Recensie

Felle en boeiende ‘Siroe, koning van Perzië’

De zangerscast is uitmuntend. Het Orkest van het Oosten speelt fel onder dirigent George Petrou, bij de eerste scenische productie van ‘Siroe, koning van Perzië’, door de Reisopera.

Sprookjesachtige decors in combinatie met moderne beelden van een kapotte Syrische stad in ‘Siroe, re di Persia’ van de Reisopera. Foto Nienke Elenbaas

Je zou hem het muzikale scharnierpunt tussen Händel, Gluck en Mozart kunnen noemen; de Duitse componist Johann Adolf Hasse (1699-1783). Hoewel in zijn eigen tijd beroemd, raakten zijn naam en meer dan zestig opera’s mettertijd zoek in de plooien van de muziekgeschiedenis.
De Griekse dirigent en barokspecialist George Petrou bracht daar in 2014 verandering in met een internationaal bewierookte opname van Hasses Siroe, re di Persia. De komende weken leidt hij bij de Nederlandse Reisopera de eerste scenische productie van het werk in Nederland. Het verhaal van de opera ontvouwt zich rond de troonsopvolging van de Perzische koning Cosroe. Rode draad is de broedertwist tussen diens zoons, de machtsgeile intrigant Medarse en de rechtschapen Siroe. Bijkomend probleem: de onmogelijke liefde tussen Siroe en de Indiase prinses Emira, die zint op wraak omdat koning Cosroe haar vader heeft afgeslacht in een recente oorlog.

Regisseur Jakob Peters-Messer zoekt in de mengelmoes van oriëntalistische sprookjessferen en een wat zwart-witte goed-kwaadmoraal naar actuele aanknopingspunten, en vindt die in de gespannen situatie in het huidige Midden-Oosten. Het resultaat is een regie met een ingenieus dubbel perspectief, dat onderstreept dat oorlog en machtswellust van alle tijden zijn. Neem het barokke proscenium dat als raamwerk dient voor de projecties van een kapot geschoten Syrische stad op de achterwand. Of de voortdurende verkleedpartijen tussen moderne outfits en wonderschone historische praalkostuums.

Hasses partituur balanceert tussen virtuoos vocaal vuurwerk en uitgesponnen aria’s, waarin de componist met gestroomlijnde melodieën de gevoelstemperatuur van zijn karakters peilt. Mede daardoor wordt Siroe bevolkt door personages van vlees en bloed, die ieder worstelen met hun eigen dilemma’s.
Tel daarbij de uitmuntende cast en je snapt waarom deze productie van begin tot eind boeit. Mezzo-sopraan Hagar Sharvit (Emira) spat van de bühne met een fantastische stem een meeslepende voordracht. Rachel Kelly (Medarse) legt iets ziedends in haar pezige, wendbare mezzogeluid en schetst zo een vinnig portret van Siroe’s kuipende broertje.
De sopranen Myrsini Margariti (Laodice) en Nazan Fikret (Arasse) zingen hun coloraturen schijnbaar moeiteloos als vogeltjes onder het vensterraam.

Jammer dat de vlammende tenor van Juan Sancho (Cosroe) wat afgeknepen klonk in de hoogte. Dat de Amerikaanse countertenor Nicholas Tamagna als Siroe wat bleek afstak bij zijn uitgesproken tegenspelers is minder te wijten aan zijn uitstekende stem dan aan zijn vlakke rol van eeuwige Brave Hendrik.

Onder leiding van Petrou speelde het Orkest van het Oosten lekker fel, met inbegrip van retorische accenten, grillige mini-crescendo’s en plotseling opvlammende strijkers als een expressieve zanglijn daarom vroeg.

Geniale inval: de stamelende slotnoten van Siroe boven een stilvallend orkest, terwijl de opgetakelde coulissen een kaal achtertoneel tonen. Het sprookje is doorgeprikt.

    • Joep Christenhusz