Foto Frank Ruiter

‘Ik kan het voor anderen wel regelen, maar voor mezelf niet zo goed’

Nikki van Passel (42) helpt mensen wier familieleden worden vermist in het buitenland. Nu ze zelf waarschijnlijk een vorm van multiple sclerose heeft – ze werd blind en zit in een rolstoel – staat ze nog meer stil bij het leven. „Je bent een spikkeltje. Een zuchtje.”

Tijdens het gesprek moet Nikki van Passel ineens denken aan een moment uit haar tienertijd. „Ik, aan de rand van het zwembad, schaterlachend in de zon. Mijn zusje luisterde naar Prince, maar ik naar een cassettebandje met de oudejaarsconference van Youp van ’t Hek.” Aan het einde van die voorstelling zingt hij een lied, waar ze de laatste maanden weer vaak naar luistert: „Niemand weet hoe laat het is, zo heet het.” Ze zegt een couplet op:

Dus moeten we dansen en moeten we vrijen / moeten we lachen en drinken vol vuur / lief hou me vast want nu ben ik nog bij je / tijd is toch geld dus het leven is duur

We zitten in NAP, een vrij nieuw café in het Amsterdamse stadsdeel IJburg. Vóór 2011 was Nikki van Passel zzp’er gespecialiseerd in marketingklussen. Maar bijna toevallig werd ze vanaf dat jaar een assistent voor mensen wier familieleden vermist zijn geraakt in het buitenland.

Het begon met de verdwijning van Mary-Anne Goossens, in 2011. Na een wandeling in Spanje was zij niet meer teruggekomen. „Op het schoolplein werd ik aangesproken door een andere moeder: ‘Kun jij haar kinderen helpen?’ Zij wist dat ik Spaans sprak.” Van Passel hielp de kinderen van Goossens met „lawaai maken”, zo is ze dat in de loop der jaren gaan noemen. Ervoor zorgen dat er media-aandacht komt. Want, zegt ze, als er aandacht voor een zaak is, voelen autoriteiten meer noodzaak om zich ervoor in te zetten. Dat is een wankel evenwicht: „Teveel aandacht wil je een familie niet aandoen.” Van Passel zette ook alternatieve zoektochten op en hield namens de familie contact met verschillende instanties, zoals de ambassade. „Ik kan het moment waarop ze gevonden werd nog zo terughalen.”

Goossens was de weg kwijtgeraakt. „Na twee weken. De blijdschap. Dat je met een klein clubje mensen zoveel kunt doen.” Ze werd gespot door oplettende wandelaars. „Ik geloof niet dat het mijn verdienste is”, zegt Van Passel. „Maar de euforie was voor mij wel de reden om later weer ‘ja’ te zeggen.” Ook andere ‘achterblijvers’ meldden zich daarna bij haar. Ze hielp onder meer mee met de zoekttocht naar volleyballers Ingrid Visser en Lodewijk Severein in Spanje en later Kris en Lisanne in Panama. Zij werden niet levend teruggevonden. Van Passels kijk op het leven veranderde door dat werk: ze zag mensen in „rampspoedmodus”, in het diepst van hun verdriet. „Bijna iedere stap is een gevecht met jezelf. Als ik nu links ga, vind ik haar dan? Of had ik rechts moeten gaan?” Ze kwam tot de conclusie dat hulp krijgen van Nederlandse instanties in het buitenland niet zo vanzelfsprekend is, terwijl mensen daar volgens haar wel vanuit gaan.

Van Passel heeft steeds alleen een onkostenvergoeding gevraagd. „Ik vind het heel lastig om aan dat grote verdriet een prijskaartje te hangen.”

Ziek in Kampala

Tijdens een bezoek aan Oeganda in het voorjaar van 2016, om de vermiste Sophia Koetsier op te sporen, werd Nikki van Passel ziek. „Het gebeurde tijdens de eerste nacht in ons hotel in Kampala.” Samen met forensisch onderzoekers zouden ze het gebied in de buurt van Koetsiers laatste verblijfplaats uitkammen. „Rond drie uur moest ik naar het toilet. Ik was het gevoel in mijn bovenbenen kwijt. Vast te lang in één houding gelegen, dacht ik.” De volgende ochtend belde ze met een dokter in Nederland, die vermoedde dat er een zenuw bekneld zat. „Twee dagen later voelde ik de grond onder mijn voeten niet meer. Alsof ik op wolken liep.”

Inmiddels zit ze in een rolstoel. Eind november is ze blind geworden. De artsen vermoeden dat het een auto-immuunziekte is die lijkt op multiple sclerose. De vaccinaties die ze moest halen voor de zoekactie in Oeganda, hebben het immuunsysteem volgens de artsen getriggerd, zegt ze. „En daarmee op z’n kop gezet.” Ze benadrukt dat haar reactie op de vaccinatie uitzonderlijk is omdat ze ook een andere auto-immuunziekte onder de leden heeft. „Ik had deze prikken nooit mogen krijgen.”

