.

De geïnterviewde, vader van twee kinderen en bewoner van een huis met meerdere scheuren, is al twee jaar in de weer met schadeprocedures. Het geeft veel stress, zegt hij, door de onveiligheid, de gevechten met de NAM, de verbouwing. „Normaal zit ik vol energie, dan heb ik de hele week hard gewerkt en kan ik ’s avonds nog een hele tijd door, maar nu ben ik gewoon moe. Heel prikkelbaar.”

Deze stressklachten komen vaak voor bij Groningers met schade aan hun huis, blijkt uit het panelonderzoek dat de universiteit twee jaar lang uitvoerde onder ruim tweeduizend Groningers, aangevuld met twee andere panelonderzoeken. Ruim 68.000 mensen hebben meervoudige schade (als je kinderen meetelt 85.000), en van hen kampen ongeveer 10.000 mensen door de aardbevingen met stressgerelateerde gezondheidsklachten zoals hartkloppingen, slaapproblemen en hoofdpijn, meldden de onderzoekers vorig jaar al. Uit de laatste meting, afgelopen november, blijkt dat mensen met meervoudige schade dubbel zo vaak stressgerelateerde klachten hebben én dubbel zo vaak psychisch ongezond zijn als mensen zonder schade. Ook hebben ze een hoger risico op een burn-out.

Lees ook: Hoe wordt het verzakkende Groningen ooit weer veilig? En nog zestien vragen over de gaswinning in Groningen.

Die stress komt door het gevoel van onveiligheid, maar vooral door de slepende schadeprocedures, zeggen de onderzoekers Tom Postmes en Katherine Stroebe. Uit de interviews die ze afnamen, komt dit duidelijk naar voren.

Rare dingen

„Mijn indruk is dat het grootste probleem in Groningen niet de aardbevingen zijn en ook niet de scheuren, maar het gedoe eromheen”, zegt Postmes. „Sommige mensen maken echt rare dingen mee. Die krijgen rapporten op de mat die zeggen dat ze voor een deel schade hebben en voor een deel niet. En dan zegt de arbiter twee jaar later dat het rapport niet deugde. Mensen vreten zichzelf intussen op.”

Stroebe: „Ze hebben ook continu deskundigen en aannemers over de vloer. Dat veroorzaakt veel onzekerheid.”

Postmes: „Sommige mensen moeten een paar weken een huurhuis in, die moeten hun hele huis inpakken. Daar moet je wel de ruimte en middelen voor hebben.”

Stroebe: „Wat mensen met meervoudige schade meemaken, kun je niet makkelijk in één zin samenvatten. Ze staan ermee op en gaan ermee naar bed.”

Dat komt ook naar voren in de interviews. De man die fantaseerde over het in vlammen laten opgaan van de NAM moest midden in zijn verbouwing, zonder keuken en verwarming, een nieuw schaderapport afwachten.

Meer dan honderdvijftig boeren uit het aardbevingsgebied in Groningen komen maandag bij elkaar in een theater in Delfzijl. Ze willen hun verhalen delen en de aandacht vestigen op de aardbevingsproblemen onder de boeren. Zo is de Stichting Boerenbelang Mijnbouwschade opgericht om een gezamenlijke claim te onderzoeken.
Foto’s Kees van de Veen

Een gepensioneerde vrouw uit Midden-Groningen was angstig geworden nadat deskundigen haar huis ‘onveilig’ hadden genoemd. „De angst die me beetpakte als lampen heen en weer gingen of balken kraakten. Dat zijn van die rare signalen. Het gaf mij een unheimisch gevoel.”

In enkele gevallen kunnen de aardbevingen zelfs fatale gevolgen hebben, schrijven de onderzoekers. Op basis van wetenschappelijke literatuur over gezondheidsklachten concluderen ze dat de aardbevingen kunnen leiden tot minstens vijf doden per jaar: het gevolg van die slechte gezondheid en psychische problemen.

De vijf doden staan een beetje onderaan in het rapport en ze ontbreken in het persbericht. Waren jullie er zelf niet zo zeker over?

