Waar komt de Britse men only-cultuur vandaan?

Britse mannenclubs Het bacchanaal van de Presidents Club leidde tot veel ophef. In Londen zijn van oudsher clubs waar mannen samenkomen. Veel jongeren lopen er in een grote boog omheen.

Foto Getty Images/iStockphoto

Vanaf hotel The Dorchester is het een half uurtje lopen, schuin langs Buckingham Palace naar St. James. Het mannelijke bacchanaal van The Presidents Club werd vorige week gehouden in het hotel aan Hyde Park, ironisch genoeg eigendom van de sultan van Brunei, het oliestaatje waar de sharia gedeeltelijk geldt. Wie echter wil weten waarom het in de Londense zakenwereld doodgewoon is dat 360 rijke mannen een avond zonder vrouwelijke genodigden — 130 schaars geklede serveersters uitgezonderd — doorbrengen, moet het wandelingetje maken naar de wijk ten noorden van St James’s Park: daar huizen de Londense gentlemen clubs. Ze zitten er al eeuwen, veel stammen uit de Victoriaanse tijd, toen het Britse verenigingsleven (ook voetbalclubs) vorm kreeg. Ze belichamen de men only-cultuur en zijn van oudsher een plek waar de verschillende elites elkaar, zonder afleiding en bekijks konden treffen en bespioneren (de clubs waren terrein voor veiligheidsdiensten MI5 en MI6).

The Savile

Wikimedia Commons

Geslachtsverandering

Kunstenaars, schrijvers, wetenschappers, journalisten en uitgevers kunnen naar de Savage Club of naar the Savile. Beide sociëteiten staan geen vrouwen toe als volwaardig lid. Al moest the Savile, met Rudyard Kipling, Stephen Fry en John Le Carré als (oud-)leden, daar vorig jaar november een kleine uitzondering op maken. Een mannelijk lid had bekendgemaakt na een operatie een vrouw te zijn geworden. „Hij werd niet lid als vrouw, hij werd lid als een man. Het zou zeer oneerlijk zijn voor deze uiterst vriendelijke man om hem te verstoten alleen omdat hij een vrouw was geworden”, liet Jerry Hayes, oud-politicus en Savile-lid aan The Times weten.

Diplomaten, staatslieden, ambtenaren en kerkelijke leiders kunnen terecht bij the Travellers Club („voor mannen die verder dan 500 mijl buiten de Britse eilanden hebben gereisd”) aan Pall Mall. Een keer werd deze journalist er uitgenodigd voor een interview. Oud-premiers Arthur Balfour en Stanley Baldwin waren lid. Tegenwoordig schijnt Boris Johnson er te ontbijten.

Travellers Club

Foto Wikimedia Commons

Kwetterende vogels in de tuin

De gangen en zalen van ‘Travellers’ stralen in alles geschiedenis en behoudendheid uit, met donkerrode vloerbedekking, donkerrode en zware gordijnen en overal even donkere schilderijen van oud-leden. Het werkelijke teken van rijkdom van de club is niet het gebouw zelf, maar de immense tuin. Wie het zich kan permitteren om op een van de duurste plekken van een verstopte miljoenenstad naar kwetterende vogeltjes in het groen te luisteren, moet wel bevoorrecht zijn.

Ondanks hun elitaire en gevestigde positie kampen veel sociëteiten met een probleem: een jongere generatie bestuurders en zakenlieden vindt de clubs minder aantrekkelijk. De omslachtige regels, boozy lunches, kledingvoorschriften en vrouwonvriendelijke toegangsregels rijmen minder met de normen van het internationale zakenleven — in ieder geval tijdens kantooruren.

Veel sociëteiten hebben ervoor gekozen te moderniseren en ook vrouwen als lid toe te laten. Sommige deden dat al decennia geleden. The Arts Club (Charles Dickens, Franz Liszt) stond in 1945 al toe dat vrouwen lid werden. Andere gingen pas recentelijk overstag of zitten nog met de kwestie in hun maag.

