Opinie

    • Ellen Deckwitz

De beste taart ooit

Afgelopen weekend zat ik met mijn geliefde te lezen in een café. Buiten was het kil, binnen warm en gezellig en op een zeker moment kregen we honger. Onder de taartstolp bij de balie hadden we al een prachtige taart gezien en we waren net op tijd om het laatste stuk te bemachtigen.

Mijn vriend nam een hap en viel stil. Er trilde iets in zijn ogen, alsof er een speer tot stilstand was gekomen. Verbaasd nam ik ook maar een hap. Het deeg was kruimelig krokant, ik proefde citroenkwark, zonder dat het zuur overheerste. Met elke kauw ontdekte ik nieuwe smaaklagen. Er zat peer in, sappig en korrelig, stukjes mango als friszoete ondertoon, vlagen kaneel, een vleugje roomboter. Terloops stootte je ook nog eens op een rozijntje. De smaaksensatie viel slechts te vergelijken met een zeldzaam soort verliefdheid: telkens als je dacht dat je het beste had gehad, kwam er een overtreffende trap.

Als mij iets geweldigs overkomt, ben ik meteen op mijn hoede, bang om teleurgesteld of, nog erger, verzadigd te raken. Maar ik was diep geraakt door dit stuk gebak. Mijn geliefde liep naar de bar, om te vragen waar ze dit mirakel vandaan hadden. Hij kwam verdrietig terug.

„Ze kopen die taarten van het verzorgingstehuis om de hoek. De bewoners maken ze met supermarktproducten die bijna over de houdbaarheidsdatum heen zijn. En met fruit van de markt dat aan het einde van de dag is overgebleven.”

„Wat een mooi concept”, zei ik, „maar waarom kijk je zo sip?”

‘Omdat de taart die we net hebben gegeten dus uniek is. De ingrediënten waren een kwestie van toeval. Bovendien weten we niet wie deze taart heeft gebakken. Misschien is hij of zij al dood (dat overkomt nogal wat bewoners van bejaardentehuizen!), hoe dan ook, we zullen nooit meer een taart zoals deze eten. Dit was eenmalig en dat doet pijn, omdat het zo fantastisch was.”

Ik voelde me koud worden. Normaal als ik iets heel lekkers eet, ben ik meer bezig met de toekomst dan met het heden, immers: ik heb weer iets om naar uit te kijken! Ik ben dan meer met mijn hoofd bij de volgende keer, die nog beter zal zijn, omdat ik ernaar kon uitzien. Maar dit stuk gebak zal, om het met Charles Bukowski te zeggen, nooit meer gebeuren.

„Ik had deze taart liever niet gegeten”, zei mijn geliefde. „Elk stuk patisserie is vanaf nu een domper.”

We doken maar weer in ons boek, terwijl er in onze magen, traag en in het donker, een wonder werd verteerd.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz