Afrikaanse kunstenaars maken VOC-schip van Kunsthal Kade

Zuid-Afrikaanse kunst Kunsthal Kade toont werk van jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars. Zij zijn na de apartheid opgegroeid, maar kennen de gevolgen. „De richting van het verzet is veranderd.”

Francois Knoetze, Verraaier – Devil’s Peak (2017) Foto Anton Scholtz

Onnadrukkelijk trekt hij de aandacht: de vlag van de Verenigde Oost-Indische Compagnie die sinds een week, half stok, op het dak van Kunsthal Kade wappert. Bevreemdend is het: wat doet die rood-wit-blauwe vlag met in de witte baan het logo van de omstreden VOC op een modern plein in de binnenstad van Amersfoort?

Gunn-Salie en Xavier, Return of the Amersfoort (2017-2018) Foto Mette van der Linden

„Hij moet ervoor zorgen dat je het gebouw als een schip gaat zien”, vertelt de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Haroon Gunn-Salie (1989). Samen met zijn partner, de Braziliaanse Aline Xavier (1984), maakte hij het kunstwerk. Het hoort bij hun werk The Return of The Amersfoort. De rest is binnen te zien, als onderdeel van de tentoonstelling Tell Freedom, met werk van jonge Zuid-Afrikanen. De installatie Return of The Amersfoort bestaat verder uit videobeelden, historische objecten en brieven. Gunn-Salie en Xavier vertellen daarmee het verhaal van VOC-koopvaarder ‘De Amersfoort’, die in 1658 een Portugees schip enterde en beroofde van de helft van de 500 tot slaaf gemaakte mensen die daar aan boord waren. Een deel van de menselijke buit werd in zee gedumpt en de rest bij de Tafelbaai aan land gebracht. Zuid-Afrika was vanaf dat moment doorvoerland van slaven.

Het vraagt wat verbeelding om heel het gebouw van Kunsthal Kade nu als een schip te zien, maar het kunstenaarsduo heeft het VOC-verleden wel uitstekend zichtbaar gemaakt. Dat is ook een doel van Tell Freedom, vertelt curator Manon Braat, die de tentoonstelling samen met haar Zuid-Afrikaanse collega Nkule Mabaso samenstelde.

Francois Knoetze, Cape Mongo; Plastic (2014)

Jan van Riebeeck

Het idee ontstond toen Braat regelmatig naar Zuid-Afrika ging reizen omdat haar ouders daar gingen wonen. „Ik ontdekte dat een geschiedenis die voor mij was afgesloten, eigenlijk helemaal niet was afgesloten.” Ze zag dat er nog altijd een scheiding was tussen wijken met witte en zwarte mensen. „Er is nog veel economische ongelijkheid met wortels in kolonialisme, slavernij en apartheid. Voor mensen in Zuid-Afrika is het nog steeds een dagelijkse confrontatie: omdat het curriculum op school eurocentrisch is bijvoorbeeld, of omdat de standbeelden van Jan van Riebeeck nog steeds op de pleinen staan.”

Lees ook: Een nieuw museum voor Afrikaanse kunst in Kaapstad

Braat bezocht veel galeries en ateliers van jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars. Ze zag dat ook mensen die na de afschaffing van de apartheid waren opgegroeid nog veel met het onderwerp bezig waren. De periode van rassenscheiding hebben ze zelf dan wel niet meegemaakt, ze kennen de gevolgen. „Ik zag dat de jonge generatie Zuid-Afrikaanse kunstenaars ontzettend veerkrachtig en strijdlustig is om dingen te veranderen. Daarin is ook na zoveel jaar Mandela nog niets veranderd.”

Als de aanwezigheid van die geschiedenis in Zuid-Afrika voor mij nog zo onbekend is, dacht Braat, dan geldt dat voor meer Nederlanders. „Daarom wilde ik Zuid-Afrikaanse kunst naar Nederland halen.” Samen met Mabaso koos ze vijftien jonge kunstenaars, die soms speciaal voor de tentoonstelling in Amersfoort nieuw werk maakten.

Ashley Walters, Bromwell (2017)

De jonge kunstenaars mogen strijdbaar zijn, optimistisch is hun kunst niet altijd. Het werk Cape Mongo van Francois Knoetze (1989) toont kleurrijke fantasiefiguren die zijn opgebouwd uit hergebruikte materialen als gebroken glas en plastic flessen. In zes korte films laat hij ze door Kaapstad lopen. Voorbijgangers reageren verbaasd. Een commentaar op de consumptiecultuur is het, maar ook een kritiek op de onmogelijkheid iets écht te veranderen. Steeds herhalen bestaande sociale patronen van ongelijkheid zich – als gerecycled materiaal.

Economische gelijkheid

„De richting van het verzet is veranderd bij de jonge generatie”, zegt Mabaso. „Het draait niet langer om het bereiken van politieke vrijheid, het gaat nu om het bereiken van economische vrijheid en gelijkheid.”

Opmerkelijk vaak speelt in de kunstwerken de fysieke omgeving een belangrijke rol. Voor een ander werk van Gunn-Salie, Zonnebloem renamed, plakte de kunstenaar stickers met ‘District Six’ over straatnaamborden van de nieuwe wijk Zonnebloem, een verwijzing naar de naam van de wijk waar tijdens de apartheid 60.000 mensen gewelddadig werden verwijderd.

De prachtige kleurenfoto’s van Ashley Walters (1983) tonen de gentrificatie in de oude buitenwijk Woodstock, bij Westkaap, waar de huidige bewoners, vaak afstammelingen van tot slaaf gemaakten, gedwongen worden te verhuizen door het gebrek aan betaalbare woningen. Zo leggen de kunstenaars de nadruk op de zichtbare sporen van kolonialisme in de hedendaagse publieke ruimte.

    • Thomas van Huut