Cultheld ‘JP’, de jongen van de stad

Jean-Paul de Jong Jean-Paul de Jong (47), icoon van FC Utrecht, beleeft een goede start als hoofdtrainer. Cultuurdrager van een club zonder zondagskinderen.

Jean-Paul de Jong (rechts) na de wedstrijd tegen Ajax met zijn voorganger bij FC Utrecht, Erik ten Hag. Foto Olaf Kraak/ANP

Als voetballer excelleerde hij nergens in. Hij was niet de meest begaafde technicus, noch de speler met de meeste goals, en hij kon ook niet bogen op andere records in de clubhistorie. Of toch nog één, een record dat prominent in de statistieken van de voetbalbond staat: de meeste gele kaarten in de geschiedenis van FC Utrecht. Om die reden gekroond tot ‘schoppenkoning’, maar toch ook met respect in de canon van zijn club gebeiteld: Jean-Paul de Jong, clubicoon. Er is zelfs een biografisch boekwerkje van ‘JP’ naar aanleiding van zijn afscheid als profvoetballer in 2007.

Vechtlust en clubliefde

Zijn cv is summier; veertien jaar FC Utrecht met een uitstapje naar Duitsland. Zijn grootste kwaliteit: dienstbaarheid, vechtlust en clubliefde.

Ook zondag scandeert de Galgenwaard zijn naam, net als enkele dagen eerder tegen Feyenoord. Hij inhaleert de steun, maakt als dank een kordaat handgebaar naar de aanhang. En probeert met de handen op de rug op zijn donkerblauwe winterjas naast de dug-out het overzicht te behouden. Hij geniet van de „compactheid” en de „drive” van zijn team, zou hij na afloop op de persconferentie analyseren. Nee, over plan B of C hoeft hij zich het hoofd niet te breken. Ajax krijgt op het zanderige veld moeilijk greep op zijn opponent en komt niet verder dan een remise (0-0). En zo is De Jong de morele winnaar van het persoonlijke duel met zijn voorganger Erik ten Hag.

Jagen, pressen, kleven en schaven

Jean-Paul de Jong (47) kan niet stuk bij de aanhang van FC Utrecht. Cultuurdrager van een club zonder zondagskinderen. Met een geschiedenis die laveerde tussen crisis en relatief succes. Jagen en pressen, kleven en schaven, rennen en buitelen. Vechtjas tussen de linies, maar sociaal buiten het stadion. Een spreekbeurtje hier, een handtekening daar. Bezig met voetbal voor daklozen en gehandicapten in zijn vrijwilligersstichting Klein Galgenwaard.

„Hij was een zeer gepassioneerde speler die op de rand van het toelaatbare speelde. Die niet overliep van voetballende kwaliteiten, maar die het vuurtje kon opstoken”, zegt oud-speler Gert Kruys, tegenwoordig wedstrijdanalist bij RTV Utrecht. „Ballen onderscheppen, daar was hij goed in. Daardoor kreeg hij veel kaarten. Dit is ook wat het Utrechtse publiek graag ziet, het is een jongen van de stad. Dat vinden ze hier ook wel belangrijk. Dat maakt van hem een soort cultheld.”

Voor oud-speler Ton du Chatinier is de iconische rol ook een kwestie van statistiek: „Het heeft vooral te maken met de vele jaren dat hij bij Utrecht heeft gespeeld. Dan ben je snel een icoon, dat ben ik ook”, grinnikt Du Chatinier (235 wedstrijden, drie jaar hoofdtrainer). „Het publiek wil zich met hem vereenzelvigen omdat hij altijd hard heeft gewerkt. Hij was een type-Wouters, maar die had meer klasse dan Jean-Paul.”

Hij werd geboren in 1970, het jaar dat FC Utrecht ontstond als fusie tussen drie clubs, groeide op in het Utrechtse Zuilen waar hij begon bij Elinkwijk. De Jong speelde in de jeugd van Ajax en Feyenoord en koos het avontuur in Duitsland (Arminia Bielefeld, VFL Osnabrück). Daar leerde hij strijd te leveren, maar ook in dienst van het team te spelen. Bepalend voor zijn ontwikkeling was de enkelblessure in 1989. Volgens zijn vader heeft hij daarna nooit meer de oude JP teruggezien. Die zag hem altijd als een regisseur aan de bal, als een geboren nummer tien. „Sinds die breuk vormden werklust en dienstbaarheid mijn basis. Mijn talent kwam op de tweede plaats”, zegt De Jong in het boekje JP clubicoon.

Winst KNVB-beker

Nu is hij hoofdtrainer van de club waarvoor hij in veertien jaar 370 wedstrijden speelde, twee keer de KNVB-beker won, plus de Johan Cruijff Schaal. Zijn opvolging van Ten Hag, die eerder deze maand tussentijds naar Ajax vertrok, was niet onomstreden – icoon of niet. Sommige spelers hadden na de dominante en de tactisch eigenzinnige Ten Hag liever een ‘naam’ als opvolger. Ten Hag geldt als de architect van de professionalisering van FC Utrecht in de laatste jaren. En De Jong was ruim twee jaar zijn assistent geweest, zoals eerder bij Go Ahead Eagles. Clubeigenaar Frans van Seumeren smoorde de oppositie met de mededeling dat het gezeur maar eens afgelopen moet zijn.

De verschillen tussen Ten Hag en De Jong zijn er. Aanvoerder Willem Janssen: „De Jong is de man van loyaliteit, is een mensen-mens. Is empathisch, kan zich inleven in de speler. Hij is niet bang zijn kwetsbare kant te laten zien. Dat vind ik heel sterk van hem. Gevoel: we doen het samen.”

„Erik was het tactische meesterbrein. Als leider was hij dominant, kan heel goed een ploeg voorbereiden, gericht werken aan een speelwijze, zijn visie weergeven.”

Gouden Stier

En, zegt Janssen, dominante leiders hebben ook een bepaalde houdbaarheid. „Je merkt dat er meer ontspanning is in de groep en de staf. Waardoor iedereen wat vrijer wordt en meer verantwoordelijkheid pakt.” Bij de eerstedivisieclub Eindhoven pakte zijn trainingsaanpak goed uit en kreeg hij de Gouden Stier als beste trainer in de eerste divisie.

Of een clubicoon de meest geschikte trainer is – daarover zijn de meningen verdeeld. Aanvoerder Janssen vindt van wel: met Jean-Paul is er een „match” met het stadion, de sponsors. Maar Leo van Veen (71), Mister FC Utrecht, weet hoe broos reputaties zijn. De stilist en topscorer aller tijden van de club, had daar als trainer een moeizame tijd. „Maar in anderhalf jaar heb ik vijf voorzitters gehad. Nu is er meer rust in de organisatie en gaat het financieel ook goed.”

De Jong heeft „een fantastisch gevoel” na de drie gelijke spelen in tien dagen, tegen AZ, Feyenoord en Ajax. „Hier zit een trotse coach”, zegt hij. „Deze week kon het alle kanten op”.”

    • Harry Meijer