Opinie

    • Folkert Jensma

Het gaat hard tegen hard in de ‘schuldenindustrie’

Ruim een jaar geleden portretteerde ik de Amsterdamse kantonrechter, waar ik de rij schuldenaren zag die zich op de ‘rolzitting’ meldden. De rechter tracht dan om het onvermijdelijke te verzachten door ruimte te zoeken bij de geldeisende ziekteverzekeraars, energiebedrijven en corporaties.

Achter de schermen zaten daar 13 stafmedewerkers de dagvaardingen te controleren van debiteuren die maar helemaal niet waren verschenen. Onder meer op de kosten die de deurwaarders voor zichzelf in rekening brachten. Maar ook of er in de algemene voorwaarden van de geldeisers geen oneerlijke bepalingen waren opgelegd. Denk aan sportscholen die na één maand achterstand de hele contributie opeisen en daarna de klant verbieden om in dat jaar nog te mogen trainen. Of laatst nog: de annuleringsclausule die studenten verhindert om bij tussentijds stoppen van een particuliere opleiding hun geld terug te krijgen. Oordeel van de rechter: ‘onredelijk bezwarend’. Mag dus niet meer. Voor wie van saai houdt: dit is bijlage 3 van de EU consumentenrichtlijn 93/13. Naar schatting tien procent van de vorderingen wees de rechtbank af of stelde ze bij, tot ergernis van de deurwaarders.

Wie geld genoeg heeft merkt van dit steekspel nooit iets. De mensen met lage inkomens vangen hier de klappen op, in de slag met wat de ‘schuldenindustrie’ is gaan heten. Dat is een vechtmarkt, waarin incassobedrijven schulden splitsen, verhandelen en naar vermogen ophogen met ‘kosten’. Dat gaat hard tegen hard. De overheid doet er, als grote schuldeiser, stevig aan mee.

De ophef vorige week rond e-court, een particulier digitaal incassobureau vermomd als arbitrage-instelling, past helemaal in dit plaatje. 60 procent van de debiteuren schrikt zo van een brief van e-court dat ze ‘spontaan’ betalen. Die burgers missen dus de rechtsbescherming van de overheidsrechter waar ze recht op hebben. En die ze ook best kunnen krijgen. Maar dan moeten ze wel binnen een maand na het arbitragevonnis van e-court alsnog een beroep doen op de rechter. Dat is voor deze afhankelijke, sociaal zwakke groep te ingewikkeld.

Dat via de standaardvoorwaarden ‘arbitrage’ wordt opgelegd, vind ik behoorlijk dubieus. Arbitrage is maatwerk. Het is particuliere, vertrouwelijke geschilbeslechting voor de zakelijke markt. Denk aan de IT-sector of de bouw. Waar partijen gelijkwaardig zijn, het conflict meestal vrij technisch is (en de rechter een achterstand heeft) en partijen snelheid en vertrouwelijkheid waarderen. Om digitale arbitrage voor de grote bulk van wanbetalers te gebruiken, is sluw. Hier is de klant zwak en heeft de kantonrechter een voorsprong, als kenner van alle trucs in de incassomarkt.

Inmiddels blijken alle zorgverzekeraars en grote bedrijven als bol.com de kantonrechter zo te omzeilen. De deurwaarders zijn blij – e-court vraagt maar 85 euro kosten. Bij de kantonrechter loopt dat snel op tot 476 euro. De kantonrechter staat de deurwaarder 100 euro ‘salariskosten’ toe. Bij e-court is dat 150 euro. Kassa dus! De debiteuren die ondanks een oordeel van e-court niet betalen moeten nog wel even door een echte rechtbank worden bekeken. Ook dat kost wat. Maar daar staat tegenover dat deze zogeheten exequatur procedure minder streng is, juist om arbitrage ruimte te geven. Hier zit dus een gat in de rechtsbescherming. En niet alleen omdat de overheidsrechter zichzelf uit deze markt heeft geprijsd. Want, o ironie, in het landelijk overleg ‘civiel en kanton’ is er onenigheid. Bij de ene rechtbank lezen ze in de wet dat de rechter arbitragebeslissingen ‘niet mag overdoen’. Bij de andere rechtbank vinden ze dat die EU-consumentenrichtlijn ook na arbitrage nog getoetst moet worden. Zo’n e-court is immers in de kern een incassodienst van bedrijven die zo min mogelijk lastige vragen willen. Daar moet de rechter zich dus niet door laten uitrangeren.

De vrees is dat bedrogen consumenten ooit ontdekken dat ze op basis van oneerlijke bepalingen in de algemene voorwaarden tot betaling zijn gedwongen, na opgedrongen ‘arbitrage’. En dat de rechter de controle daarop heeft laten zitten. Dan komt er vast een handige massaclaim stichting en mag de Staat de schade betalen. Dit muisje krijgt nog een staartje

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma