De Rusland-kwestie wringt

Pyeongchang 2018

Behoedzaam manoeuvreren van het IOC heeft ertoe geleid dat Rusland met 169 sporters, zij het onder neutrale vlag, aan de Winterspelen mag meedoen. Een gotspe, vinden tegenstanders.

Shorttracker Semjon Jelistratov in Moskou in de winkel met olympische merchandise. Foto Sergei Fadeichec/Getty Images

Mooi voor de bühne, vindt Herman Ram de oplossing die het Internationaal Olympisch Comité (IOC) voor de grootschalige dopingfraude in Rusland heeft bedacht. Het steekt de directeur van de Dopingautoriteit Nederland dat er hoe dan ook 169 Russische sporters op de Winterspelen in Pyeongchang actief zullen zijn. Het resultaat van een diplomatieke oplossing, die bepaald niet de zijne is. En met Ram niet die van achttien, overwegend westerse zusterorganisaties. Ram: „We hebben het wel over het grootste dopingschandaal sinds de DDR.”

Dopingjagers, naast Nederland, uit belangrijke sportlanden als de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Canada, Australië of Groot-Brittannië botsen sinds de onthullingen over dopingmisstanden in Rusland hard met het IOC. Voor hen is het duidelijk: Rusland weren van de Olympische Spelen en pas weer toelaten als het land de augiasstal heeft gereinigd en alle internationale afspraken over dopingbestrijding gegarandeerd naleeft. Zij laten via de koepelorganisatie iNADO hun kritiek op de Rusland-behandeling door het IOC keer op keer horen, maar zonder het gewenste resultaat.

Maakt de keus voor diplomatie het IOC tot een onbetrouwbare partner in de jacht op doping? Zo stellig wil Ram niet zijn, maar hij verwijst naar de wereldatletiekbond IAAF en het internationaal paralympisch comité IPC, die de Russische atleten in 2016 keihard van de Zomerspelen in Rio de Janeiro weerden. Het kan dus wel, bedoelt Ram te zeggen. Als de wil er maar is. In zijn terminologie kozen IAAF en IPC wel voor de juiste lijn. Ram: „Besluiten die bovendien na toetsing door het internationale sporttribunaal CAS juridisch overeind zijn gebleven. Het IOC had hetzelfde kunnen doen, maar heeft dat niet gewild.”

Ram en zijn buitenlandse collega’s waren wel „behoorlijk blij” toen het IOC begin december het Russisch olympisch comité (ROC) schorste en besloot alleen sporters die aantoonbaar ‘schoon’ zijn in neutraliteit tot de Winterspelen in Pyeongchang toe te laten. Daarmee verschoof de essentie naar een individuele beoordeling en creëerde het IOC volgens Ram een nieuw probleem door niet transparant te zijn over de criteria. Pas donderdag, nadat alle toelatingsprocedures waren afgerond, maakte het IOC die openbaar. Maar het resultaat zint Ram allerminst: „Omdat Rusland met weinig minder sporters dan vier jaar geleden in Sotsji op de Winterspelen aanwezig zal zijn.”

Hoe nobel het IOC zijn bedoelingen wil doen voorkomen, de Rusland-kwestie wringt, volgens Ram. „Omdat het IOC voortdurend heeft laten merken het probleem met Rusland diplomatiek te willen oplossen. Laatst nog zei voorzitter Thomas Bach dat het IOC Rusland niet wil vernederen. Allemaal prima die diplomatie, maar ik kijk naar een zeer omvangrijk dopingschandaal. Terwijl de bewijzen voor mij overweldigend zijn, zie ik dat de oplossing in de sfeer van compromissen wordt gezocht. Als Rusland bij de sluitingsceremonie van de Spelen in Pyeongchang in ere hersteld wordt, heb ik niet het gevoel dat dit niet nog een keer gaat gebeuren. Dan zullen we uiteindelijk moeten vaststellen dat Rusland redelijk met de schrik is vrijgekomen.”