Weinig draagvlak voor vrouwen

In 2014 stelde Anthony Layden, een Britse oud-ambassadeur en voorzitter van Travellers, een rapport op over de vraag of vrouwen lid mochten worden. Het document van achtduizend woorden belandde in handen van The Evening Standard die het integraal online plaatste. Na de leden te hebben geconsulteerd adviseerde hij geen vrouwen toe te laten: te weinig draagvlak.

Layden schrijft dat een aantal leden voorstander was van een eventuele wijziging. „In de moderne wereld is het een anachronisme of zelfs discriminatoir om vrouwen buiten te sluiten, aangezien zij in alle cirkels van het openbaar leven verkeren”, vat Layden de zienswijze van een lid samen. Een ander liet weten: „Hoe kunnen wij als land zo veel doen voor de gelijkheid van meisjes en vrouwen, zoals onderwijs stimuleren in Afghanistan, en vervolgens zelf geen vrouwen toelaten?”

Toch vonden leden het een slecht idee. Dan krijgen wij opeens te maken met hen parties en schelle stemmen, waarschuwde een lid. Layden zei zelf: „Mannen gedragen zich anders als er vrouwen in de buurt zijn. Sommigen onder ons zullen geneigd zijn, al dan niet bewust, om te strijden om aandacht en goedkeuring als vrouwen deelnemen aan het gesprek.” De oud-ambassadeur vermoedde ook dat mannen zich na de lunch geremd zouden voelen „zich comfortabel” uit te strekken in de fauteuils van de rookkamers.

Uiteindelijk kozen de leden (60 procent tegen, 40 procent voor) om vrouwen niet toe te staan als volwaardig lid. Als gevolg zegde Justin Welby, aartsbisschop van Canterbury, zijn lidmaatschap op.

Een portier voor de ingang van het Dorchester Hotel in Londen

Foto Andy Rain/EPA

Greep van elite op het land

De clubcultuur wordt vaak gezien als onderdeel van de wijze waarop traditionele kringen van de elite greep hebben op het Verenigd Koninkrijk. Politieke, zakelijke en bestuurlijke leiders gaan eerst naar een dure kostschool en vervolgens in dezelfde samenstelling bij een club aan de touwtjes trekken, klinkt die redenering.

Statistisch klopt dat ook, rekenden sociologen Aaron Reeves en Sam Friedman uit. Van de 54 premiers die het Verenigd Koninkrijk gehad heeft, zat tweederde op een van de negen zogenoemde Clarendon-scholen, waarvan Eton, Harrow en Charterhouse de meest bekende zijn.

Reeves en Friedman bekeken eveneens of er een verband bestond tussen leerlingen die op de negen scholen gezeten hebben en de bestuurlijke elite van het Verenigd Koninkrijk. Ze concludeerden dat de grote onderwijshervormingen van de negentiende en twintigste eeuw ertoe leidden dat de macht van de traditionele elite afnam, maar dat die daling de afgelopen vijftien jaar tot stilstand is gekomen.

Inmiddels wordt het Britse openbaar bestuur — van politiek tot politie, brandweer en de rechterlijke macht — geleid door vrouwen, in veel gevallen niet afkomstig uit de elite.

De hoogste rechter van het land, voorzitter Brenda Hale van het Supreme Court was drie jaar geleden al boos over het lidmaatschap van haar collega’s van mannenclubs. „Dat is schokkend”, zei ze tegen The Guardian. „Rechters moeten pal voor het principe van gelijkheid staan.”

‘s Lands belangrijkste vertegenwoordiger van het bedrijfsleven bij de politiek reageerde deze week eveneens woedend over de liefdadigheidsavond van The Presidents Club. „Als zelfs de helft van de berichten klopt is dit zeer betreurenswaardig. Jonge vrouwen moeten juist het vertrouwen hebben dat zij succesvol kunnen zijn”, zei Carolyn Fairbairn, directeur van werkgeversorganisatie CBI.

En premier May had vanuit Davos geen goed woord over voor het bacchanaal. „Op deze manier vrouwen als object behandelen is iets waar ik van dacht dat wij het achter ons aan het laten waren”, zei ze. „We hebben nog een lange weg te gaan.”

Beeld Studio NRC

Correctie (29 november 2018): Bij een eerdere versie van dit bericht stond een onjuiste kaart van Londen. Die is hierboven vervangen.