‘Omscholing tot leraar is te duur en te lastig’

Lerarentekort

Van de beroepsbevolking zou 40 procent best leraar willen worden. Maar er zijn te veel hobbels en het vak wordt gezien als een fuik.

‘Ik kan niet met werk stoppen en tegelijkertijd mijn huis en een lerarenopleiding betalen’

‘Ik hield van lesgeven, maar dat leerlingen alleen online moesten leren rekenen beviel me niet’

Te duur en te lang leren

Er is een groot lerarentekort, maar veel mensen die best leraar willen worden vinden het te duur en te lang duren om hun lesbevoegdheid te halen. Dat blijkt uit een peiling van onderzoeksbureau Motivaction die deze maandag wordt gepubliceerd. Het gaat om een onderzoek onder 1.400 werkenden in opdracht van het Platform Bètatechniek (PBT).

Van de beroepsbevolking zegt 40 procent interesse te hebben in het leraarschap. Een kwart van die groep zou willen overstappen als de lerarenopleiding (zonder vergoeding al snel duizenden euro’s) gratis zou zijn. Een kwart zou graag willen dat het gemakkelijker is om een lesbevoegdheid te halen. Het kost nu twee jaar om na een universitaire master een lesbevoegdheid te halen. Een hbo tweedegraads lerarenopleiding voor de onderbouw kost drie jaar.

Volgens de laatste meting, van vorig jaar oktober, loopt het lerarentekort snel op. De grote steden in de Randstad hebben nu al een tekort aan basisschoolleraren. In het middelbaar onderwijs is vooral een gebrek aan bevoegde docenten maatschappijleer, wiskunde, natuurkunde, techniek, Engels, Duits, scheikunde en klassieke talen. Gemiddeld wordt 88 procent van de lessen door bevoegde docenten gegeven. Een aantal leraren voor de klas is nog in opleiding (benoembaar).

Leraarschap als fuik

Volgens het PBT, dat zich inzet voor bètatechnische opleidingen, zijn er over twee jaar alleen al in het mbo 2.400 techniekdocenten te weinig en ontbreken dan 230 tweedegraads en 190 eerstegraads bètaleraren in het voortgezet onderwijs.

Tot een bepaald plafondbedrag heeft de overheid subsidies beschikbaar gesteld voor zij-instromers en voor leraren die een ander vak willen doceren. Volgens Beatrice Boots, directeur van het PBT, hoeven veel zij-instromers niet zo lang te studeren: „Iemand die bouwkunde heeft gestudeerd en wiskunde wil doceren, moet drie tot vier jaar wiskunde studeren terwijl die al heel veel wiskunde heeft gehad”, zegt ze. Volgens haar moet veel meer worden uitgegaan van wat een zij-instromer al kan. Scholen zouden zich zodanig kunnen organiseren dat experts zonder lerarenopleiding een rol kunnen spelen in de lessen.

Het leraarschap wordt vaak als een fuik ervaren, waar iemand nooit meer uit komt. Van de respondenten op de peiling zou 22 procent leraar willen worden als dat kan worden gecombineerd met een andere baan. Boots propageert daarom de „circulaire” carrière, de mogelijkheid om over te stappen naar het vak van leraar of om het leraarschap te combineren met ander werk. „Er zijn didactische eisen, maar je hoeft niet alles meteen al te kunnen. Met echt doen leer je pas.”

Correctie (8 februari 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat het halen van een lesbevoegdheid na een universitaire master twee jaar en een tweedegraads hbo-lerarenopleiding drie jaar kost. Dit klopt niet. Het fulltime halen van een lesbevoegdheid na een master kost één jaar en een gemiddelde tweedegraads hbo lerarenopleiding zonder vrijstellingen kost vier jaar. Hierboven is dat aangepast.

    • Maarten Huygen