Rechtschapen sporters niet duperen

Uitgangspunt van het IOC bij bepaling van de strafmaat voor Rusland is altijd geweest om rechtschapen sporters niet te duperen. Uitsluiting van die groep goedwillenden, noemde IOC-voorzitter Bach onethisch. Critici zien dat als een strategische zet om Rusland niet te schofferen. Bach zou daar politieke en financiële redenen voor hebben. Hij wil Rusland als grote sportnatie hoe dan ook binnen de olympische gemeenschap houden. Een persoonlijk accent is dat Bach fel tegen sportboycots is sinds hij in 1980 als schermer niet aan de Olympische Spelen van Moskou kon deelnemen wegens een boycot van Duitsland, na een oproep van de Verenigde Staten. Dat land wilde Rusland straffen voor zijn inval in Afghanistan.

Het IOC stelde een panel van vier deskundigen samen, die vijfhonderd door Rusland aangedragen sporters moest screenen. Basis-uitgangspunt van het zogeheten Invitation Review Panel, voorgezeten door de Franse oud-minister van Sport, Valérie Fourneyron, was dat sporters een dopingvrij verleden moeten hebben en nu nog voortdurend op doping worden gecontroleerd. Verder werd er ook gekeken naar onder andere steroïdeprofielen en biologische paspoorten. Het resultaat: 111 van de getoetste sporters zijn vanwege een dopingverleden afgewezen, onder wie voor Nederland de grote schaatsconcurrenten Denis Joeskov en Pavel Koelizjnikov, evenals shorttracker Viktor An.

Van de 389 goedgekeurde Russische sporters krijgen uiteindelijk 169 een uitnodiging om mee te doen aan de Spelen. Naast een screening op doping moesten die sporters ook nog aan sportieve toelatingseisen voldoen. Uiteindelijk bepaalde een speciale implementatiecommissie van het IOC het aantal Russische sporters dat wordt toegelaten tot het team Olympic Athlete from Russia (OAR), dat onder neutrale vlag meedoet aan de Winterspelen en naar het zich laat aanzien voor zo’n 80 procent uit olympische debutanten bestaat. Die commissie staat onder leiding van het Arubaanse IOC-hoofdbestuurslid Nicole Hoevertsz, sinds het vertrek van Camiel Eurlings het enige IOC-lid van het Nederlands koninkrijk.

Bekendmaking namen

De namen van de 169 Russische sporters worden zaterdag bekendgemaakt. In theorie kan ‘Team OAR’ nog worden uitgebreid, als CAS één of meerdere beroepen honoreert van 42 Russische sporters die door het IOC levenslang zijn verbannen van Olympische Spelen, omdat zij in Sotsji aantoonbaar doping hebben gebruikt. CAS behandelde deze week in een marathonzitting die zaken en maakt zaterdag de uitkomsten wereldkundig.

Een extra netelig punt voor critici als Ram is de waarschijnlijkheid dat Rusland voor de sluitingsceremonie in Pyeongchang van het IOC de gelegenheid krijgt in ‘normaal’ profiel te verschijnen, inclusief vlag en nationale kleding. Pijnlijk, redeneert het Canadese en langstzittende IOC-lid Dick Pound in een ‘uitgelekte’ brief aan IOC-voorzitter Bach. De oud-voorzitter van het wereldantidopingbureau WADA en leider van het eerste onderzoek naar dopinggebruik onder Russische atleten, zal in dat geval wegblijven van de sluitingsceremonie. Hij noemt een eventuele rehabilitatie van Rusland voor die gelegenheid rampzalig voor het IOC en alle betrouwbare sporters.

Pound beklaagt zich in de brief over de slappe houding van het IOC. De Canadees heeft zich in de loop der jaren geprofileerd als een hardliner in de strijd tegen doping. Hij vertolkt dan ook de gevoelens die bij de oppositievoerende dopingautoriteiten leven. Pound schrijft in de brief tevens dat hij voorwaarden van het IOC mist om Rusland in ere te herstellen. Pound vraagt zich af waar de spijtbetuigingen blijven. En wanneer de Russische autoriteiten stoppen met hun publieke veroordeling van de klokkenluiders.