Recensie

Aruán Ortiz is achter piano haast abstract kunstenaar

De op Cuba geboren Ortiz, speelt meestal met trio of kwartet, maar voor zijn nieuwe album Cub(an)ism speelde hij in Utrecht solo.

Aruán Ortiz: zijn nieuwe album heet Cub(an)ism Foto INTAKT

Er is een noot die Aruán Ortiz niet bevalt. Hij zegt het als hij na een uur solerend achter de piano opeens opstaat. Een van de toetsten van de vleugel brengt een toon voort die zich onaangenaam in je gehoor boort, zegt Ortiz. Vermoedelijk hebben weinigen er iets van gemerkt, hij heeft getracht er omheen te spelen. Beperkingen stimuleren de creativiteit. Wat zich wel in het gehoor boort zijn de beperkte noten die Ortiz gebruikt als ritmische onderlaag in zijn spel. Vaak zijn het één of twee toetsen bij de linkerhand die pulseren als indringende radarsignalen van buitenaards leven. In enkele lichtere stukken gebruikt hij de hoge toetsen voor hetzelfde effect. Die ritmiek is zijn clave, de basispuls van alle Afro-Cubaanse muziek, maar vaker verstopt hij die achtergrond op zo’n manier dat het nauwelijks meer hoorbaar is tussen de jazz en avant garde.

Aruán Ortiz is vaak te horen met trio en kwartet of als componist voor anderen, maar zo solo achter de piano legt hij met de schetsen van zijn nieuwe album Cub(an)ism zijn ziel bloot. Geen makkelijke man, een denker en een abstracte kunstenaar. Soms klinkt hij als Thelonious Monk, de toetsen hard en plots aanslaand, maar dan zonder diens sterke thema’s en swing. In het werk van Ortiz zitten weinig ankerpunten, maar wie zich laat meevoeren door het schip merkt dat er wel degelijk een rotsvaste kapitein aan het roer staat. Een kapitein die soms, als hij echt in de flow zit, te horen is boven zijn toetsen, meeneuriënd met zijn eigen improvisaties. De passagier weet zich dan veilig, te midden van het avontuur.

    • Leendert van der Valk