Postmes: „Intern werd er lang over gediscussieerd of en hoe dat cijfer gebracht moest worden. Als je zoiets erin zet, weet je dat het de overhand krijgt in de discussie. Maar we wilden toch duidelijk maken: mensen die dit soort gezondheidsklachten rapporteren, gaan gemiddeld eerder dood.”

De vijf doden zijn niet eens het meest opzienbarende van het rapport, vindt Postmes. „Het is te verwachten, het is geen nieuws. Het nieuws zit erin dat die gezondheidsklachten al zo vaak nieuws zijn geweest. De Groningers met meervoudige schade zijn een vergeten probleem geworden. De prioriteiten op beleidsgebied zijn: een schadeprotocol inrichten en de huizen versterken. Er zijn nu 570 woningen versterkt, het is een hele kleine groep die wordt bediend.”

De vijf doden zijn niet eens het meest opzienbarende.

Uit het onderzoek blijkt dat Groningers met schade kwaad zijn op de overheid. Dit vindt Postmes niet vreemd: ook hij windt zich op over het gebrek aan urgentie. Hij is „verbaasd” (een eufemisme) dat de overheid zo weinig heeft gedaan met de vorige rapportages. „Je verwacht dat er iets met de resultaten gedaan wordt”, zegt ook Stroebe.

Is het niet lastig om zo emotioneel betrokken te zijn bij het onderzoek?

Postmes: „Toen we begonnen met het onderzoek dacht ik dat de resultaten soepig zouden zijn. Ik verwachtte dat we veel onrust en verongelijktheid zouden vinden, maar weinig gezondheidseffecten. Maar het liep anders en nu lijkt het naar buiten toe alsof we bondgenoten van en strijders voor de Groningers zijn.’’

Lastig aan het onderzoek is dat het gaat om zelfrapportage: respondenten moeten zelf aangeven hoe (on)gezond ze zijn. Toch hebben Postmes en Stroebe fiducie in de resultaten.

Postmes: „We hebben er ook een strikvraag in gedaan.”

Stroebe: „We hebben keelpijn gemeten, een klacht die niet stressgerelateerd is. Daar vind je geen verband met schade.”

Postmes: „Bovendien komen uit alle verschillende onderzoeken ongeveer dezelfde resultaten.”

In het onderzoek pleiten jullie voor een ‘integrale aanpak’. Wat houdt dat in?

Stroebe: „Voor die 10.000 mensen met gezondheidsklachten is op dit moment niets geregeld. Je zou over gemeenten heen een structuur moeten hebben waarin mensen kunnen worden opgevangen. Dat betekent om te beginnen dat de mensen om wie het gaat in beeld gebracht moeten worden.”

Postmes: „Het zou handig kunnen zijn om een census [volkstelling, red.] te doen. Het is lastig om de feiten te kennen totdat je van deur tot deur gaat.”

Dat is nog maar het begin, zeggen ze. Er is ook meer geld nodig en bovendien een gesprek tussen alle betrokkenen. „De problematiek is complex en divers”, zegt Postmes. „Sommige mensen hebben een rechter nodig, anderen moeten horen dat hun huis veilig is. Weer anderen zouden iets kunnen hebben aan geestelijk verzorgers, want mensen praten hier niet zo makkelijk over dit soort problemen. Het zou heel goed zijn als er tussen al die disciplines en beroepsgroepen een visie ontstaat over wat men hier zou kunnen doen.”

Wie moet het initiatief daartoe nemen?

Postmes: „Na de beving van Zeerijp hebben we in noodtempo een laatste vragenlijst uitgezet. Bewoners zeggen: de regering is aan zet. Persoonlijk denk ik dat dit probleem te groot is voor de gemeenten. Misschien kan de provincie de regie voeren. Maar ik ben er pessimistisch over.”

De laatste tijd lijkt er meer aandacht en begrip te zijn voor de Groningers. Waarom zijn jullie toch pessimistisch?

Postmes: „Omdat ik heb gezien hoeveel moeite overheden hebben om hier samen aan te kunnen werken. En omdat het probleem in Den Haag nog steeds geen prioriteit lijkt te hebben. Ik denk dat onze regering nog steeds niet snapt wat de omvang, de ernst van het probleem is.”