Nico ter Linden: charismatische maar omstreden predikant

Nico ter Linden (1936-2018) predikant en schrijver Nico ter Linden, twintig jaar predikant in de Amsterdamse Westerkerk en schrijver, had een vrijzinnige opvatting van het geloof.

Nico ter Linden in 2004. In de VS werd Ter Linden pas echt dominee. De schwung, de humor, de eerbied van de dominees in de zwarte kerken. „Ge-wel-dig.” Foto Vincent Mentzel

Nico was de drie jaar jongere broer van Carel ter Linden, die predikant van de Kloosterkerk in Den Haag was, en daarmee de informele hofpredikant van de koninklijke familie.

Zondag overleed Nico ter Linden, hij was al lange tijd ziek. Twintig jaar stond hij in de Westerkerk in Amsterdam en bracht van daaruit een eigen televisieprogramma: Op verhaal komen in de Wester. In 1998 bevestigde hij het huwelijk van prins Maurits en Marilène.

Als schrijver werd hij vooral bekend door de zesdelige serie Het verhaal gaat, waarin hij verhalen uit de Bijbel hervertelt en uitlegt, beginnend met Genesis en eindigend met Openbaringen. Van de boeken, die verschenen tussen 1996 en 2003 bij uitgeverij Balans, werden meer dan een half miljoen exemplaren verkocht. Ook na 2003 bleef hij schrijven, niet alleen over de Bijbel, maar ook bijvoorbeeld over zijn vader, die jurist was geweest en stierf op zijn negenennegentigste.

Nico ter Linden had, net als zijn broer Carel, een vrijzinnige opvatting van het christelijke geloof. In een interview met het Reformatorisch Dagblad zei hij anderhalf jaar geleden: „Sommige mensen vragen mij: ‘Gelooft u dat God bestaat?’ Dan denk ik altijd aan het antwoord van Gerard Reve: „Bestaan? Dat heeft God helemaal niet nodig.” En: „Ik houd het op de God van Psalm 82, die het in de vergadering van de goden superieur opneemt voor de humaniteit. Die God is niet zonder daden leverbaar. Soms heeft de kerk de waarheid van het Evangelie prachtig voorgeleefd, en soms ook krachtig verhinderd.”

‘Jezus was een normaal mens’

Over Jezus zei hij dat hij een normaal mens was die goed zijn best deed en daarbij het leven heeft gelaten. Hij geloofde niet dat Jezus de biologische zoon van God was en ook niet dat hij met Pasen echt uit de dood was opgestaan. Dat moesten we zien als een metafoor. In een interview met NRC in 2011 zei hij dat de taal van de Bijbel een andere was dan die van ons. „Het is een verhalenboek en dus moet je ook het Paasverhaal vooral niet letterlijk nemen.”

Met zulke opvattingen maakte hij niet iedereen blij. Mensen die strenger in de leer zijn, en de Bijbel van kaft tot kaft geloven, vinden nog steeds dat Ter Linden ‘hun’ Bijbel verkwanselde door die te populariseren en naar eigen inzicht uit te leggen. Nico ter Linden wist het: „Ik zaag de tak af waar ze op zitten.”

Toen hij een keer zou preken in het Kerkje aan Zee van de Hervormde Gemeente op Urk werd hij op het laatste moment afgezegd. De voorzitter van de kerkenraad vond dat Jezus in verhalen van Ter Linden wel een mislukkeling leek. „Op zich zijn we ruimdenkend als gemeente, maar dit wijkt te veel af van onze overtuiging.”

Voetbal en toneel

Nico ter Linden werd op 26 juli 1936 geboren in Amersfoort. Zijn beide grootvaders waren dominee en zijn ouders geloofden, maar waren volgens hem niet hinderlijk vroom. Hij deed negen jaar over het gymnasium – voetballen en toneelspelen vond hij leuker dan huiswerk – en bedacht pas dat hij theologie wilde studeren toen hij in militaire dienst zat.

De soldatenwereld vond hij bot, het leven leek hem zinloos, en met deze twijfels meldde hij zich bij de legerpredikant, die goed bleek te kunnen luisteren. Hij dacht: mooi vak, mensen voor Gods aangezicht helpen de chaos in hun hoofd te ordenen, en bovendien houd ik van vertellen. Wat ook meespeelde: als hij theologie ging doen, kon hij uit dienst. Dat was in 1958.

Hij begon zijn studie in Utrecht, naar familietraditie, en deed met het theologendispuut waar hij in zat mee met de oecomenische diensten die in de Janskerk georganiseerd werden. Hervormden, gereformeerden, katholieken. Het was een „smeltkroes”, zei hij in 2002 in het Historisch Nieuwsblad. De kerk zat hartstikke vol en niemand wist beter of het zou altijd zo blijven. Koningin Juliana bezocht de diensten regelmatig met haar dochter Irene, die ook in Utrecht studeerde en met Nico ter Linden toneelspeelde. Ter Linden: „De koningin vond het enig. Ze was zeer geïnteresseerd. Ze kwam daar als gelovige, niet als koningin.”

Toen hij al predikant was, studeerde Nico ter Linden godsdienstpsychologie in Nijmegen en later in Amerika. Daar was hij, zei hij in NRC, pas echt dominee geworden. De schwung, de humor, de eerbied van de dominees in de zwarte kerken. „Ge-wel-dig.”

Zeer geliefd

Dat charisma had Nico ter Linden zelf ook. De diensten in de Westerkerk – hij werd daar predikant in 1975 – werden onder zijn leiding zeer geliefd, met name bij de wat elitairdere Amsterdammers, die het geloof van huis uit nog wel hadden meegekregen, maar er door de secularisatie in de jaren zeventig en tachtig weinig meer mee deden. Na zijn afscheid, in 1995, begon een deel van deze mensen alsnog af te haken.

Bestond de hemel volgens Nico ter Linden? In NRC zei hij: „Alleen in ieders fantasie.”

Hij had er ook een mop over, die op pagina 46 van het Boekenweekessay staat dat hij in 2003 schreef. Twee Joden zitten samen op een terrasje wijn te drinken. Ze fantaseren over de hemel. De een denkt dat de hemel een terrasje is, waar hij na afloop niet hoeft af te rekenen. De ander stelt zich de hemel ook voor als een terrasje. „En dan zeg ik: ‘Hé, daar heb je Adolf Hitler ook’, en dan praten we daarna gewoon weer verder.”

Nico ter Linden is 81 jaar geworden, hij laat een vrouw en drie kinderen achter.