Een onenightstand? Veel vrouwen en mannen gebruiken geen condoom

Voorbehoedsmiddelen Wie is er bang voor een soa? Bij onenightstands komt er vaak geen condoom aan te pas.

Foto iStock

‘Het was eigenlijk heel dom. Ik was vergeten condooms te kopen, toen heb ik het zonder gedaan.” De 25-jarige Emine – om haar privacy te beschermen wil ze niet met haar achternaam in de krant – heeft geen vaste relatie. Als ze met een jongen naar bed gaat, vrijt ze altijd veilig. Nou ja, bijna altijd. Twee maanden geleden liep het even anders. Ze had een leuke jongen ontmoet, ze gingen samen naar huis. „Thuis kwam ik erachter dat ik geen condooms meer had. Maar ja, het was midden in de nacht, dan ga je ze ook niet nog ergens even halen.”

Onder het vrijen klonk er nog wel een stemmetje in haar hoofd. „Ik dacht: dit is niet slim.” De dag erna belde ze de huisarts. „Ik heb eerlijk verteld dat ik het niet veilig had gedaan. Daarna heb ik een soa-test gedaan. Gelukkig had ik niets. Maar zoiets zal ik niet snel weer doen.”

Condooms. Ze omdoen verpest de sfeer, ze zitten niet lekker en ach, met die soa’s zal het wel meevallen. Uit het recente rapport Seksuele gezondheid in Nederland 2017 van kenniscentrum Rutgers blijkt dat 42 procent van de mannen en 55 procent van de vrouwen geen condoom gebruikten bij hun laatste onenightstand. Daardoor lopen zij het risico op een soa of hiv-infectie.

Ook bleek uit dit onderzoek – ruim 17.000 mensen van 18 tot 80 jaar vulden een uitgebreide vragenlijst in – dat het condoomgebruik afneemt naarmate mensen ouder worden. En dat binnen langdurige relaties ongeveer een op de drie ervoor kiest om in het begin condooms te gebruiken maar hier na korte tijd mee stopt, vaak zonder te zijn getest.

Hanneke de Graaf, hoofdonderzoeker van het rapport, noemt de cijfers „zorgwekkend”. „Bescherming tegen een soa wordt blijkbaar niet als prioriteit gezien.” Ze wijst erop dat het gebruik van anticonceptie in Nederland hoog is. Vooral jonge vrouwen (63 procent van de 18-24 jarigen) gebruiken de pil. „Daardoor denken jongeren wellicht: een condoom is niet nodig want een zwangerschap is toch uitgesloten.”

Ook dertigers, die meer seksuele ervaring hebben, laten het condoom bij een nieuwe partner geregeld achterwege. „Iemand heeft bijvoorbeeld een tijdlang een vaste relatie gehad en gaat weer de relatiemarkt op. Het gebruik van een condoom is dan blijkbaar niet meer vanzelfsprekend.”

Sam (25) uit Rotterdam, die evenmin met haar achternaam in de krant wil, heeft het niet zo op met onenightstands. „Ik ben meer van het daten. Het duurt meestal zo’n twee maanden voordat ik een keer met iemand naar bed ga. Meestal weet je dan wel of het goed zit, dus dan gebruik ik geen condoom.” Ze geeft toe dat ze de kans op een soa hiermee niet uitsluit. „Ik ga op iemands woord af maar, inderdaad, ook al heeft iemand daarvoor een lange relatie gehad, je kunt het natuurlijk niet zeker weten.”

Ze vertelt dat ze een keer met een jongen naar bed ging over wie ze achteraf hoorde dat hij ook met veel anderen seks had gehad. „Toen heb ik me wel laten testen. Maar ik had niks.”

Marcel (59) uit Amsterdam, ook hij wil om privacyreden niet met zijn achternaam in de krant, heeft sinds kort soms seks zonder condoom. „Mijn man en ik hebben een open relatie. Een of twee keer per week ga ik naar een darkroom, daar kom ik voor direct seksueel contact. Bij de garderobe krijg je meestal een pakje condooms en glijmiddel.” In de jaren tachtig, de periode dat aids opkwam, was Marcel ‘als de dood voor besmetting’. „Ik heb het 25 jaar veilig gedaan. Maar een jaar geleden ben ik het toch een keer zonder condoom gaan doen.”

Sinds er goede virusremmers zijn en hiv-besmetting is veranderd in een chronische ziekte, durft hij meer risico te nemen. „Daarom doe ik het soms zonder. Bovendien ken ik inmiddels een aantal van de mannen.”

