Recensie

Waarom de Osage vermoord werden

Osage indianen

Dankzij oliewinning op hun terreinen in Oklahoma werden de Osage begin 20ste eeuw steenrijk. Tot ongenoegen van hun blanke buren, die de Osage begonnen te vermoorden.

‘Waargebeurde misdaad’ is een populair Amerikaans genre, dat meestal gaat over recente, geruchtmakende moordzaken. Maar zelden zal er de afgelopen jaren een huiveringwekkender true crime boek zijn verschenen dan De maand van de bloemendoder, een journalistiek onderzoek van The New Yorker-auteur David Grann (1967) naar de ‘Osage-moorden’ in Oklahoma begin twintigste eeuw.

De Osage zijn een inheems volk, dat eind negentiende eeuw neerstreek in een reservaat in dat gebied, dat toen nog geen erkende staat was. Een schraal gebied waar blanken geen belangstelling voor hadden – tot er in 1917 reusachtige hoeveelheden olie werden gevonden. Miljoenen liters – en dus dollars – gutsten de grond uit.

Als eigenaren van de grond én rechthebbenden op de delfstoffen werden de Osage steenrijk, met inkomsten van miljoenen dollars per jaar. Ze reden auto’s, stuurden hun kinderen naar scholen en lieten riante huizen bouwen, tot afgunst van hun blanke buren. Indianen waren tenslotte barbaren en het gaf geen pas dat zij rijk werden van olie.

Al konden ze ook niet vrijelijk over hun fortuin beschikken; inheemse Amerikanen stonden, voordat zij in 1924 burgerrechten kregen, onder toezicht van de federale overheid en moesten blanke ‘voogden’ aanstellen om hun zaken te beheren. Hun land was door de federale overheid bovendien in 1907 opgeknipt in individuele stukjes, een methode om de indiaan te laten assimileren in de moderne beschaving.

Dat bleek een uitnodiging voor fraude, diefstal en moord. Blanken konden wel grond kopen van Osage, maar niet hun olierechten; die konden alleen worden geërfd door familie. Het resultaat: vanaf 1920 begonnen tientallen vermogende Osage, vaak leden van één familie, onverklaarbaar te overlijden.

Drankmisbruik en ziekte waren de officiële doodsoorzaken, maar het was moord – vaak met medeweten of medeplichtigheid van een blanke voogd of echtgenoot. De populairste methode was vergiftiging, door gemanipuleerde alcohol of met behulp van artsen die inheemse diabetes-patiënten ziekmakende en uiteindelijk dodelijke injecties toedienden.

Tragische heldin

Hoofdfiguur in Granns relaas is de Osage Milly Burkhart, een even stoïcijnse als tragische heldin. Een zus wordt vermoord, haar moeder overlijdt onder mysterieuze omstandigheden. Ze weigert te geloven dat haar (blanke) man bij hun dood betrokken is met als doel hun erfenissen op te strijken. En dat hij het dus ook op haar gemunt zal hebben.

Ze overleeft ternauwernood. Haar man handelde niet alleen. Een kongsi van notabelen, politici en ondernemers probeerde de Osage van hun bezit te beroven. Kwade genius achter de moorden die Grann onderzoekt was een lokale herenboer en self made man die zich voordeed als indianenvriend. Een gewetenloze schurk, die nog tijdens zijn proces in 1926 probeerde getuigen uit de weg te laten ruimen. Na twintig jaar in de gevangenis toonde hij geen spoor van berouw. Als zijn onderknuppels hun mond maar hadden weten te houden, zei hij, ‘waren we nu allemaal rijk geweest.’

Het was uiteindelijk de net opgerichte FBI, onder leiding van J. Edgar Hoover, die de zaak openbrak. Zijn agenten konden de zaak onderzoeken omdat een aantal van de moorden op indiaans land was gepleegd dat onder federaal toezicht stond. Wrange noot: de Osage moesten het onderzoek zelf betalen. Voor Hoover, geen indianenvriend, was de zaak een uitgelezen kans om zijn organisatie over het voetlicht te krijgen en de bureaucratische positie ervan in Washington te versterken.

Gelukkig is er bij alle corruptie en cynisme toch nog een integere wetshandhaver, de ex-Texas Ranger Tom White, die de leiding van het FBI-onderzoek kreeg. Met zijn brede cowboyhoed en Texaanse voorkomen was hij niet het smetteloze type federale agent waar Hoover naar streefde, maar wel een man die van aanpakken wist en niet terugdeinsde voor de lokale elite die de moorden toedekte.

De ingetogen, maar glasheldere manier waarop Grann dit macabere verhaal uiteenzet, werpt volop vruchten af. Zijn boek leest als een zenuwslopend detectiveverhaal, dicht op de huid van zowel slachtoffers als daders. Tegelijk geeft De maand van de bloemendoder (de titel slaat op de maand mei, waarin twee van de moorden plaatsvonden) een onthutsend beeld van het nog grotendeels ongereguleerde Amerika van de jaren twintig. Racisme, geweld en corruptie tierden welig in Oklahoma, lang nadat de frontier door de federale overheid officieel ‘gesloten’ was verklaard. De vele zwart-wit-foto’ in het boek geven extra reliëf aan de geschiedenis.

De angel van het boek zit in het slot, wanneer Grann de Osage-archieven induikt. Hij stuit op nog veel meer onopgehelderde sterfgevallen. Ze stierven bij bosjes, onder toezicht van hun voogden. Terwijl hun levensverwachting juist zou moeten stijgen onder invloed van hun nieuwe welvaart. Het gaat om ten minste zestig dubieuze sterfgevallen in de jaren twintig, sommige schattingen lopen in de honderden.

De deprimerende conclusie moet luiden dat het liquideren van Osage om hun oliegelden een wijd verbreide praktijk was. Grann spreekt van een ‘moorddadig systeem waarbij vrijwel de hele gemeenschap was betrokken’. Zo bezien is deze episode een miniatuur van de koloniale catastrofe die inheems Amerika trof.

De ‘Osage-moorden’ waren destijds groot nieuws maar verdwenen vrij snel weer van de voorpagina’s, al zijn ze nooit helemaal vergeten: er zijn verschillende boeken van nabestaanden en romans – en er is een Wikipedia-lemma. Met zijn boek is Grann erin geslaagd het verhaal bijna een eeuw later volledig tot leven te wekken. Het krijgt extra lading door recente protesten van inheemse Amerikanen in North Dakota tegen het aanleggen van een oliepijpleiding onder hun land.

Lichtpunt in deze sinistere geschiedenis is dat de Osage, van wie nu zo’n 7.000 in Oklahoma leven, hun rechten na het schandaal uiteindelijk wisten te verstevigen; met instemming van het Congres werden niet-stamleden voortaan uitgesloten van erfrecht. Een rechtszaak tegen de federale overheid wegens mismanagement van hun belangen werd pas in 2011 geschikt, voor een bedrag van bijna 400 miljoen dollar. De Osage exploiteren inmiddels ook een casino.