‘Kernafval voor eeuwig opslaan in diepe kleilaag’

In 2130 kan het Nederlandse radioactieve afval voor eeuwig veilig worden opgeslagen in ‘Boomse klei’, op honderden meters diepte. Dat blijkt uit een maandag gepresenteerd rapport.

Het opslaggebouw voor zwaar radioactief afval in Borssele, dat daar opgeslagen ligt onder de cirkels in het beton. Foto KOEN SUYK/ANP

In 2130 kan het radioactieve afval van Nederland voor eeuwig veilig worden opgeslagen in diepe kleilagen. Dat staat in een eindrapport over kernafval dat maandag is gepresenteerd.

De EU eiste in 2011 dat alle lidstaten plannen maken voor een definitieve ondergrondse opslag voor kernafval. Kernafval blijft duizenden tot honderdduizenden jaren radioactief.

Het sterkst radioactieve afval in Nederland wordt geproduceerd door de enige Nederlandse kerncentrale (in Borssele) en de onderzoeksreactor in Petten. Ook de in 1997 gesloten kerncentrale in Dodewaard heeft zulk ‘hoogradioactief’ afval geproduceerd. Daarnaast is er een veel grotere hoeveelheid laagradioactief afval. Beide typen afval gaan volgens plan de grond in. In 2130 heeft Nederland naar verwachting ruim 170.000 vaten kernafval, waarvan zo’n 1.200 vaten hoogradioactief afval.

Zeven jaar geleden begon een onderzoek naar de veiligheid van zo’n ondergrondse ‘eindberging’ in de 22ste eeuw. Maandag werden in Leiden de eindrapporten van dat OPERA-onderzoek (OnderzoeksProgramma Eindberging Radioactief Afval) gepresenteerd.

Het onderzoek is betaald door de rijksoverheid en door EPZ, de eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Het staatsbedrijf COVRA (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) dat verantwoordelijk is voor het Nederlandse kernafval coördineerde de studie.

Boomse klei

Volgens de auteurs kan dat kernafval veilig worden opgeslagen in ‘Boomse klei’. Boomse klei is slecht doorlaatbare klei, op enkele honderden meters diepte in de aardkorst. Geschikte kleilagen zijn te vinden in het noordwesten en zuidoosten van Nederland, en ook in België. „In Boomse klei ligt het op tijdschalen van een miljoen jaar veilig”, aldus directielid Ewoud Verhoef van de COVRA.

De kernenergiesector heeft de komende jaren zo’n 400 miljoen euro extra investeringen van de overheid nodig. Lees ook: Kamer niet ingelicht over extra kosten kernenergie

In Mol (Vlaanderen) wordt momenteel ook onderzoek gedaan naar opslag van kernafval in de Boomse klei.

Volgens de OPERA-onderzoekers kan het kernafval ook worden opgeslagen in diepe zoutlagen, of andere kleilagen. Die worden echter nog onderzocht, volgens Verhoef in de loop van de 21ste eeuw.

Sinds 2003 wordt kernafval opgeslagen in een versterkt gebouw van de COVRA in Zeeland, vlakbij de kerncentrale van Borssele. Afgesproken is dat het radioactieve kernafval ten minste honderd jaar daar blijft. Een deel van het afval moet afkoelen. Rond 2130 wordt het overgebracht naar een ‘eindberging’ diep in de grond. Daar moet het afval voor eeuwig blijven. De onderzoekers voorzien dat er een ondergronds tunnelstelsel gebouwd wordt van zo’n 30 kilometer lang, met afzonderlijke afdelingen voor elk type afval.

Thorium dient zich aan als veiliger alternatief voor uranium als brandstof in kerncentrales. Lees ook: Veiligere kernenergie kan, maar komt het er ook?

De eindberging zal in 2130 naar schatting 2,05 miljard euro kosten. De COVRA berekent die kosten nu door aan de producenten van kernafval. Het heeft een fonds opgericht om dat geld te beleggen, zodat het in 2130 ongeveer genoeg is voor de eindberging. Die hoge kosten zijn zelfs een van de redenen dat er pas over honderd jaar met eindberging wordt begonnen. Volgens directielid Verhoef „sluit het bedrag [van ruim 2 miljard] aan bij de voorziening waar wij voor sparen”.

Het OPERA-rapport doet nog geen uitspraak over een mogelijke locatie voor een eindberging. De COVRA denkt ook na over de mogelijkheid om een ondergrondse berging te delen met andere Europese landen die, net als Nederland, relatief weinig kernafval produceren. In Frankrijk en Zweden bijvoorbeeld staan veel meer kerncentrales. Pas in 2100 neemt de regering een definitieve beslissing over de ondergrondse berging, omdat er tegen die tijd wellicht nieuwe technische mogelijkheden zijn.

    • Hester van Santen