‘Ze moeten uit die hel weg. Punt’

Klaas Spijk

Klaas Spijk is opa van vier ‘kalifaatkinderen’. Hij begrijpt niet waarom de regering zich niet wil inzetten voor hun terugkeer.

Opa Klaas: ‘Waaróm, Mandy, zou ik haar willen vragen’. Foto Kees van de Veen

Klaas Spijk had het zich nog zó voorgenomen toen de camera’s van De Wereld Draait Door afgelopen woensdag begonnen te draaien. „Als ik straks aan tafel zit, ga ik een statement maken. Ik herinner Rutte aan zijn uitspraak dat Nederlandse jihadisten beter kunnen sneuvelen in IS-gebied, dan terugkeren. Ik zal zeggen dat hun kinderen – mijn kleinkinderen – hetzelfde lot wacht, als de premier niet snel ingrijpt.”

Spijk (65) kreeg de kans niet. Maar zijn boodschap is toch breed opgepikt. In de discussie over de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid voor de kinderen van IS-strijders in het voormalige kalifaat, is hij uitgegroeid tot boegbeeld van bezorgde grootouders. Zijn bijnaam: ‘opa Klaas’.

Tamelijk opgewekt vertelt hij over de kleinkinderen die hij tot pakweg vier jaar geleden met regelmaat zag. Zijn oudste kleinzoon – „een gevoelig kereltje” – moet nu tien zijn. Zijn kleindochters – „blije meiskes” – acht en vijf. De jongste was drie maanden toen hij in 2015 met zijn ouders – Spijks dochter Mandy en haar Egyptische echtgenoot Yasser – naar Syrië reisde. Spijk neemt het zijn dochter kwalijk dat zij haar kinderen „hun toekomst heeft ontnomen”. Zij deden het goed op school en hadden een mooie toekomst voor zich. „Waaróm, Mandy, zou ik haar willen vragen.”

Wat denkt u?

„Ik vermoed uit liefde voor Yasser. Mandy ontmoette hem in Egypte toen ze twintig was. Mijn ex-vrouw en ik hadden een huis gekocht in Hurghada. Mandy en haar toenmalige vriend kwamen over. Aan Yasser – die we kenden uit het Egyptische uitgaansleven – vroeg ik of hij hen wegwijs wilde maken. Niet wetende dat de vonk tussen hem en Mandy zou overslaan. Nog geen jaar later was zij van hem in verwachting.”

U vertrouwde hem in het begin?

„Dat niet. Hij was een gangmaker. Een jochie van de straat dat blowde en dronk. Ik hoopte dat hij zich als een gids over hen zou ontfermen.”

Wanneer merkte u dat uw dochter radicaliseerde?

„Dat ging heel geleidelijk. Yasser was een dominante man. Hij eiste al snel dat zij haar socialemediawachtwoorden inleverde en verbood omgang met haar vrienden. Maar ik zag hem pas echt veranderen toen Morsi in 2012 president van Egypte werd. Yasser was niet meer achter zijn computer weg te slaan. Hij vond het geweldig wat daar gebeurde. Op mijn werk, waar hij uitzendkracht was, hield hij lange monologen tegen Turkse collega’s over de islam. ”

Wanneer dacht u: mijn Mandy is mijn Mandy niet meer?

„In 2014 ging ik spontaan bij haar langs op haar verjaardag. Na lang aandringen deed ze open. We dronken koffie, daarna vroeg ze of ik weg wilde gaan. Zo van: rot op, pa. Het was de laatste keer dat ik haar zag.”

Pijnlijk.

„Heel pijnlijk. Ik voelde me knap beroerd.”

U zocht er niets achter?

„Toen niet. Nu denk ik: Yassin heeft haar moedwillig geïsoleerd. Van haar buurvrouw hoorde ik dat ze in het jaar voor haar vertrek een zwart gewaad droeg. Ik had in die periode geen contact met haar.”

Neemt u zichzelf iets kwalijk?

„Wat had ik kunnen doen? Ik heb tegen Mandy gezegd dat ik bepaalde dingen niet normaal vond, maar ze was verliefd hè. Ik wilde mij niet mengen in hun huwelijk.”

Toch hebt u ruim voor haar vertrek uw zorgen met de AIVD gedeeld.

„Op aandringen van mijn ex-vrouw. Ik had haar verteld dat Yasser zijn profielfoto op Facebook had verruild voor een figuur op een steigerend zwart paard met in zijn hand iets wat op een IS-vlag leek. Ze wilde de politie bellen, maar ik durfde niet, uit angst dat Mandy nog meer afstand zou nemen. Uiteindelijk hebben we toch gebeld. Bij de politie werden we doorverwezen naar de AIVD. We hebben allerlei informatie gedeeld, maar nooit iets terug gehoord. Achteraf denk ik: we hadden beter de wijkagent kunnen bellen.”

Kinderen van IS-strijders worden in speciale klassen geïndoctrineerd. Kunt u zich voorstellen dat de overheid zegt: het is risicovol om hen terug te halen?

„Zeker. Sommigen zullen gevechtstrainingen hebben gevolgd of onthoofdingen hebben bijgewoond. Wellicht ook mijn oudste kleinzoon. Wie zegt dat ik hem kan vertrouwen? Maar vergeet niet dat de Nederlandse overheid tienduizenden vluchtelingen hierheen heeft gehaald. Daar zitten ook getraumatiseerde kinderen tussen, want ook de lokale bevolking moest onthoofdingen bijwonen. Díé kinderen krijgen, naar ik hoop, psychologische begeleiding. Waarom kinderen van IS-strijders niet?”

U bent boos op de regering?

„Ja. De VVD gaat er met gestrekt been in. Maar ik ben nog bozer op het CDA. Hoe kan een partij met christelijke grondbeginselen zó inhumaan zijn? Die kinderen moeten uit die hel worden gehaald. Punt.”

Wat zou u bij een weerzien tegen uw kleinkinderen zeggen?

„Wat zouden ze tegen míj zeggen? Zij zitten waarschijnlijk vol verhalen.”

Bent u bang voor wat u te horen krijgt?

„Nee, ik ben bang voor de psychologische impact. Hun levens zijn verwoest. Mijn kleinkinderen hebben nooit kind kunnen zijn.”

    • Danielle Pinedo