Opinie

Arts noch ziekenhuis moet zich de derde ouder wanen

Kinderen krijgen of kinderen maken, is dat nog de vraag? Niet meer, zo kan worden opgemaakt uit het ‘Dossier kinderen krijgen’ dat NRC dezer dagen publiceert. Inseminatie met donorzaad gebeurt al vele jaren. Ivf levert elk jaar gemiddeld vijfduizend gezonde ‘reageerbuisbaby’s’ op. Embryo’s ‘repareren’ is mogelijk, ze buitenbaarmoederlijk invriezen en er op een zelfgekozen moment zwanger mee worden ook. Anderzijds leiden NIPT, vruchtwaterpunctie, vlokkentest en twintigwekenecho tot ongeveer duizend kinderen met afwijkingen die ongeboren blijven.

Het is duidelijk en het is onomkeerbaar: de technologie zal de menselijke voortplanting steeds beter en steeds vanzelfsprekender faciliteren. En die ontwikkeling brengt met zich mee dat de rol van arts en ziekenhuis in het vervullen van de kinderwens groeit.

In de maalstroom van mogelijkheden valt nu al op hoe de wetenschap conceptie, zwangerschap en bevalling steeds meer inschat als een te bestrijden risico. Ivf ontwikkelt zich van een antwoord op een vruchtbaarheidsprobleem tot de veilige route naar het produceren van nageslacht. Wetenschappers voorspellen dat seks in de toekomst amusement zal zijn, want baby’s maken doe je in het lab, via een kunstmatige baarmoeder. Een van de wetenschappers herkent in deze ontwikkeling zelfs een onderdeel van gelijke kansen voor de vrouw. Een zwangerschap onderbreekt haar carrière en dat effect ruim je uit de weg met ivf-technologie, stelt hij.

Nog los van de vraag of vrouwen akkoord gaan met die reductie (zwanger zijn, een bevalling doorstaan, het is voor velen een avontuur dat ze niet willen missen) en of die carrièrebreuk het gevolg is van een zwangerschap of van de periode van zorg voor jonge kinderen die daarop volgt, is ook interessant wat een en ander betekent voor de aanstaande boreling. Merkt die het verschil tussen groeien in een kunstmatige baarmoeder en de moederbuik? Het eerste is veiliger, het tweede borgt intieme interactie met de moeder. Maar hoe doorslaggevend is dat verschil?

Met de groei van technologische reproductiemogelijkheden dient zich voor artsen en ziekenhuizen de opdracht aan zich te beraden op hun eigen mentale ontwikkeling. En daar lijkt het nog aan te schorten. Een ten dode opgeschreven man kan nu zijn zaad laten invriezen, als zijn geliefde te kennen geeft dat ze de kans wil houden om toch zijn kind te baren. Maar meldt zijn liefste zich met haar postume kinderwens dan werkt het ziekenhuis niet automatisch mee. Want een kind hoort een vader te hebben, is het argument. Alsof er niet heel veel kinderen zijn die geen vader hebben, kinderen die het best doen. Ook bij de kinderwensen van homoseksuele stellen kunnen arts of medische staf van een ziekenhuis hun eigen moraal voorop stellen, terwijl er alleen om hun medisch- technische bijstand wordt gevraagd.

Die moraal volgt het traditionele gezinspatroon, met een vader een moeder. Niks ten nadele van het ‘gewone’ gezin, maar in de hedendaagse Nederlandse maatschappij ontwikkelt zich in sneltreinvaart een variatie aan succesrijke andere mogelijkheden, van eenoudergezinnen tot ouderparen met dezelfde sekse en allerlei vormen van ‘mee-ouders’. In dat geheel is het bijvoorbeeld curieus om de wens te weigeren van een lesbisch paar dat een embryo van de ene partner wil laten groeien in de baarmoeder van de ander.

Artsen en ziekenhuizen moeten zich niet als derde ouder opstellen. De arts ‘maakt’ het kind, maar hij krijgt het niet. Dat doen de ouders, in de constellatie die zij zelf wensen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.