Carlsen geeft een stuk voor

In de achtste ronde van het Tata-toernooi blunderde Magnus Carlsen tegen de Engelsman Gawain Jones op de zeventiende zet een stuk weg. De wereldkampioen had even gesluimerd. Er waren mensen die niet konden geloven dat het een blunder was. Ze dachten dat het misschien een historische dag was waarop Carlsen liet zien dat oudbakken wetten zoals ‘een stuk is een stuk’ niet meer golden. Carlsen zelf wist heel goed dat hij glad verloren stond en Jones wist het ook.

Maar wonder boven wonder, na een paar zwakke zetten van Jones kreeg Carlsen weer kansen. Op dat moment zei Ivan Sokolov, commentator op de website van Tata: „Ik heb weleens gehoord dat Bobby Fischer tegen een grootmeester in een vluggertje een stuk voor gaf en toch won.”

Ik schrok. Die man die met een stuk voor nog verloor, was ik. Het gebeurde in 1968 in een kibboets in Israël, na een toernooi in Netanya. Fischer had een paar vluggertjes van me gewonnen en om het een beetje interessant te houden wilde hij me toen een paard voor geven. Ik stribbelde tegen, maar hij hield vol en met een paard minder won hij weer. Daarna wilde hij niet meer tegen me spelen. No challenge, zei hij.

Wie was die grootmeester, vroeg de andere commentator Eric Hansen. „Ik weet het niet meer, waarschijnlijk een Amerikaan”, zei Ivan. Hij spaarde me.

Niet lang daarna werd het duidelijk dat Carlsen tegen Jones toch zou winnen. Jones had zijn geluk niet aangekund. ‘Am Erfolge scheitern’ noemde Freud dat en Stalin schreef over „duizeligheid door succes”.

Die dramatische partij geef ik hier niet, niet zozeer uit medelijden met Jones, maar omdat ik de stukkendans van Svidler en Carlsen mooier vind.

Peter Svidler - Magnus Carlsen, Tata Steel, Wijk aan Zee 2018

1. c4 e6 2. Pc3 Lb4 3. Db3 c5 4. Pb5 Een slagvaardige reactie. Wits voornaamste dreiging is 4. Dg3. 4...Pc6 5. Pd6+ Kf8 6. Pf3 Deze voor de hand liggende zet blijkt later bezwaren te hebben. 6...De7 7. Pxc8 Txc8 8. e3 e5 9. Dc2 e4 10. Pg1 Terug naar af. Zwart krijgt een gevaarlijke voorsprong in ontwikkeling. 10...Pf6 11. Pe2 La5 12. a3 h5 Carlsen noemde dit achteraf „een absolute breinscheet”. De rest van de wereld vond het een prima zet. 13. b3 Td8 14. Lb2 d5 15. cxd5 Txd5 Erg interessant was 15...Pxd5. Na de partij keken ze naar het duizelingwekkende 16. Pg3 (of 16. 0-0-0 Pdb4 met chaos) Pxe3 17. fxe3 Txd2 18. Dxd2 Lxd2+ 19. Kxd2 h4 20. Lxg7+ Kg8 21. Lxh8 Kxh8 22. Pe2 Dd8+ en zwart schijnt beter te staan. 16. 0-0-0 Pg4 17. Pg3 Pxf2 18. Lc4 Pxd1 19. Txd1 Tg5 20. Tf1 Wit heeft een kwaliteit en een pion geofferd. Zijn stukken werken nu geweldig. 20...Pd8 21. Pf5 Dd7 22. Dxe4 Tg4 Na 22...Dxd2+ 23. Kb1 moet zwart met 23...Dd7 ijlings terug in de verdediging. 23. Lxg7+ Wit wikkelt af naar remise. Niet verplicht, maar voordeel zat er niet in. 23...Txg7 24. Pxg7 Dxd2+ Nu gedwongen, want na 24...Kxg7 25. De5+ wint wit. 25. Kb1 Lc3

Zie diagram

Zwart dreigt mat, dus wit moet eeuwig schaak houden. 26. Txf7+ Pxf7 27. De8+ Kxg7 28. Dxf7+ Kh6 29. Df4+ Kg6 30. Df7+ Kh6 31. Df4+ Remise

    • Hans Ree