Opinie

    • Bas Heijne

Koester het Nederlands

Afgelopen week tweette Amerika-correspondent Erik Mouthaan een personeelsadvertentie van zijn werkgever RTL: „Daarvoor zoeken we interiorlovers met de juiste makers skills… Content moet inspirerend zijn, informatief en designworthy… next generation interiorista’s… inspirational content…”

Allemaal ontzettend hip bedoeld, en juist daarom een beetje provinciaal. Nederlanders tonen zich altijd het meest Nederlander wanneer ze zo min mogelijk Nederlander willen lijken. Voorheen had je docenten die dachten heel wat te zijn wanneer ze het accent van de Engelse upper class in de overtreffende trap nabauwden – wat Engelsen gênant vinden. Tegenwoordig probeer je jezelf uit de Hollandse klei te verheffen door veel angelsaksisch jargon door je zinnen te strooien. Ontwerpers, techneuten, mediamensen, kunstcritici, activisten, vloggers. Beetje aanstellerig, beetje aandoenlijk.

Maar is het ook erg?

Deze weken, in de doorgaans windstille periode tussen het Zwarte-Piet-debat en de ophef over de zoekeitjes van de Hema, is het bedreigde Nederlands ineens brandpunt geworden in onze nationale cultuurkamp. Steeds meer vakken op de universiteiten worden in het Engels gegeven, omdat er veel buitenlandse studenten zijn, en ook omdat veel lesstof in het Engels is. Welbeschouwd is het universitair onderwijs verengelst.

Op het absurde af – het debat brak los toen de dichter Jean-Pierre Rawie gevraagd werd aan de Groningse universiteit in het Engels over zijn werk te spreken. Of hij zijn versregels voor de gelegenheid naar het Engels wilde omzetten. Eerder was er de kwestie van de studente die haar eindwerkstuk over Vondel in het Engels moest schrijven, met alle citaten uit de toneelstukken erbij. Haar hoogleraar Lotte Jensen, die de discussie aanzwengelde: „Vondels taal werd in een Engels keurslijf geperst om maar te voldoen aan het examenreglement.”

Stop Engelse gekte! kopte De Telegraaf deze vrijdag op de voorpagina. De krant maakte er meteen maar een Stelling van de Dag van. In die heerlijke rubriek draait het steevast om open, onbevangen stellingen in de trant van „Is de boerka een verrijking van de Nederlandse cultuur?” Ook nu staat de uitslag bij voorbaat vast: door de „Engelse gekte” heeft het Nederlands het nakijken aan de universiteiten en hbo-opleidingen, en de Nederlandse student eveneens.

Doorgaans kan de Nederlandse student de Telegraaf-lezer niet zoveel schelen, maar nu past het helemaal in het sjabloon van de culturele onteigening door een kosmopolitische elite die onze cultuur en culturele waarden achteloos verkwanselt, uit pure haat tegen wat ons landje eens zo mooi maakte.

Ook elders worden stellingen betrokken. Nadat SP-voorzitter Ron Meyer op twitter een aftrap had gegeven („Nederlands spreken. De discussie gaat vaak over migranten, laten we het eens over universiteiten en gemeenten hebben. Met hun „activating mental space”.) kreeg hij in sociale media de wind van voren. Waar bemoeide de politiek zich mee? Die nadruk op de Nederlandse taal was „nativistisch”, gericht op uitsluiting van wat niet-Nederlands was – daar gingen we weer. Meyer: „Kom eens uit die ivoren kosmopolitische toren.”

Wat nu cultuurstrijd dreigt te worden, lijkt me allereerst gewoon een dilemma. Globalisering brengt internationalisering van het hoger onderwijs met zich mee – daar hoort Engels bij. Als je je als kleine taal daartegen gaat verzetten, doe je op een gegeven moment niet meer mee. Ik zie het in Frankrijk – heel veel boeken en artikelen reiken daar niet meer over de grenzen heen, omdat het Frans in de rest van de wereld niet langer courant is, en de auteurs nog altijd geen Engels spreken.

Maar Nederlandse universiteiten en hogescholen maken nog altijd deel uit van de Nederlandse samenleving, waar taal bindmiddel bij uitstek is. Omdat die taal onmiskenbaar onder druk staat, lijkt het mij juist een taak van de universiteit er aandacht aan te geven – om het contact met de samenleving niet te verliezen, om de rijkdom van het Nederlands niet verloren te laten gaan. De afgelopen tijd heb ik colleges in het Engels moeten geven. Voor een publiek van studenten waar het overgrote deel Nederlands als eerste taal heeft, voelde dat onhandig en onnodig.

De gedachte dat juist het Nederlands aandacht behoeft, lijkt aan de universiteiten niet doorgedrongen. Zet het op de agenda. De academische wereld moet niet meteen defensief doen, de kwestie niet aan neonationalistische oprispingen wijten. Het is een discussie die gevoerd moet worden. Wanneer wel, wanneer niet? Want eerlijk gezegd, op dit moment lijkt het alsof Nederlandse rappers van de straat meer van het Nederlands houden dan onze universiteiten. Neem hen als voorbeeld. Koester het Nederlands.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Bas Heijne