Op een van de muren van het café wordt een haard geprojecteerd. Buiten is het donker geworden. Nog even over dat lied. „Ja, dat lied”, zegt ze. Die zin – „niemand weet hoe laat het is” - gebruikte ze in vermissingszaken vaak om mensen ervan te overtuigen dat ze haast moesten maken.

Het gesprek komt op haar goede vriend op de middelbare school. Ze waren „dertien of veertien”. „We konden fijn met elkaar praten. Puberdrama’s. We voelden ons ongeliefd, niet gezien en niet gehoord.” In dat voorjaar werd Niemand weet hoe laat het is veel gedraaid op de radio. „Mijn pleegoma woonde in een hele hoge flat. Daar ging ik met hem naartoe. Dan zaten we op het dak met uitzicht op de bossen.”

Op een avond kwam haar vader, huisarts, thuis van zijn werk. „Lijkwit. Ik wist: er is iets vreselijks gebeurd. Hij zei: ‘Dat hoor je morgen op school wel’.” Haar vriend was van dat dak gesprongen. „Ik zag wat de impact op zijn familie was. Hij vertelde me altijd: ‘Ze houden niet van me, ze geven niet om me, ze zien me niet. Maar nu zag ik dat ze totaal reddeloos en verdrietig waren. Ze gaven wél om hem.”

Die gebeurtenis heeft diepe indruk gemaakt, zegt ze. „Mensen om wie je geeft kunnen zomaar ineens weg zijn.”

Ik zag voor me dat mijn zoon nog veertig jaar voor me zou moeten zorgen, moet je je dat voorstellen

Nu ze waarschijnlijk een vorm van multiple sclerose heeft, een ziekte met een grillig verloop, staat ze nog meer dan voorheen stil bij het leven. Bij MS kunnen er onder andere problemen ontstaan met lopen en voelen. Meestal nemen die geleidelijk toe, zonder herstel. „Het is misschien naïef, maar ik denk dat mijn blindheid tijdelijk is.” Zij denkt dat haar zicht „een opdonder” heeft gehad van de chemo in november. Met de chemo proberen artsen haar immuunsysteem sterker te maken. „Ik heb bij een andere kuur van vijf dagen ook elke dag anderhalf uur mijn zicht verloren.” Toen is het weer geleidelijk terug gekomen.

„Mijn hoofd gaat door maar mijn lichaam staat stil. Ik heb tijdens mijn ziekte twee keer gehad dat ik niet goed meer kon praten. De eerste keer was het zes weken, de tweede keer vijf maanden. Ik zat opgesloten in mijn lichaam.”

Luisteren naar Youp van ’t Hek

Toen ze in 2016 net ziek was, heeft ze alle seizoenen van Friends gekeken. „Ik doe mijn best om zoveel mogelijk te lachen”, zegt ze. Afgelopen voorjaar ging het heel slecht met haar. „Door de chemo was mijn schildklier ontregeld. Ik werd zwaar op de hand. Ik zag voor me dat mijn zoon Damian nog veertig jaar voor me zou moeten zorgen, moet je je dat voorstellen. Ik wilde niet verder zo.” Nu ze blind is, luistert ze naar voorstellingen van Youp van ’t Hek. „Hij relativeert. Wat stelt ons leven nou voor? Je bent een spikkeltje. Een zuchtje.”

Het grootste deel van 2017 heeft ze in revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee gewoond. Daar moest ze weg, want ze was volgens de instelling niet ‘revalidabel’. „Maar mijn oude huis kon ik niet meer in, dat heeft een trap.” Ze kwam aanvankelijk ook niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. Daar had ze een „urgentieverklaring” voor nodig en die liet lang op zich wachten. In de weken voor kerst bleef Heliomare aandringen: u moet nu echt vertrekken. Zij raadden haar aan om naar het Leger des Heils te gaan. „Alsof dat een goede plek is voor iemand die zorg nodig heeft.” Ze stuurde de wethouder een brief: „Helpt u mij alstublieft om door deze ambtelijke molen heen te komen?”

Op 11 december 1971, om drie uur ‘s nachts, verdween Ria Daanen, moeder van drie kinderen. Bijna een halve eeuw later is ze nog steeds vermist. NRC-journalist Freek Schravesande schetst de gevolgen voor de familie. In zestien hoofdstukken.

Uiteindelijk heeft Van Passel een rolstoeltoegankelijke woning toegewezen gekregen. De meeste dozen zijn nog niet uitgepakt. Er zit geen keuken in en de badkamer is niet geschikt voor mensen in een rolstoel. „Volgens de gemeente kost het 4.500 euro om alles aan te passen. Dat moet ik zelf betalen. Ik heb mijn auto en mijn motor al verkocht voor de huur van mijn vorige woning.”

Waarom maakt ze geen ‘lawaai’ voor zichzelf? Ze zou geld in kunnen zamelen. „Ik kan het voor anderen wel regelen, maar voor mezelf niet zo goed.” Ze ziet haar situatie als „een tijdelijke uitdaging, een hoepel waar ik doorheen moet springen”.

Correctie: In een eerdere versie van het verhaal stond dat Van Passel had helpen zoeken naar Ingrid Visser en Lodewijk Severein in Panama, dit was in Spanje. De fout is aangepast.

    • Kim Bos