opinie

De lunchpauze is nog steeds een nationale schande

De tijden van lunchpauzes op scholen zijn niet gebaseerd op de belangen en behoeften van kinderen, schrijft Conny Bergé.

Foto Evert Elzinga/ANP

Overblijven is standaardpraktijk geworden (Kortere schooldag steeds populairder, 23/1). Maar dan wel een overgebleven, achtergebleven niet-gestandaardiseerde praktijk. Als ‘Tijd voor School’ hebben we ons vanaf 1968 ingezet voor een betere schooltijdenregeling en een lunchpauzevoorziening voor elke school. ‘Daar was de school niet voor’ en ‘de maatschappij zou eraan ten gronde gaan’; zo ongeveer luidde jarenlang de weerstand.

Summiere wetgeving kwam er desondanks, die echter wel budgettair-neutraal moest zijn. Dat wreekt zich nog steeds. Ons pleidooi van meet af aan was een school waar kinderen behoorlijk kunnen leren, eten, spelen en ontspannen, en ook nog eens op gezonde tijden. Maar nee, daar stond de school niet voor open. En nog steeds niet. Het schamele onderzoek, waarnaar ook het artikel deels verwijst, staat er symbool voor. Toen niet en nu nog steeds niet staan de belangen en behoeften van de leerlingen centraal.

De lunchpauze, zeker in het basisonderwijs, is nog steeds een nationale schande

In 1980 heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op mijn verzoek het rapport Achtergronden van de huidige schooltijden in het basisonderwijs in Nederland doen verschijnen. Heldere conclusie: de schooltijden zijn niet gebaseerd op de belangen en behoeften van de leerlingen. Inmiddels hebben de besturen van primair onderwijs en kindcentra, na een lange periode van kunst- en vliegwerk, de taken verdeeld. Leerkrachten gaan met de leerlingen in de klas snel eten, kort luchten en weer door. Na schooltijd is het dan de beurt aan de opvang.

Ik heb het begrip continurooster in de jaren 70 geïntroduceerd. Het begrip van een meer aaneengesloten schooldag was geleend uit Frankrijk waar het eerste onderzoek over het belang van een gezond schoolritme vandaan kwam. Een lunchpauze op school met gezond eten, verzorgd door professionals, was daar gebruikelijk. Dat begrip stond haaks tegenover de gedeelde schooldag, zoals die destijds gemeengoed was. Nu is het begrip continurooster verworden tot zo’n beetje continu doorgaan. Het idee van ‘Tijd voor Leren, Eten, Spelen en Ontspannen’ is nooit fundamenteel opgepakt. Alle studiereisjes naar Scandinavische landen ten spijt. Er werd wel eens opgemerkt in een congres: Nederland houdt niet van zijn kinderen.

Lees ook: Jonge vrouwen werken vaker in deeltijd dan jonge mannen en zijn daardoor minder vaak economisch zelfstandig. Maar willen ze wel meer werken? .

Kijken we naar de kinderen van nu. De lunchpauze, zeker in het basisonderwijs, is nog steeds een nationale schande. Kinderen hebben onvoldoende tijd om rustig te eten. Krijgen ze voldoende aandacht? Wordt er actief gelet op gedrag, zoals pesten? Kunnen ze voldoende spelen en rustig ontspannen? Binnen en/of buiten?

Nee. Ik begrijp werkelijk niet dat leerkrachten en ouders niet massaal protesteren tegen deze typisch Nederlandse misstand. Ja, er is veel werkdruk, grote klassen, te weinig pauze voor leerlingen en leerkrachten, enz. En ja, meer en bekwame professionals binnen die brede, gezonde, passende, diverse school zijn heel hard nodig, inclusief de lunchpauze. Die investering loont zich, op vele fronten. De miljoenen van de overheid voor de ‘Gezonde School’ en ‘Jong Leren Eten’ kunnen structureler en beter besteed worden. En wellicht volgt dan ooit die gezellige kantine, het gezonde eten en drinken, het behoorlijk kunnen spelen en ontspannen binnen en buiten. Maar eerst maar de noodzakelijke en meteen ook duurzame fundamenten.

Conny Bergé is voorzitter van Stichting PEP International die helpt maatschappelijke knelpunten op te lossen.