Recensie

Deckwitz is ook in het theater vurig pleitbezorger van poëzie

Theater

Dichteres Ellen Deckwitz vertelt ook in het theater vol overgave over poëzie. Ze vervult haar missie voorbeeldig, maar laat zich wel erg leiden door haar persoonlijke voorkeur.

Foto Merlijn Doomernik

„Google is je beste vriend om poëzie te lezen en interpreteren”, klinkt het enthousiast. Dichteres en performer Ellen Deckwitz verhaalt in haar theaterprogramma Olijven moet je leren lezen, naar haar gelijknamige non-fictieboek, over haar poëtische ontdekkingsreis. Vanaf haar vijftiende is ze verslaafd aan poëzie, niet alleen om te lezen en zelf te schrijven (dat doet ze schitterend), ook is ze vurig pleitbezorger. In een sobere enscenering, begeleid door gitarist Corrie van Binsbergen en van videobeeld voorzien door kunstenaar Martijn Grootendorst, geeft ze antwoord op veelgestelde vragen na afloop van een optreden: „Waarom zou je het moeilijk zeggen als het ook makkelijk kan?” En: „Waarom rijmen gedichten niet meer en zit er zoveel somberte in?” Bij herhaling vallen woorden als „plezier” en „spannend” als het gaat om het begrijpen van een gedicht. Een mooi voorbeeld daarvan is een roepende koekoek in een Japanse haiku. Wat doet die daar? Hij is de stem van je geliefde. Zoiets ontdekken, dat is „lol”.

Deckwitz vervult haar missie voorbeeldig, zeker in deze Poëzieweek. Ze neemt het publiek mee naar Tomas Tranströmer, Hans Lodeizen, de Japanse haiku-meester Basho, Paul Snoek en naar de light verse van Kees Stip en Annie M.G. Schmidt. Het is een beperkte keuze, die meteen de zwakte van haar optreden toont. Wat ontbreekt is aandacht voor het vormvaste sonnet en de lyrische muzikaliteit en ritmiek, ook eigen aan poëzie. Voor dichters als Jan Engelman, Paul van Ostaijen of Lucebert zijn gedichten niet alleen meerduidige taalkunstwerken, maar vooral ook muzikale composities vol alliteratie, assonantie en meer zangrijke klankvormen. Misschien is het uur dat Olijven duurt te kort en de gitaarbegeleiding te stroef en tam. De overgave waarmee Deckwitz vertelt vraagt erom dat ze nog meer poëziestijlen belicht.