Recensie

Poppentheater over hoe de Joubertstraat veranderde

Theater

In de Haagse wijk waar theatermaker Fred Delfgaauw opgroeide is veel veranderd. Met vakkundig poppenspel geeft hij zijn vroegere buren een stem.

Foto Jaap Reedijk

De Joubertstraat is veranderd. In Paradijsvogels brengt theatermaker Fred Delfgaauw een bezoekje aan de Haagse buurt waar hij opgroeide. Eén buurman woont er nog steeds, maar kan de nieuwe situatie moeilijk verkroppen. „Ze hebben het niet afgepakt,” brult hij, terwijl hij met zijn wandelstok in het rond wijst, „we hebben het gewoon weg gegeven!” ‘Ze’, dat zijn de Marokkaanse en Turkse Nederlanders met wie hij de straat tegenwoordig deelt.

In Paradijsvogels schetst Delfgaauw, wiens carrière inmiddels ruim drie decennia bestrijkt, zijn jeugd door buurtbewoners aan het woord te laten. Poppen zijn dat, die in zijn handen tot leven komen. In regie van Aus Greidanus sr. ontroeren de stevig aangezette typetjes of laten ze je (glim)lachen. Jeugdvriend Mark is één van hen. Met hem luisterde de jonge Delfgaauw naar ‘Jesus Christ Superstar’. Deur op slot, want vader was streng in de leer en hield niet van die musical.

In de straat woonde één buurman die niet geloofde. Dat werd niet echt begrepen, maar wel getolereerd. In handen van Delfgaauw is de ongelovige buurman een sympathieke Hagenees. Net als de flink opgemaakte dame, die aan het einde van de straat bootjes verhuurt. Iedere buurtbewoner heeft een eigen verhaal en samen geven ze een mooie indruk van hoe het leven aan de Joubertstraat moet zijn.

Op het eerste gezicht lijkt er weinig van de vroegere wijk over, maar wat verandert, is niet per se verdwenen, stelt Delfgaauw. Veel bleef, maar kreeg gewoon een andere vorm, zoals de huiselijk- of gastvrijheid. In de voorstelling worden wat open deuren ingetrapt, maar door Delfgaauws vakmanschap ga je van de typetjes houden. Door hen laat je je graag rondleiden door de Haagse buurt, waar nog één keer ‘Jesus Christ Superstar’ klinkt.