Opinie

Geef non-fictie een eigen grote literatuurprijs

In tijden van nepnieuws biedt non-fictie feiten, diepgang en ontroering, schrijft . Daar hoort erkenning bij.

Foto iStock

Heel mooi nieuws, afgelopen week. De literatuur is een grote oeuvreprijs rijker: de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimenteel proza, met een prijzengeld van 35.000 euro.

Daarmee behoort deze, met onder meer de P.C. Hooft-prijs, de Libris Literatuurprijs en de ECI Literatuurprijs, tot de grotere in het Nederlandse taalgebied. Maar waar blijft de Grote Non-Fictieprijs?

Wat hebben de volgende boeken gemeen: De levens van Jan Six van Geert Mak, Het pauperparadijs van Suzanna Jansen, Wij zijn ons brein van Dick Swaab, De prooi van Jeroen Smit en Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk?

Ze vallen niet onder ‘experimenteel proza’, zoveel is zeker. Maar belangrijker: géén van deze non-fictiewerken, zonder uitzondering in de pers lovend ontvangen en door een groot lezerspubliek geapprecieerd, is bekroond met een belangrijke boekenprijs.

Alternatieve feiten

Non-fictie heeft de afgelopen jaren een opvallende opmars gemaakt: geschiedenis, filosofie, politiek, wetenschap, (onderzoeks)journalistiek, biografie, sport zijn populair onder lezers. In een tijd waarin de betrouwbaarheid van informatie en nieuws onder druk staat door ‘alternatieve feiten’, en informatie steeds sneller en korter wordt gepresenteerd, zijn lezers en masse op zoek naar duiding, achtergrond en context. Zij keren zich af van nepnieuws en hebben behoefte aan echte, betrouwbare informatie – niet alleen in de vorm van snackable content, maar met voldoende diepgang en nuance.

Non-fictieboeken geven daarbij houvast. Maar zij vormen niet alleen een gezaghebbende kennisbron. Ze zijn onderhoudend, grappig, ontroerend en ontregelend. Ze appelleren daarmee, zoals grote literatuur dat kan, aan de emoties en de belevingswereld van lezers.

Toch blijft de erkenning van non-fictie als prijswaardig genre daar ver bij achter. Natuurlijk, er zijn mooie en eervolle prijzen voor het beste geschiedenisboek (Libris Geschiedenisprijs), het beste filosofieboek (de Socratesbeker), het beste journalistieke boek (Brusseprijs) en beste reisboek (Bob den Uyl-prijs). Zoals er ook deelprijzen voor fictie zijn: voor debuten, korte verhalen, poëzie en – vooruit – experimenteel proza).

Kaliber Libris

Maar wat echt ontbreekt, is een prestigieuze non-fictieprijs, van het kaliber van de Libris Literatuurprijs of de ECI Literatuurprijs. De laatste nomineert (evenals de Vlaamse Fintro Literatuurprijs) weliswaar ook non-fictie, maar in de afgelopen dertig jaar kende de prijs exact vier keer een non-fictiewinnaar (de Fintro werd in de laatste achttien jaar slechts twee keer aan een non-fictiewerk toegekend).

Wat dat betreft kunnen we iets leren van het Verenigd Koninkrijk, waar al sinds jaar en dag een prachtige prijs wordt uitgereikt voor non-fictie: de Baillie Gifford Prize (voorheen de Samuel Johnson Prize en dáárvoor de NCR Book Award geheten). In de Verenigde Staten kent de prestigieuze National Book Award een aparte en gelijkwaardige prijs voor de categorie non-fictie.

Kan een sportboek winnen?

Het wordt tijd voor een Grote Non-Fictie Prijs van Nederland en Vlaanderen, gejureerd – van longlist tot winnaar – door een vakjury. In aanmerking komen boeken die zich zowel inhoudelijk onderscheiden (met nieuwe ideeën, oorspronkelijke onderwerpen of een urgente bijdrage aan een maatschappelijk debat) als door de kwaliteit van schrijven.

Vanzelfsprekend ontstaat hier ruimte voor verder debat: wat bepaalt wat een goed non-fictieboek is? Wanneer wordt non-fictie literatuur? Kan een sportboek, hoe goed geschreven ook, zo’n belangrijke prijs winnen? Interessante en relevante discussies, die – in wisselwerking met de keuzes die de jury jaarlijks maakt – alleen maar aan belang en intensiteit zullen winnen.

Een grote non-fictieprijs zal de erkenning en de volwassenwording van non-fictie als serieus te nemen genre een krachtige impuls geven. Ook zal er een grote stimulans van uitgaan voor gevestigde auteurs en jong non-fictietalent: wat ze doen is de moeite waard, en kan zomaar bekroond en beloond worden. Bovendien wijst zo’n prijs lezers de weg naar een selectie boeken die in dat jaar extra de moeite waard gevonden wordt door een jury van gezaghebbende kenners en liefhebbers.

Warm hart voor vrije woord

Wat zou het mooi zijn wanneer een belangrijke hoofdsponsor zich aan deze prijs wil verbinden. Bijvoorbeeld een financiële instelling die cultuur en het vrije woord een warm hart toedraagt, het voorbeeld volgend van Baillie Gifford en Fintro? Een boekhandelsorganisatie (in navolging van Libris en ECI)? Een cultuurfonds? Maar financiering vanuit private fondsen, legaten en donaties (zoals in het geval van de National Book Award) is natuurlijk ook mogelijk. Waar een wil is is een weg – en uw geld wordt goed besteed.

We mogen ons in het Nederlandse taalgebied gelukkig prijzen met het grote aantal voortreffelijke en getalenteerde non-fictieschrijvers. Dat gaat nog dringen worden op de shortlist van de Grote Non-Fictieprijs 2019.

Correctie (30/1/2019): in een eerdere versie stond dat de Sybren Polet-prijs met de drie andere genoemde prijzen de grootste Nederlandse literatuurprijzen vormt. Dit is onjuist. De Prijs der Nederlandse Letteren en de Theo Thijssenprijs (kinderliteratuur) hebben bijvoorbeeld (eveneens) een hoger prijzengeld, resp. 40.000 en 60.000 euro. Ook stond er vermeld dat het boek van Luyendijk Het kan niet waar zijn heet, het boek heet echter Dit kan niet waar zijn. De fout is aangepast