Column

Senseo coffeepads

Nadat mijn moeder (86) in haar Renault Clio het eigen huis had aangereden had ze haar auto verkocht aan de hoogstbiedende. Ze deed daarna iedere dag drie keer boodschappen, te voet. Voor de zware spullen schakelde ze haar kinderen in. Omdat ik op honderdtwintig kilometer afstand woon hoef ik niet zo vaak als mijn zus.

Vrijdag was het mijn beurt.

Ik was er al vroeg, zuchtend en steunend.

Ze begroette me met een kus en nam het leven door.

Ze had een kastje uitgeruimd en wel honderd ansichtkaarten gevonden, ze vond de houten schutting in de tuin mooier dan de muur die er vroeger stond en er kwamen dit jaar veel minder vogels dan ze gewend was van de vetbollen eten die ze had opgehangen.

Een van de laatste zussen van mijn vader was overleden. Ze wilde uit de nalatenschap graag de opwindwekker hebben die ze naast haar ziekbed had zien staan, het was een wekker van de Hema. Ik stelde voor om de nabestaanden er niet mee lastig te vallen en een wekker voor haar te kopen, in Velp hebben ze ook een Hema.

Ze zette zich met pen en papier aan tafel.

„Ik ga nu een boodschappenlijst maken.”

Ik las: ‘een liter houdbare halfvolle melk, een fles bronwater en een zakje Senseo-coffeepads’. Ik zei dat ik had gedacht groot in te moeten slaan. Zij: „Doe dan maar twee pakken houdbare halfvolle melk.” Ik vond het nog steeds weinig. „Doe dan maar twaalf pakken houdbare halfvolle melk, en zes flessen bronwater.”

Toen vond ik het opeens veel. Ik had haar zelf van munitie voorzien, ze sloeg me met mijn eigen argumenten om de oren. „Nee, hoor twaalf pakken houdbare halfvolle melk, zes flessen bronwater en Senseo Coffeepads. Je hebt er een heel stuk voor gereisd.”

Daarna: „Maar je hoeft niet naar de Hema voor een opwindwekker, dat vind ik onzin met zoveel boodschappen. Bovendien, er staat nog ergens een wekker.”

Toen ik met haar geblokte boodschappentas het huis uit sjokte riep ze me na dat ze ook nog papieren zakdoeken wilde.

„Tempo Team, doe maar twee dozen.”

Toen ik er weer was deed ze extra blij. Nee, die had ze zelf nooit kunnen tillen! Ze ging meteen koffiezetten met haar Senseo-coffeepads.

„Zo”, zei ze, nadat ze in een van haar honderden nieuwe papieren zakdoekjes haar neus had gesnoten, „als die op zijn ben ik wel uitgehuild. En anders moeten jullie ze maar gebruiken als ik er niet meer ben”.

Ik: „Zo vaak huilen we niet.”

Zij: „Voor op mijn begrafenis.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.