Zonder test weet je het niet zeker

Geen condoom gebruiken omdat je de ander wel vertrouwt, noemt Filippo Zimbile, programmaleider jongeren bij Soa Aids Nederland, een „risicovolle strategie”. Hij zegt dat iemand die dagelijks hiv-remmers slikt en bij wie het virus niet meer meetbaar aanwezig is, het virus niet kan overdragen. „Dat risico is verwaarloosbaar. Maar je loopt nog steeds risico op andere soa’s.” Hij noemt nog een ander voorbeeld. „Als je bijvoorbeeld chlamydia hebt, merk je daar niets van. Het kan zelfs nog jaren duren voordat je de gevolgen ervan opmerkt. Ondertussen loop je wel het risico dat je onvruchtbaar wordt. Zonder testen kun je niet op de ander vertrouwen. Op condooms wel.”

Instanties als de GGD, Rutgers en SOA Aids Nederland wijzen al jaren op de gevaren van soa’s en hiv. Bovendien zijn scholen verplicht om seksuele voorlichting te geven. Waarom blijkt dit in de praktijk dan toch weinig effect te hebben? „Het lijkt erop dat mensen het risico niet zien”, zegt De Graaf. Seks heeft volgens haar met vertrouwen maken. „Als je iemand heel leuk vindt, en deze persoon zegt dat het veilig is om zonder condoom te vrijen, ben je al snel geneigd om dat te geloven.”

44 procent van de jongens denkt dat goed wassen na de seks de kans op een soa vermindert

Filippo Zimbile, programmaleider jongeren bij Soa Aids Nederland

Zimbile constateert een verontrustende daling in het kennisniveau over soa en condoomgebruik. Hij wijst op het bevolkingsonderzoek ‘Seks onder je 25e’ dat SOA Aids Nederland inmiddels drie keer (vorig jaar, 2012 en 2005) met Rutgers heeft uitgevoerd. „Zo denkt 44 procent van de jongens in 2017 dat je minder kans hebt om een soa op te lopen als je je na de seks goed wast. In 2012 was dat nog 37 procent.”

Hij wijt dit aan de overheid die in 2011 een einde maakte aan de financiering van Vrij Veilig Campagnes. „Bijna 25 jaar lang werd veilig vrijen en condoomgebruik op landelijk niveau bevorderd. Maar onder minister Schippers (Zorg, VVD) is de financiering gestopt. Zij vond dat de overheid burgers, als het gaat om leefstijl, zo min mogelijk moet voorschrijven wat ze wel en niet mogen.” Hij zou graag zien dat deze landelijke Vrij Veilig Campagnes opnieuw worden ingevoerd. „Per jaar worden zo’n 200.000 jongeren seksueel actief, een deel zit al niet meer op school, zo’n reminder is belangrijk. Ook voor volwassenen die seksueel actief zijn, is het essentieel dat ze er af en toe aan worden herinnerd.”

Ook wijst Zimbile erop dat de seksuele voorlichting in het voortgezet onderwijs soms te beperkt is. „Scholen mogen zelf bepalen hoe ze zo’n les invullen en welk lesmateriaal ze gebruiken”, aldus Zimbile. „Een campagne van twee uur in de aula is ook al voldoende, maar je kunt niet verwachten dat dit een goede basis is.”

Heeft het zin, al die voorlichting?

Informatie is belangrijk, zegt De Graaf, maar niet zaligmakend. Weten hoe iets moet, wil nog niet zeggen dat je het ook zal toepassen. „Op de meeste scholen krijgen leerlingen seksuele voorlichting in het tweede schooljaar. Maar dan duurt het meestal nog een tijdje voordat ze seksueel actief zijn.” Ze zou graag zien dat jongeren jaarlijks voorlichting krijgen. „Als het onderwerp meerdere keren op school wordt behandeld, kan het beter aansluiten op de ontwikkeling van kinderen.”

Weten scholieren waar seksuele grenzen liggen? Op scholen blijkt seksuele vorming vooral ‘iets wat ook nog moet’.

Maar heeft het uiteindelijk zin, al die voorlichting? Emine herinnert zich dat ze in de eerste en de zesde van de middelbare school seksuele voorlichting kreeg. „Dat heeft me wel wat bewuster gemaakt.” Toch ziet ze in haar omgeving dat er in de praktijk maar weinig van terecht komt. „Als ik mijn vrienden vertel dat ik onveilige seks heb gehad, zeggen ze wel ‘o, wat dom’, daarna komen ze al snel zelf met hun eigen ervaringen.”

Waarom doen mensen het dan toch zonder? „Ik denk omdat zo’n condoom toch niet fijn voelt”, zegt Emine. Ook wijst ze erop dat veel van haar vriendinnen zich meer zorgen maken om zwanger te worden, dan een soa op te lopen. „Als een van hen het niet veilig heeft gedaan, bellen ze eerder met de huisarts voor een morningafterpil dan voor een soa-test.” Seks zonder condoom vergelijkt ze met dat extra biertje in het café. „Je weet dat het niet goed voor je is. Toch doe je het.”