Column

Pas op: liefde baart extra ongelijkheid

Dit was de week van Davos en dus van ongelijkheid. Zoals collega Wouter van Noort noteerde: in Davos leggen miljonairs aan miljardairs uit hoe de middenklasse zich voelt. Daags voor de jamboree van topmanagers, politici en journalisten publiceerde ontwikkelingsorganisatie Oxfam z’n rapport over ongelijkheid. Samen bezitten 42 miljardairs net zo veel als de 3,7 miljard allerarmsten.

De vermogens- en inkomensongelijkheid wordt al decennia gevoed door politiek-economische verschuivingen. Die komen deels voort uit liberale stembusoverwinningen vier decennia geleden. Thatcher, Reagan, Lubbers. Hun (soms sociaal-democratische) opvolgers hebben het beleid hooguit wat aangepast. Economieën zijn geliberaliseerd. Winstbelastingen verlaagd. Ondernemers hebben dankzij politieke lobby meer in de melk te brokkelen. Of zij zijn zelf aan de macht (Trump, eerder Berlusconi). Vakbonden zijn onmachtiger.

De verschuivingen vertalen zich in een simpele vuistregel: vermogen (beleggingen, huizen) rendeert beter dan arbeid. De Franse econoom Thomas Piketty heeft met een formidabele databank deze trend doorgetrokken. Zijn prognose: de bezittende klasse zal z’n economische en maatschappelijke positie alleen verder versterken.

Maar wat blijkt nu? De hoge rendementen zijn al bijna 150 jáár een hardnekkig fenomeen. In een onderzoek getiteld The rate of return of everything, zetten vijf wetenschappers de rendementen op alle bezittingen op een rijtje. Die opbrengsten overtreffen de economische groei. De werknemer die voor zijn salaris afhankelijk is van de economie staat voortdurend op achterstand. De vermogensversnellers van de bezittende klasse worden wel geremd. Door oorlog, galopperende inflatie en belastingen.

Lees ook dit interview over partnerkeuze met demograaf Jan Latten

De cijfers voor Nederland uit het rapport zien er zo uit: 5,27 procent rendement op vermogen sinds 1870 en 6,73 procent sinds 1980. De economische groei was in deze periodes 3,16 procent en 2,28 procent. Ondanks deze rendementskloof houdt Nederland de ongelijkheid in toom. Op de ranglijst van inclusieve ontwikkeling, deze week ook in Davos verschenen, staat Nederland bij de ‘rijpe’ economieën nummer zeven. Noorwegen is 1, Duitsland 12, de VS 23.

Hoe lang zijn we nog zevende? Denktank SCP, het Sociaal en Cultureel Planbureau, openbaarde eind vorig jaar een opmerkelijke verschuiving in de inkomensontwikkeling. In 1995 ontving de rijkste 1 procent van de huishoudens 3,3 procent van de inkomens (salaris, uitkeringen). In 2014 was dat 4,8 procent. De schatting voor 2017: 4,7 procent.

Deze 1 procent zijn zo’n 80.000 huishoudens. Denk aan tweeverdieners met twéé (voltijd)inkomens: medisch specialisten, advocaten, hoogleraren, directeuren en succesvolle artiesten. Denk ook aan de trend dat hoogopgeleide twintigers en dertigers relaties aanknopen met andere hoogopgeleiden.

Deze ‘powerkoppels’ zijn ook de verpersoonlijking van andere verschillen. Zij wonen in de stad, niet op het platteland. Hun kinderen bezitten hun genen, maar zij profiteren ook van hun ambitie (zo hoog mogelijke opleiding) en hun geld (huiswerkles) voor de beste cijferlijsten. Die kinderen hebben de beste kansen op evenaring van hun ouders en op éigen hoge inkomens. Dus op voortzetting van de ongelijkheid.

Marike Stellinga is afwezig.