Geboorte van een power-vrouw

Achtergrond Katharine Graham kwam compleet onverwacht aan het roer te staan van dagblad The Washington Post, dat juist de strijd aanbond met het Witte Huis. Meryl Streep speelt haar in Steven Spielbergs ‘The Post’.

Steeds meer ‘power’ uitstralen: Meryl Streep als Katharine Graham in ‘The Post’.

Augustus 1963. Daar staat ze dan, mevrouw Katharine Graham. 46 jaar, moeder van drie zoons en een dochter, nog in shock door de zelfmoord van haar man Philip, die zich een paar dagen eerder op hun buitenverblijf heeft doodgeschoten. Ze wordt geacht iets te zeggen tegen het bestuur van The Washington Post Company, het bedrijf van haar vader, en spreekt de ‘kamer vol starende mannen’ toe met behulp van een spiekbriefje dat haar twintigjarige dochter Lally haar heeft toegestopt: „Dank allemaal – onverwachte situatie – geen veranderingen voor nu, krant blijft in de familie.”

Zo smoort ze de geruchten dat het bedrijf verkocht zal worden, en luidt ze aarzelend het begin van een nieuw tijdperk in: om het erfgoed van haar kinderen veilig te stellen zal ze The Washington Post Company zelf gaan leiden. Tijdelijk, denkt ze. Hoe zoiets in zijn werk gaat, en hoe verslavend leuk ze haar baan uiteindelijk zal vinden, daarvan heeft ze nog geen idee.

Tot die tijd heeft het leven van Katharine Graham (1917-2001) zich voornamelijk in huiselijke sfeer afgespeeld. Haar grote liefde Philip, sinds 1946 uitgever van de door Katharines vader Eugene Meyer op een veiling gekochte Washington Post, was behalve briljant en bevlogen ook een manisch-depressieve alcoholist. Vlagen van hyperactiviteit waarin hij zich intensief met zijn redacties bemoeide en onder meer een vliegtuig, tv-stations, tijdschriften en boerderijen kocht, werden afgewisseld met inktzwarte, suïcidale episodes. Katharine verpleegde hem, hoorde hem nachtenlang aan en schermde hem tijdelijk af van de buitenwereld – psychische problemen waren onbespreekbaar in de hoge zakelijke en politieke kringen van Washington waar de Grahams zich doorgaans in bewogen.

Dienende wederhelft

Het klinkt als een gevangenis, maar in Personal History (1997), de met een Pulitzer Prize bekroonde autobiografie die Graham aan het eind van haar leven publiceerde, verdedigt ze haar huwelijk nog altijd. Ze adoreerde Philip en zag zichzelf als zijn dienende wederhelft. Als hij haar publiekelijk kleineerde lachte ze mee omdat ze het gewoon vond, en eigenlijk ook wel terecht: al sinds haar even welgestelde als liefdeloze jeugd was ze „in de greep van een dodelijke angst om saai te zijn”, met verlammend effect. Als belezen nieuwsjunkie verstomde ze in mannelijk gezelschap – hoe machtiger de man, hoe erger. Als John F. Kennedy tijdens een etentje naast haar komt te zitten smeekt ze Philip zwijgend om hulp, maar hij laat haar lachend spartelen. Zelf is ‘Phil’ beste maten met de president, die hem informeel consulteert over politieke kwesties. „De Kennedy’s waren net als de meeste mannen enorme seksisten”, schrijft Katharine Graham. „Ze hielden van andere slimme mannen en van meisjes, maar met vrouwen van middelbare leeftijd wisten ze zich niet goed raad [… ] Ze waren beleefd, maar we wisten dat er in hun wereld geen plaats was voor ons.”

Het namenregister van Personal History is even indrukwekkend als Grahams zelfinzicht en geheugen voor details. Washington kende een heel scala aan misogyne sociale codes, die Graham beschrijft als een soort participerend antropoloog: na een diner bleven de mannen aan tafel zitten en bespraken de wereld bij een sigaar en een glas cognac, de vrouwen poederden hun neuzen in woon- of slaapkamer en kletsten over ‘vrouwenonderwerpen’. „Net als veel vrouwen van mijn generatie dacht ik dat vrouwen intellectueel inferieur waren aan mannen, dat we niet in staat waren om te besturen, te leiden, iets anders te managen dan onze huizen en kinderen.”

Lees hier de recensie van ‘The Post’

Als uitgever van The Washington Post is Graham niet alleen gedwongen zichzelf opnieuw uit te vinden, ze wordt ook het bestuurlijke boegbeeld van twee legendarische journalistieke coups. Eerst was er de publicatie in navolging van The New York Times van de Pentagon Papers in 1971, die het falende Amerikaanse beleid in Vietnam blootlegde. Slechts een jaar later volgde het Watergate-schandaal. Dat Graham uit deze brute ontgroening als triomfatrix tevoorschijn kwam en uitgroeide tot een feministisch rolmodel, is dus deels een kwestie van toeval en geluk – ze is zelf de eerste om het zo te omschrijven.

Over Watergate bestond al een beroemde film, het op een boek van de verslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein gebaseerde jongensavontuur All the President’s Men (1976). Katharine Graham is hierin een „voorbijfladderend” personage, zoals actrice Meryl Streep het fijntjes noemt: haar naam valt alleen in een grof dreigement door Nixons minister van Justitie, waarbij „Katie Grahams tiet” het moet ontgelden.

Steven Spielbergs The Post, dat gaat over de Pentagon Papers, is óók een jongensavontuur: de zwierende camera, opzwepende muziek en gejaagde montage verheffen het in bezit krijgen en verwerken van dozen vol papier op een krantenredactie tot een patriottische gebeurtenis waar je bij had willen zijn. Maar dit keer mag er een meisje meedoen (verslaggeefster Meg Greenfield, gespeeld door Carrie Coon). En zonder het stamelend geuite ja-woord van bazin Katharine Graham had de riskante publicatie van gelekte documenten over de uitzichtsloze positie van het Amerikaanse leger in de Vietnam-oorlog helemaal niet door kunnen gaan.

Aan Meryl Streep de eer om Grahams complexe karakter – haar diepe onzekerheid en inferioriteitsgevoel, haar woede over de zinloze oorlog waarin ook een van haar eigen zoons had meegevochten en haar loyaliteit aan vrienden als oud-minister van Defensie Robert McNamara -– op dit kantelpunt in haar leven aanschouwelijk te maken, te vangen in gebaren, stemgebruik, lichaamstaal. Streep slaagt natuurlijk (de 21ste Oscarnominatie is binnen), geholpen door een helm van een kapsel en steeds meer ‘power’ uitstralende kostuums – culminerend in hakken zo puntig en hoog dat ze bijna omvalt. Maar ze blijft staan. Haar aandeel in The Post is een welverdiende correctie op de filmgeschiedenis, en de stijgende bewondering van hoofdredacteur Ben Bradlee (Tom Hanks) voor zijn keurige uitgeefster een ontroerend eerbetoon.

    • Sandra Heerma van Voss