Nieuw in Nederland: het ‘ruig pruikspijkertje’

Korstmossen

Klaas van Dort vond ‘een klein chocoladehageltje met een pruikje’ op een boom in de buurt: een nieuwe korstmos voor Nederland.

De nieuwe soort is 0,5 mm groot. Beeld Eric Peterson/Flickr by CC

Een langgerekte steel met daarbovenop een warrige ‘haardos’. Zo ziet het korstmos eruit dat vorig jaar voor het eerst in ons land werd waargenomen. Inmiddels heeft Microcalicium ahlneri, zoals de wetenschappelijke naam luidt, ook een passende officiële Nederlandse naam: ruig pruikspijkertje.

Strikt genomen is de nieuwe soort geen echt korstmos maar een schimmel. Een zogeheten coniocarp, bestaande uit een bundel langgerekte schimmeldraden met de sporen erbovenop. „Coniocarpen behoren tot de zakjeszwammen”, vertelt korstmossenkenner Klaas van Dort, de ontdekker en naamgever van het ruig pruikspijkertje. „Normaal is een korstmos een samenwerkingsverband tussen een zakjeszwam en een alg. Maar er zijn coniocarpen die er exact uitzien als korstmossen, maar die geen algen gevangen houden in hun schimmeldraden. ‘Niet-gelicheniseerd’, noemen we die soorten. Voor het gemak rekenen we ze toch gewoon tot de korstmossen.”

750 korstmossen

Van de ruim 750 in Nederland bekende korstmossen heeft Van Dort er nu zo’n vijf ontdekt (naast herontdekking van enkele uitgestorven gewaande exemplaren). „Nu ik het hardop uitspreek, geef ik toe: ruig pruikspijkertje is niet de makkelijkste naam. Maar wel beeldend. Bij andere coniocarpen zijn de sporen bruin of zwart, maar bij Microcalicium-soorten zijn ze blauwgroen. Een rijp sporenhoopje ziet er dan uit als een punkkapsel.”

Doodhoutspecialist

Ruig pruikspijkertje is een zogeheten doodhoutspecialist: een soort die profiteert van natuurlijk beheer, waarbij dode bomen niet worden weggehaald. Van Dort: „Er zijn meer korstmossen die daar baat bij hebben. Het lastige van ruig pruikspijkertje is dat het alleen op naakt, schorsloos hout gedijt, van oude, grote bomen die rustig zijn gestorven. Niet op bomen die tijdens een storm zijn omgewaaid. Ik ontdekte de soort eerst in Spanje, in een oerbos, en vervolgens dacht ik: in de buurt van mijn huis staan ook wat monumentale dode eiken, eens kijken of ik ‘m daar ook kan vinden. En voilà.” Het ruig pruikspijkertje is in West-Europa zeldzaam: de dichtstbijzijnde exemplaren zijn gevonden in Engeland en Duitsland. Van Dort deed zijn ontdekking op eiken in het Renkums beekdal, bij Arnhem.

Deze maand trof hij het ruig pruikspijkertje op nog twee plaatsen in de buurt aan. „Je kunt hem gemakkelijk over het hoofd zien: hij is nauwelijks een halve millimeter groot. Een heel klein chocoladehageltje met een pruikje op.”