Water, licht en atmosfeer: op reis in Singer Laren

Tentoonstelling De kunstcollectie die het echtpaar Fentener van Vlissingen verzamelde, is nu in museum Singer Laren te zien. „Een overrompelende ervaring.”

Claude Monet: Bateaux de pêche, 1885 Foto’s Michiel Elsevier Stokmans

Gelukkig, ze konden weer naar huis. De oorlog was voorbij. Londen was onmiskenbaar pittoresk geweest, maar Claude Monet en zijn vrouw wilden met hun driejarige zoontje graag terug naar Parijs. In mei 1871 eindigde de Frans-Pruisische oorlog, in juni keerde het jonge gezin huiswaarts, maar… éven een tussenstop, in Zaandam. En wat bleek dat schilderachtig te zijn. Dat water, die groene huisjes!

Holland was „veel mooier dan men beweert”, schreef Monet aan zijn vriend Camille Pissarro. Het was bovendien mooi weer, de Hollanders waren „best aardig”, spraken nota bene goed Frans. „Zaandam is bijzonder opmerkelijk en er valt hier genoeg te schilderijen voor een heel leven.”

Monet bleef geen heel leven maar toch vier maanden, goed voor 24 schilderijen. Eén daarvan hangt nu in het pas verbouwde museum Singer Laren. Dobberend op een bootje was Monet die Zaanse huisjes in hun kenmerkende groen gaan schilderen, hun weerspiegeling op het water, langstrekkende wolken. In on-Parijse kleuren – okergeel, baksteenbruin – is het toch typisch impressionistisch. Zo zag je Zaandam nog nooit.

In Laren hangt het tussen geschilderde kusten en heuvels, in vegen en toetsen en stippen verbeeld door impressionisten en andere vernieuwers, grofweg tussen 1870 en 1930. De tentoonstelling Impressionism & Beyond toont kunst uit de verzameling van de Van Vlissingen Art Foundation.

„Ik hou enorm van water en boten, mijn vrouw houdt erg van paarden”, vatte zakenman John Fentener van Vlissingen op de persopening, staand naast een licht schilderijtje van Bram van Velde uit 1930, deze collectie samen. Dat was zijn eerste aankoop in 1969, „omdat de Eiffeltoren erop staat”. Een huwelijkscadeau voor zijn vrouw Marine comtesse de Pourtalès – ze hadden elkaar in Parijs ontmoet.

Albert Marquet: Porquerolles, 1939
Foto’s Michiel Elsevier Stokmans

Het echtpaar verzamelt al bijna een halve eeuw kunst en toont dus nu hun collectie impressionisten. Hoe is het om dit alles zo bijeen te zien? „Overrompelend”, antwoordde hij opgetogen. „Ik ga hier bijna overnachten.” Want deze kunstwerken, die het stel in verschillende huizen heeft hangen, zien elkaar hier voor het eerst.

Ze blijken bij elkaar te passen: water, licht, atmosfeer. Een soort reiskunst – geen wonder, aangezien deze collectioneur zijn kapitaal maakte als reisaanbieder. Kijk vanuit de eerste zaal de gang langs de zalen in en je ziet zo drie zeegezichten op een rij – van Monet tot Paul Signac, die bootjes in kleurige stippen liet oplossen in een pointillistische blauw-witte mist.

Het is nu moeilijk voor te stellen dat al deze kleurige vriendelijkheid ooit radicaal vernieuwend was, maar dat was het wel. Goden en de Bijbel hoefden niet meer, het gewone leven werd zomaar tot onderwerp gepromoveerd.

Feeëriek en tragiek

Niet alleen het landschap. Rondkijkend in hun omgeving troffen de kunstenaars meer schoonheid: vrouwen. Zij vormen een tweede leidraad in de tentoonstelling, hoewel in passieve zin. Afgezien van een bronsplastiek van Camille Claudel en twee tekeningen van Berthe Morisot, is de vrouw hier enkel het model. De ongelijkheid blijkt het scherpst uit het bijschrift van een vrouwsportret door Charles Maurin. Vermoedelijk was deze halfnaakte vrouw een van de psychiatrische patiënten in het hospitaal de Salpêtrière in Parijs dat hen liet ‘optreden’ voor publiek. Haar in zichzelf gekeerde blik en lichaamscontouren zijn prachtig feeëriek, maar wat een tragiek om zo te worden geëtaleerd.

Henri Matisse: La fille en blanc et le bouquet, 1919
Paul Signac: Les thoniers en partance, Concarneau, 1925
Claude Monet: Canal à Zaandam, 1871
Met de klok mee vanaf linksboven: Henri Matisse: La fille en blanc et le bouquet, 1919, Paul Signac: Les
thoniers en partance, Concarneau, 1925 en Claude Monet:
Canal à Zaandam, 1871

Foto’s Michiel Elsevier Stokmans

Toch trok iets anders in de collectie dezer weken alle aandacht: een nieuw ontdekte Van Gogh. Een Amerikaan had de tekening van zijn grootmoeder, en in de familie zong rond dat het een Van Gogh moest zijn, maar dat leek hem een sterk verhaal. Hij wilde het verkopen. John Leeman, die voor Van Vlissingen kunst aankoopt, overtuigde Van Vlissingen, die twijfelde – was het niet wat somber? Toch maar doen, vond Leeman.

Het werd voorgelegd aan het Van Gogh Museum. Dat krijgt jaarlijks zo’n 200 à 300 van zulke zolderkamervondsten voorgelegd van mensen die op een Van Gogh hopen. De kans dat je de loterij wint is groter, aldus directeur Axel Rüger van het Van Gogh Museum op de persopening.

Dit keer was het prijs. Hoewel inderdaad grijzer dan de kleurige collectie, is het er op zijn plek. Het hangt in de tekeningenzaal, tussen Picasso en Degas en een figuurstudie die Gauguin maakte in Frans Polynesië, waar hij voorbij Tahiti wilde: dat vond hij al te Frans geworden.

Zo ver reisde Van Gogh niet. Op de nieuw ontdekte tekening uit 1886 staat de toen nog landelijke heuvel bij Montmartre die Van Gogh schetste toen hij dat jaar onverwacht zijn broer in Parijs opzocht. Theo had Vincent al vaker geschreven dat hij toch echt eens moest komen, Parijs zat zo vol artistieke vernieuwers. Inderdaad raakte Vincent er diep onder de indruk. 1886 werd een productief jaar, hij paste zijn bruine tinten aan aan het kleurige Parijse palet.

Het gezegde ‘gasten en vis blijven drie dagen fris’ bleek Vincent niet veel te zeggen en hij bleef maanden in Theo’s te kleine appartement, met alle irritaties van dien. Die winter zou hij zijn schilderspullen neerleggen en bijna niets meer voor elkaar krijgen – weinig werkruimte, veel alcohol – maar niet voordat hij nog even in de herfst het park bezocht en dit moment in verf vastlegde. Nat in nat, hier een veeg, daar een kras, grillige boomstammen in de kleurenpracht van het najaar. Ook dit reissouvenir is op zijn plek in Laren, in dit reisalbum van in verf gestolde ontdekkingstochten.

Impressionism & Beyond. A Wonderful Journey t/m 6 mei in Singer Laren. Info singerlaren.nl
    • Sandra Smets