‘Als iemand zegt dat alle Koerden terrorist zijn, steek ik mijn middelvinger op’

Koerden in Deventer Levert de Turkse aanval op Afrin ook hier spanningen op? In Deventer wonen en werken Koerdische en Turkse Nederlanders samen. Meestal gaat dat goed.

Demonstranten opgeroepen door de ‘Federatie Koerden in Nederland’ protesteren tegen de inval van Turkije in het Noord-Syrische AfrinRemko de Waal/ ANP

Achter de kassa van de Eurosupermarkt op de Rielerweg in Deventer zit een Syrische Koerd. Drieënhalf jaar geleden vluchtte hij met zijn gezin uit Syrië naar Nederland. Hij is niet de eigenaar van deze smalle supermarkt met kratten vol groente en fruit in het midden. De eigenaar is ook een Syrische vluchteling, „Arabisch, niet Koerdisch”, legt de kassa-man uit.

Ze zijn goede vrienden, de Syrische Koerd en de Arabische Syriër. Dat kan. Ook nu het Turkse leger en strijders van het Vrije Syrische leger een grondoffensief zijn begonnen tegen de Koerdische militie YPG in Noord-Syrië. De eigenaar komt precies uit dat gebied. De vraag is: levert het offensief ook hier spanningen op, in Nederland?

Deventer heeft een flinke Koerdische gemeenschap, net als Arnhem, Rotterdam, Utrecht, Enschede en Zaanstad. De meeste Koerden wonen in Den Haag. Hoeveel Koerdische Nederlanders er zijn, is onbekend. Schattingen gaan uit van 60 tot 70 duizend, ze worden niet als zodanig geregistreerd. Ze komen vaak oorspronkelijk uit Turkije. En minderheid uit Irak, Iran en Syrië. In Deventer wonen er veel Koerdische én Turkse Nederlanders. De meesten willen vanwege de gevoeligheid van conflict in hun omgeving niet met hun naam in de krant.

Lees ook: Nederlandse Koerden steunen Syrische Koerden in protestmars

‘Normale Turk’

Een kleine man met dikke buik komt binnen en slaat de cashier bij wijze van begroeting op zijn schouder: salam aleikum. Hij is de leverancier van zuidvruchten en noten. Is hij ook Koerd? Welnee, hij kijkt een beetje boos. Hij is een „normale Turk”, zegt hij.

Met Koerden heeft hij geen probleem, zegt hij. Hij heeft Koerden als klant. Ook joden en Christenen, het zijn allemaal mensen. Maar er zijn ook Koerdische terroristen, zegt hij dan met nadruk. „Die zijn van de PKK. Erdogan strijdt tegen hen. En dat is een goede zaak.” Hij is aanhanger van de Turkse president Erdogan.

Sommige Nederlanders vinden dat zielig voor die Koerden, zegt de leverancier. „Dat komt doordat ze de situatie niet goed begrijpen. Dat is niet zo gek. Turkse Nederlanders kijken naar Turkse én naar Nederlandse televisie. Ze lezen Turkse én Nederlandse kranten. Ze zijn dus beter geïnformeerd dan de meeste Nederlanders, die maar naar één zender kijken en één krant lezen.”

Even verderop op de Rielerweg begroet Aisha, mede-eigenaresse van eethuis Öz Urfa elke klant die binnenkomt even hartelijk. „Alleen als iemand zegt dat alle Koerden van de PKK zijn, dan steek ik mijn middelvinger op”, zegt ze strijdbaar. „Zelfs als het een klant is.” Dat soort opmerkingen komen voor, vertelt ze, „want in Deventer wonen veel Koerden en Turken”. Iedereen weet wie wat is, zegt ze.

Sjaaltje

Haar man is Koerdisch, haar vader ook, haar moeder heeft Turkse wortels. Ze komen allemaal uit Turkije. „Dat zijn weer andere Koerden dan die uit Syrië. Wij zijn gewone Koerden. Daar heb je er heel veel van. Ik ben niet aan het strijden voor een staat, ik ga niet demonstreren op straat. Ik ga wel eens naar Koerdisch Festival. Dat is het.”

De Turkse en de Koerdische tak van haar familie gaan goed met elkaar om. Over het algemeen. Wel zijn er kleine wrijvingen: „Ik heb een nichtje die is echt Túrks Turks. Ik heb thuis een Koerdisch sjaaltje. Ik loop daar niet mee op straat, het hangt aan de muur. Maar als zij dan bij mij thuis komt, dan zegt ze: ‘Wat een vieze rot sjaal’.”

Lees ook: In het toekomstige Syrië moet ook een plek zijn voor de Koerden

Soms gaat het er feller aan toe. Serkan Sahin (39) is teamleider in een fabriek voor metalen verpakkingen in Deventer. In zijn team twee Turkse Nederlanders. Een van hen ligt constant in de clinch met een Koerdische Nederlander, die ook in het team zit. Sahin: „Ik heb ze verboden over politiek te praten. Ze beginnen telkens over voetbal te discussiëren, ze zijn ieder fan van een ándere Turkse club. Dan stappen ze over op politiek. En dan is het te laat.” Sahin: „Voor je het weet wordt het groot en hebben twee hele familie’s slaande ruzie. Dat gebeurt.”

Zelf is Sahin half Koerdisch, half Turks. Hij vindt de Koerdische claim op een eigen staat niet onterecht maar niet realistisch. De situatie in Syrië is zo ingewikkeld, legt hij uit. „Je hebt allerlei groepen die elkaar bestrijden die weer worden gesteund door grootmachten als Amerika en Rusland. Die zullen een staat niet toestaan. Bovendien zijn de Koerden onderling ook zeer verdeeld.”

Zelf komt hij uit Kars, in Oost-Turkije. Hij zou niet terug willen. Hij ziet de toekomst van zijn dochter van 13 en zoon van zes in Nederland. Zelf wil hij ook niet weg. Hij vindt Nederland een fijn land. „Als iedereen elkaar een beetje de ruimte geeft om eigen opvattingen te hebben, tenminste.”

    • Sheila Kamerman