Recensie

Vrouwen met baard en houtblok percussie bij Iron & Wine

„Man met baard maakt Americana” , zo wordt Sam Beam van Iron& Wine vaak aangekondigd. Hij ontsnapt de man-met-gitaar-saaiheid.

Foto Kim Black

Als in een groteske parodie op het cliché van pastorale popmuziek speelt Iron & Wine onder zeventien levensgrote, verlichte schapenwolken boven het podium. Met de vrije natuur zit het wel goed bij Iron & Wine, sinds 2002 de nom de plume van Sam Beam uit South Carolina. „Man met baard maakt Americana” staat er meestal in de aankondiging. De twee vrouwen in zijn band verschenen bij de toegift met plakbaarden op het podium. Ook met de humor zit het wel goed bij Iron & Wine.

Hoe ontsnapt zo’n door de wol geverfde frontman met een repertoire van sfeervolle, poëtische liedjes aan de saaiheid van een man met gitaar? Beam zoekt het na zijn degelijk voortkabbelende album Beast Epic in de instrumentatie. Cello, contrabas, hammondorgel en zelfs de belletjes en houtblokken van de percussioniste kregen in elk nummer een andere functie. Op zijn uitdagendst klonk het vijftal in ‘House by the Sea’ waar de geplukte noten op de snaarinstrumenten en het hakkelende ritme van de drums samen een ontregeld soort hoefgetrappel veroorzaakten.

Met zijn zalvende stem zong Sam Beam zijn teksten over de goedheid van God, de hond die aan de ketting ligt en de jongen met de munt die hij vond in het gras. De zoete dameszang in ‘Jezebel’ klonk onheilspellend, alsof er op elk moment een grote plaag over de mensheid kon worden uitgestort. De wolken boven het podium waren telkens gehuld in nieuwe pastelkleuren. Geen paniek mensen, liet Beam met ironische bijklank doorschemeren, er is niks aan de hand in Amerika.