Recensie

Britse wonderboy Yungblud is live te mooi om waar te zijn

Pop

Yungblud wordt in Groot-Brittannië bejubeld als de ‘langverwachte bastaardzoon’ van Johnny Rotten en Amy Winehouse. Maar geeft deze blufgozer nu echt een karaokeshow?

Yungblud zapt moeiteloos tussen schijnbaar onverenigbare genres als punkrock, rap, boybandballads en nu-metal. Foto Yungblud

Het stinkt naar verf in de bovenzaal van de Melkweg. Dominic Harrison is gewapend met twee spuitbussen van het podium gesprongen. Omringd door een aura van filmende telefoons stormt hij richting een groot zwart doek waarop zijn artiestennaam prijkt: Yungblud. Daaronder kalkt hij in gele en roze letters: ‘Amsterdam’.

Het past perfect bij het ruige rocksterrenimago waardoor de nieuwe wonderboy van de Britse indie in zijn moederland wordt bejubeld als de langverwachte bastaardzoon van Johnny Rotten en Amy Winehouse. De net verschenen EP van de 19-jarige Brit bevat volgens tijdschrift NME ‘de allerbeste muziek van de 21e eeuw’.

Daardoor lijkt de bovenzaal van De Melkweg sprekend op de studio van Top of the Pops. Vooraan staan gillende meisjes die net als hun idool roze sokken onder hun hoogwaterbroek dragen, maar ondertussen wel opdoffers uit de moshpit te verduren krijgen.

Yungblud laat ze allemaal springen op de onweerstaanbare ska-kraker ‘I Love You, Will You Marry Me’ dat in zijn Yorkshires blafaccent klinkt als: „Aaiw lwòv jàh!”. Vol bravoure zapt hij moeiteloos langs uiteenlopende en schijnbaar onverenigbare genres (punkrock, rap, boybandballads, nu-metal) waarin hij aanstekelijke melodieën mixt met simpele doch pakkende hooliganrefreinen („Woo-oh-oh-oh!”).

Alleen: net als op tv is het ook hier te mooi om waar te zijn. Hij heeft namelijk alleen een drummer en gitarist meegenomen (terwijl zijn eigen gitaar voornamelijk op zijn rug hangt of op de grond ligt). Maar wie speelt dan die funky baslijnen? En waar komen die pianoriedels, snerpende syntesizerkathedralen en bombastische achtergrondkoren vandaan? Geeft deze blufgozer nu echt een karaokeshow?

Symbolisch: als Yungblud theatraal met zijn rug naar het publiek gaat staan om het ‘laatste T-shirt van deze tour’ als een bruidsboeket over zijn schouder te gooien, blijft dat hangen aan een plafondspot: onbereikbaar voor de schreeuwende fans die het met lege colabekers naar beneden proberen te gooien. Volgende keer meer shirts meenemen dus, én meer muzikanten.