Opinie

    • Caroline de Gruyter

Waarom links geen kiezers terugwint

Martin Schulz, partijvoorzitter van de Duitse sociaaldemocratische SPD, pochte afgelopen zondag tijdens het partijcongres dat Emmanuel Macron hem gebeld had. Hoongelach was zijn deel. Maar toen hij een nummertje maakte tegen het neoliberalisme, kreeg hij een stevig applaus.

Hetzelfde kun je meemaken op congressen van sociaaldemocraten in Frankrijk, Nederland of Amerika. Binnen al deze partijen, die vroeger de arbeidersklasse vertegenwoordigden, woedt een harde richtingenstrijd. Het ene kamp vindt dat de partij te veel bezig is met vluchtelingen en de gendercomponent. De aanhang van weleer – arbeiders, niet-kosmopolieten, lager opgeleiden – is allang naar Geert Wilders of Marine Le Pen gevlucht. Om die kiezers terug te halen, zeggen deze critici, moet de partij weer de barricaden op met sociaal-economische onderwerpen: tegen de uitholling van de verzorgingsstaat, voor het behoud van de pensioenen en huursubsidie, enzovoort.

Maar het ándere kamp in de partij waarschuwt tegen zo’n ruk naar links. Zij wijzen erop dat de linkse achterban tegenwoordig vooral uit middenklassers bestaat: hoogopgeleid, ecologisch bewust, internationaal georiënteerd, met een linksliberaal sociaal hart. Als de partij teruggaat naar zijn arbeideristische wortels, redeneert dit kamp, wint ze misschien een paar kiezers terug van rechtse populisten. Maar dan lopen die middenklassers, het meest loyale deel van de achterban, juist weg.

Ziehier het dilemma van bijna alle linkse partijen in Europa, die proberen twee onverenigbare helften bij elkaar te houden.

Bij de SPD hebben jongeren, die een radicaal-linkse koers willen, zondag in het stof gebeten. Martin Schulz mag proberen met kanselier Merkel een regering te vormen. Maar de jongeren zijn met een snelle ledenwerving begonnen. Die nieuwe leden moeten helpen om Schulz’ coalitie met Merkel, die finale goedkeuring van de SPD moet hebben, te torpederen.

Blijven zigzaggen tussen twee polen, à la Jeremy Corbyn en François Hollande, werkt evenmin: dat leidt tot verlies op beide flanken.

Volgens Silja Häusermann, een politicologie aan de universiteit van Zürich, is dit de verkeerde strategie. Kijk alleen al naar de cijfers, schreef ze in de Neue Zürcher Zeitung: in de jaren tachtig waren twee van de drie burgers laagopgeleid, nu zijn twee van de drie hoogopgeleid. De jonge SPD’ers mogen de beste bedoelingen hebben, maar ze proberen een slinkende groep te behagen. Daarbij is het maar de vraag of lager opgeleiden die op populisten zijn gaan stemmen nog geïnteresseerd zijn in de ouderwetse sociaal-economische boodschap. „Rechtse populisten ageren niet tegen economisch kapitaal, maar tegen cultureel kapitaal,” schrijft Häusermann. Hun vijanden zijn niet miljardairs als Trump, maar Clinton, Trudeau en Van der Bellen: typische producten van de culturele en sociale verschuivingen van de laatste dertig jaar. De rancune tegen hen kun je niet meer met materiële maatregelen compenseren. Daarom zijn linkse politici die dit proberen niet erg succesvol. Alleen een conservatief verhaal vol protectionisme en „welvaarts-chauvinisme” kan deze kiezers terughalen. Maar als sociaaldemocraten op die toer gaan, haakt de nu dominante linksliberale aanhang binnen de kortste keren af.

Blijven zigzaggen tussen twee polen, à la Jeremy Corbyn en François Hollande, werkt evenmin: dat leidt tot verlies op beide flanken. Het enige wat kan werken, denkt Häusermann, is een open, internationaal programma met veel milieubescherming en een sterke ‘sociale predistributie’. Dat betekent dat je ongelijkheden niet achteraf corrigeert, maar probeert te voorkomen. De nadruk ligt op investeringen in zorg, werkgelegenheid en onderwijs.

Maar dit is langetermijnwerk. Het haalt niet direct kiezers bij extreemrechts weg (hooguit hun kinderen). Blijft dus de vraag: wie doet dit dan wel?

    • Caroline de Gruyter