Senaat verscheurd over donorwet

Debat over orgaandonatie

De Eerste Kamer voerde een van de fundamenteelste debatten in jaren: verandert de manier waarop orgaandonatie is geregeld?

Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66) en minister Bruno Bruins (rechts) van Medische Zorg en Sport voor het debat in de Eerste Kamer over het initiatiefvoorstel over een actief donorregistratiesysteem. Foto Jerry Lampen/ANP

Een zenuwachtige indruk. Die liet Tweede Kamerlid Pia Dijkstra achter tijdens het cruciale debat over haar donorwet in de senaat. Het Kamerlid van D66 hakkelde en rommelde met haar papieren. Senatoren die om zekerheid vroegen, wimpelde ze af met de opmerking „garantie geef je op stofzuigers”.

Door de vele vragen die ze onbevredigend beantwoordde, leek het in de loop van de avond onwaarschijnlijk dat een meerderheid voor haar initiatiefwet zou stemmen. Maar in plaats van afstel besloot de Eerste Kamer tot uitstel. Dijkstra moet al haar toezeggingen, vooral wat betreft de rol van nabestaanden, op papier zetten. Over twee weken oordeelt de senaat definitief of het systeem van orgaandonatie omgedraaid wordt van ‘nee, behalve bij een uitgesproken wens’ naar ‘ja, tenzij bezwaar gemaakt is’. Een systeem waarin, zo zei Dijkstra, iedereen die niets meldt, „stilzwijgend toestemt” orgaandonor te zijn. En dat moet iedere volwassene „prikkelen” om actief voor of tegen donatie te kiezen.

Daarom gaat de wet niet alleen mensen aan die wachten op een donororgaan, maar „alle Nederlanders”, zei senator Tineke Strik (GroenLinks). „De overheid kan bijna niet dichter bij de burger komen dan met een beslissing over orgaandonatie.”

Hoe de stemming zal uitpakken, blijft nog ongewis. Uitgesproken voorstanders D66 en SP zijn samen goed voor 19 zetels. Felle tegenstanders PVV, ChristenUnie, SGP en PvdD (16 zetels) wijzen de wet af. GroenLinks heeft aangekondigd dat van haar vier senatoren één tegen is.

Bijna de helft van de Eerste Kamerleden heeft zich nog niet uitgesproken. Binnen VVD, CDA, PvdA, GroenLinks en 50Plus mag iedere senator naar eigen geweten stemmen. In de Eerste Kamer, die nadrukkelijker dan de Tweede Kamer kijkt naar proportionaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving, staan drie dilemma’s centraal.

1 Zelfbeschikking en de integriteit van het menselijk lichaam

Over de noodzaak van meer orgaandonoren is de senaat eensgezind. Niemand wil dat ieder jaar gemiddeld 140 mensen overlijden terwijl ze wachten op een orgaan. Maar wie bepaalt of de organen van iemand die hersendood is gebruikt mogen worden om een ander leven te redden? Alleen de persoon zelf, door een keuze te registeren? De nabestaanden? Of ook de overheid?

Voor het antwoord op die vraag verwezen senatoren naar de grondwet, die de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam waarborgt. Maar hun conclusies zijn verschillend. PVV’er Ton van Kesteren noemde de wet „een onacceptabele inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht”.

Maria Martens (CDA) zag wel ruimte het recht te beperken. De overheid maakt daar bijvoorbeeld ook inbreuk op bij verdenking van een misdrijf. Maar ze betwijfelde dat het verkrijgen van extra donoren „voldoende grond” is. Zeker aangezien ze geen garantie heeft dat het nieuwe systeem meer succesvolle transplantaties oplevert. En het is niet aangetoond dat binnen de huidige wet álles gedaan is om tot het maximale aantal vrijwillige donoren te komen. Met andere woorden: is het middel niet erger dan de kwaal?

D66-senator Annelien Bredenoord benadrukte juist dat de wetswijziging zelfbeschikking versterkt, omdat deze „mensen stimuleert om een keuze kenbaar te maken”. Haar hoop is dat burgers die nu uit laksheid niets registreren, door het ‘geen bezwaar’-systeem worden wakker geschud en dat alsnog doen. Iedereen kan de overheid verbieden organen uit te nemen, maar moet dan wel „in beweging komen”.

Maar, zo vroegen bijna alle andere fracties: wat betekent dat voor mensen die de consequenties van hun keuze, of het gebrek daaraan, niet overzien. Zijn wilsonbekwamen en laaggeletterden straks orgaandonor zonder het te weten of te snappen? Pia Dijkstra zei dat voor deze mensen „extra waarborgen” worden ingebouwd.

2 De positie van de nabestaanden

De meeste Nederlanders leggen nu niets vast in het donorregister. Daarom vragen artsen bij het overlijden van nabestaanden om toestemming voor donatie. Familieleden weten, op een moment van groot verdriet, vaak niet wat hun naaste gewild zou hebben. Hun besluit is meestal negatief.

Volgens Dijkstra’s initiatiefwet is in de toekomst hun toestemming niet meer nodig. Een arts hoeft enkel mee te delen dat de overledene „geen bezwaar” had tegen orgaandonatie. Alleen als de nabestaanden ‘aannemelijk’ maken dat hun dierbare dat niet wilde, zou daar vanaf worden gezien.

Senatoren vinden dat een vage voorwaarde. Bovendien hadden ze van artsen begrepen dat die nooit handelen zonder instemming van de nabestaanden. Daar zou de nieuwe wet niets aan veranderen. PvdA-senator Jopie Nooren vreest dat de nieuwe wet „onnodig veel onzekerheid en onduidelijkheid wordt gecreëerd, terwijl er in de praktijk niets verandert”. Ook is zij bang dat hoogopgeleiden met hun bezwaren wel een arts kunnen overtuigen, terwijl minder mondige mensen daar niet toe in staat zijn.

Binnen de VVD gaan juist stemmen op de nabestaanden minder invloed te geven. Nu kunnen zij „zonder wettelijke basis” de keuze van de overledene tegenhouden, aldus VVD-senator Frank de Grave.

Het antwoord van Pia Dijkstra op dit dilemma bleef, bewust, vaag. Ze wil geen vetorecht voor nabestaanden – dan zou haar wetswijziging weinig zin hebben. Maar zonder meer duidelijkheid te scheppen over de rol van familieleden krijgt ze de senaat niet mee. „Het oordeel is aan de arts”, bood ze als compromis. Hoe ze dat precies voor zich ziet, willen senatoren nu in een brief uitgewerkt zien.

3 Het recht op twijfel

Verschillende senatoren willen ook vasthouden aan het recht om géén keuze te maken over orgaandonatie, zoals de Raad van State dat eerder formuleerde. Sommige partijen vinden het „recht om te twijfelen” een groot goed. Maar de SP benadrukte juist: „Niet kiezen bestaat niet.” Senator Hans-Martin Don: „Wie in het huidige systeem geen keuze maakt, laat die aan de familie.”

D66’er Bredenoord probeerde de discussie weer te richten op de mensen die wachten op een orgaan. Ze verwees naar de grondwet, die de overheid dwingt de volksgezondheid te bevorderen. Bovendien: „De kans dat mensen een orgaan nodig hebben is groter dan de kans dat hun organen [na hun dood] voor transplantatie gebruikt worden”, aldus Bredenoord.