Genactiviteit verandert op hoge leeftijd

Verouderingsonderzoek Genen hebben invloed op de ziekte waar we aan sterven. Behalve hun erfelijke code is hun activiteit belangrijk.

De 116-jarige Emma Morano zit op haar bed naast haar portret waarop ze nog als jonge vrouw staat. Foto EPA/ANTONINO DI MARCO

Het lichaam van de ouder wordende mens staat ofwel in een stand die de kans op kanker vergroot, ofwel in de stand die naar chronische verouderingsziekten leidt, zoals hartziekten of dementie. Hoe ouder de mens wordt – voorbij het zestigste levensjaar – hoe meer het lichaam in de ‘chronische-ziektestand’ komt.

Dat nieuwe inzicht onderbouwt een groep van 28 onderzoekers van overwegend Duitse instituten in een artikel dat dinsdag in Nature Communications is gepubliceerd.

De onderzoekers hebben de activiteit van genen op verschillende leeftijden gemeten bij honderden individuen van vier gewervelde diersoorten. Ze rekenden aan de verandering van genactiviteiten in de loop van het leven. Ze bestudeerden mensen, muizen en zebravisjes. Die organismen zijn al lang onderwerp van verouderingsonderzoek. Als vierde organisme namen ze een lid uit de familie van de killivisjes.

Als genen van afweer niet zo actief zijn, is weerstand tegen kanker zwak

Dat killivisje (Nothobranchius furzeri) leeft maar drie maanden en is daarmee het kortst levende gewervelde dier. N. furzeri zwemt in poeltjes in Zimbabwe en Mozambique waar een paar maanden per jaar water in staat. Ze moeten opschieten met uit het ei kruipen en eitjes nalaten.

De Duitse groep probeerde een oplossing te vinden voor een groot probleem in het genetische verouderingsonderzoek. Dat probleem is dat uit grote onderzoeken naar genmutaties die belangrijk zijn voor ouderdomsziekten en levensduur slechts twee genen als erg belangrijk naar voren komen: ApoE en FOXO3A. Die kunnen niet met zijn tweeën, temidden van 20.000 andere genen, de grote individuele verschillen in veroudering en doodsoorzaken bepalen, is het idee. Maar hoe zit het dan? Veroudering en ouderdomsziekten moeten ergens in de genen, of in de genactviteit te zien zijn.

Misschien, veronderstelden de Duitse onderzoekers, zijn er genen die verminderd actief het risico op kanker verhogen. En als ze verhoogd actief zijn de kans op chronische verouderingsziekten vergroten. Of andersom.

Het lijkt er sterk op dat dit een rol speelt. Als de genen voor het afweersysteem weinig actief zijn bijvoorbeeld, is de bescherming tegen beginnende kanker zwak. Maar als het afweersysteem erg actief is, zoals vaak bij oude mensen, dan bevordert dat diabetes en vaatziekten. En, ander voorbeeld, actieve genen voor de celdeling drijven de kankergroei aan. Maar als de celdeling inactief is vindt er te weinig herstel plaats en ontstaan er chronische ziekten.

De onderzoekers beschrijven tientallen stofwisselingsprocessen die actief een organisme naar de ene verouderingsroute sturen en inactief naar een andere. En hoe ouder mensen worden, hoe meer hun genactiviteit iemand ‘geschikt’ maakt voor degeneratieve ziekten.

    • Wim Köhler