Recensie

Eerste Strijkkwartetbiënnale opent opwindend

Deze week treden kwartetten uit alle windstreken op in het Muziekgebouw aan ’t IJ. De opening met nieuw Widmann-werk was een succes.

Strijkers met ster klarinettist Jörg Widmann tijdens eerste Strijkkwartetbiënnale in Amsterdam. Foto Ben Bonouvrier

Gezien het prestige en de populariteit van het genre is het eigenlijk gek dat zoiets nog niet bestond: een festival gewijd aan het strijkkwartet. De Strijkkwartetbiënnale heeft een grote gunfactor – toen festivaldirecteur Yasmin Hilberdink zich in haar welkomstpraatje voorstelde als oprichter oogstte ze spontaan applaus. Het is ook niet mis wat men voor elkaar heeft gekregen. In het smaakvol aangeklede Muziekgebouw treden deze week meer dan twintig internationale strijkkwartetten op, waaronder de absolute wereldtop. Op papier oogt deze eerste editie voldragen en gevarieerd, met een mix van klassiek en hedendaags repertoire, aandacht voor jong talent en lezingen van Alfred Brendel en Alex Ross. De openingsavond stelde niet teleur.

Door een last-minute-ingreep ging de Strijkkwartetbiënnale daadwerkelijk van start met een strijkkwartet, en niet met een kwintet, zoals aanvankelijk gepland. Het Hagen Quartett zette Weberns Strijkkwartet heel langzaam en zacht in, ademend en met een invoelende warme klank: zo had de Biënnale zichzelf binnen vijf tellen al gerechtvaardigd. Daarna stond het openingsconcert toch echt in het teken van het klarinetkwintet, met het beroemde werk van Brahms én een Nederlandse première van componist en sterklarinettist Jörg Widmann (1973).

Widmanns kwintet duurde maar liefst drie kwartier en voltrok zich grotendeels ingetogen en in traag tempo. Dat klinkt weinig opwindend, maar dat was het wel. Widmanns muziek is nooit cerebraal, maar ontstaat in een intuïtieve dialoog met het muzikale verleden. De geest van de Weense klassieken waarde door dit kwintet, maar ook die van ruis- en knispercomponist Helmut Lachenmann en die van de lyrische expressionist Wolfgang Rihm, Widmann leermeester. Zoals Widmann al die invloeden en klankfantasma’s aaneen parelde was echter onnavolgbaar eigen.

Het begon met geritsel van stuiterende strijkstokken, dat het zwijgen werd opgelegd door enkele sonore klarinettonen. Tegen het einde keerde dat motief terug in een hallucinante kabaalincarnatie, met frenetiek gestrijk en krijsende klarinet, en werd je je bewust van de bizarre tocht die je aan Widmanns hand schuifelenderwijs had afgelegd. Het samenspel met Hagen was evenwichtig en fijnbesnaard. Maar het mooist waren toch de momenten dat Widmann-de-componist zichzelf als klarinettist liet schitteren, met een subtiele dubbeltonenmelodie, of in de fluistervirtuoze solocadens.

Gedurende de Biënnale worden ’s avonds laat de late strijkkwartetten van Beethoven uitgevoerd, steeds door een ander kwartet. Het Belgische Danel beet het spits af met opus 127 en deed dat uitstekend. De samenklank leek minder precieus dan bij het Hagen, maar daar stond veel vitaliteit en beleving tegenover – in het Adagio steeg primarius Marc Danel van overgave haast op uit zijn stoel.

Gecorrigeerd op 30 jan 2018: Titel muziekstuk gespeeld door Hagen Quartett, Weberns ‘Langsamer Satz’ vervangen door diens ‘Strijkkwartet’; correctie na foute vermelding in concertprogramma.

    • Joep Stapel