Tuinvogeltelling

Huismus meest geteld, nóg minder merels, vooral in zuiden

De merel is in de top-10 van de Nederlandse tuinvogels van de derde naar de vijfde plaats gedaald. Dat is het meest opvallende resultaat van de Nationale Tuinvogeltelling 2018 die afgelopen weekeinde door Vogelbescherming Nederland werd georganiseerd. In 2017 telden ruim zestigduizend deelnemers nog 95.525 merels in hun tuinen, nu zijn dat er beduidend minder: 65.490. De huismus staat op de eerste plaats, gevolgd door koolmees, pimpelmees en kauw. Het usutu-virus dat in 2016 en 2017 de merelpopulatie ernstig trof, is terug te zien in de resultaten. Vooral in het zuiden van ons land zien we de grootste afname, parallel aan waar het virus het hevigst was. Ondanks goede hoop op herstel van de merelbevolking, wijst de Tuinvogeltelling dus anders uit. (NRC)