opinie

    • Rosanne Hertzberger

De kans dat we ons gaan vervelen lijkt me klein

‘De banen zoals we die nu kennen gaan verdwijnen.” Vorige week waarschuwde weer een hoogleraar voor de ontwrichtende werking van de nieuwe data-economie. In de ogen van professor Victor Mayer-Schönberger wordt de werkweek straks een mix van baan, hobby en vrijwilligerswerk, en dan is er uiteraard een basisinkomen nodig om iedereen gevoed, gehuisvest, warm en tevreden te houden.

Nu heb ik dat basisinkomen zelf nooit zien zitten. Het biedt vast allerlei uitstekende, praktische voordelen maar het botst nu eenmaal met mijn overtuiging dat een mens helemaal niets verdient in zijn leven en zijn eigen boontjes moet doppen.

Dat terzijde. Ik weet niet welke bokkesprongen de mensheid in de toekomst gaat maken, maar zeker over de voorspelde robotrevolutie die ons zal reduceren tot verveelde, werkloze slaven heb ik mijn twijfels. Eén van die twijfels komt voort uit het feit dat we nu al zo ontzettend hard werken met zijn allen. „Alleen sukkels hebben het druk” is de kop boven een van de meest gelezen artikelen op nrc.nl. Ik ken persoonlijk ontzettend veel sukkels. Mensen die de eerste week van hun vakantie nodig hebben om uit te rusten, die continu op het randje van burn-out balanceren, en zich beklagen dat ze nooit ergens tijd voor hebben.

Het probleem is: dat zijn geen sukkels. Het zijn juist de winnaars die het druk hebben. Vergelijk de lijstjes best verdienende banen en banen met de meeste werkdruk. In de top drie beste verdieners: juristen en artsen. In de top drie hoogste werkdruk: juristen en artsen. Onderaan is het minder een op een, maar vrachtwagenchauffeurs en beveiligers hebben weinig werkdruk en weinig salaris. (De sector waarvan niemand begrijpt dat er iemand wil werken is de horeca. Een gemiddelde restaurantkok staat bovenaan het lijstje werkdruk, bijna onderaan qua salaris. Het basisonderwijs valt er ook in.)

Aan de ene kant is het logisch: hard werken voor veel geld. Tegelijkertijd geloof ik dat veel mensen dolgraag een beetje geld inleveren voor een beetje tijd, een beetje adem. Waarom zou je in hemelsnaam zo hard werken als je meer dan genoeg verdient? De wegen van de mens zijn ondoorgrondelijk. Hard werken is een statussymbool. Je kunt winnaars in deze samenleving herkennen aan hun dure auto, horloge en het feit dat ze nooit tijd hebben.

Met die onlogica neem ik graag de vrijheid wat over onze toekomst verder te speculeren. Het goede nieuws: volgens mij is de kans heel klein dat we ons zullen vervelen of dat er massawerkeloosheid dreigt. We zijn namelijk uitstekend in staat om een belachelijke hoeveelheid bullshit-werk voor onszelf te verzinnen. Eerst stroomde het platteland leeg, daarna de fabrieken, toen de mijnen. Toen gingen de vrouwen werken. En al die mensen wisten we zoet te houden.

Er ligt volgens mij helemaal geen tijd in het vizier waar we het een beetje rustiger aan doen, al dan niet leunend op ons basisinkomen. Als we nu al zoveel werk uit ons duim kunnen zuigen, waarom dan later niet? Een extra formulier om in te vullen. Een extra database om bij te houden. Een extra studie, een extra veiligheidseis die gesteld wordt om de nog zeldzamere ongelukken te voorkomen. Een extra service, een extra scan, een extra bespreking, een extra onderwijstaak.

We betalen iemand om iets vies te maken, en een ander om het weer op te ruimen. Bij de behandeling moeten vier ogen aanwezig zijn – of nee, nog beter, zes – om toezicht te houden, misbruik en fraude te voorkomen. Er komt helemaal geen basisinkomen want we gaan een leger aan mensen aan het werk zetten om duizend hoepels voor werklozen te houden om door te springen.

En als we het echt niet meer weten zijn er altijd, altijd, extra e-mails te versturen om elkaar mee bezig te houden. De mogelijkheden zijn eindeloos zolang er nog wat mensenuren voorradig zijn om mee te smijten. En die mensenuren zijn voorradig zolang het toppunt van gêne is om te moeten toegeven dat je het helemaal niet zo druk hebt.

Laat je niet foppen. Wij mensen racen niet met robots. Wij racen al heel lang alleen nog maar tegen onszelf.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.
Het Commentaar verschijnt voortaan op pagina 11 van Opinie & Debat.
    • Rosanne Hertzberger